zondag 23 november 2014

Miet en Griet 23

Griet neemt de leiding

In de zandkuil van Miet en Griet hangt een sombere sfeer. Het droevige bericht dat Twan heeft overgebracht is de zusters niet in de kouwe kleren gaan zitten. Miet is aan het eind van haar emotionele krachten en ligt de meeste tijd in bed onder haar ingelijste racepakje.
Natuurlijk is het verdrietig dat het vlooiencircus samen met zijn artiesten zo triest aan zijn einde is gekomen, maar diep in haar hart is Griet er niet rouwig om dat voor haar zuster de weg naar een leven als motordiva is afgesloten. Griet kijkt wel uit dat ze zich daarover uitlaat. Voorlopig heeft Miet tijd nodig om te treuren om Luigi en haar carrière die niet van de grond is gekomen.
Griet doet haar best het Miet zo goed mogelijk naar de zin te maken. Ze reddert de hele dag, kookt, maakt thee en houdt het zandkuiltje op orde. Kortom de rollen lijken omgedraaid. Terwijl Miet haar middagdutje doet neemt Griet met Twan de afgelopen avontuurlijke zomer door. Ze begint haar relaas met de reis op het houtvlot om de soep van Sjef Kokkel in IJmuiden te krijgen. Daarna volgt, op het cruiseschip, het casinoavontuur dat ze amper overleven. De vriendschap die ze met Twan sluiten en de uitjes die hij ze heeft bezorgd. ‘Het bezoek aan de kaasmarkt zal ik nooit vergeten’, zegt Griet. ‘En dat jouw Tante Wanda de moeite heeft genomen om ons te vertellen dat je zwaar gewond in de vogelopvang lag, heb ik erg gewaardeerd.’
Griet vervolgt haar opsomming met de louche praktijken in het kasje van Sjef en de bedreiging waar Miet getuige van is geweest. Maar het ergst van alles vindt ze de overheersende wens van Miet om naar de Zwarte Cross te gaan.
‘In wezen plukken we daar nog de zure druiven van. Als we niet in de caravan van Josje en Wim waren gestapt hadden we de zomer minder turbulent afgesloten.’

‘Als de hemel valt, valt er voor meeuwen niet meer te vliegen. Het heeft geen zin er op deze manier tegenaan te kijken, het is gebeurd en jullie moeten zien daarmee in het reine te komen. Ga mee naar Texel om rustig te overwinteren, daar kun je ook aan de voet van een vuurtoren wonen.’

Griet veert op. ’Daar zeg je wat Twan, in het reine komen. Daar moeten we keihard aan werken de komende weken zodat we in 2015 een frisse start kunnen maken. Misschien wel goed om dat in een andere omgeving te doen. Ik heb het hier in Egmond wel even gehad.
Rust, reinheid en regelmaat, daar draait het deze winter om. Texel here we come,’
Twan gelooft zijn oren niet. Griet die de hakken niet in het zand zet, maar onverschrokken de leiding neemt, dat is de afgelopen maanden niet vertoond. Miet moet er wel beroerd aan toe zijn.  Alsof Griet zijn gedachten heeft geraden zegt ze. ’Miet heeft niets te willen, dit keer neem ik de belangrijke besluiten. Laat me weten wanneer je wilt afreizen, ik zal zorgen dat we klaar zijn voor vertrek.’

Vanmorgen is het trio afgevlogen naar Den Helder, waar Twan op de reling van de veerboot is neergestreken, dat scheelt vlieguren en kost minder energie.

Ze hebben er geen weet van, maar vanaf de kade zwaai ik ze uit. Voorlopig laat ik de dames tot rust komen. Ze hebben het verdiend.

maandag 10 november 2014

Miet en Griet 22

Fatale afloop

Twan zet zijn verdrietige vrachtje af aan de voet van de vuurtoren. Hij wacht tot ze in het zandkuiltje is verdwenen. Voor nu houdt zijn bemoeienis even op, de zusters moeten eerst maar met elkaar in het reine komen, hij zal morgen wel kijken hoe het ze vergaat. Twan zoekt zich een overnachtingsplekje op de boulevard. Terug naar de stad om Luigi de oren te wassen is geen optie, stel je voor dat de Italiaan spijt krijgt van zijn daden en het vuurtje bij Miet aanwakkert. Hij zou het niet op zijn geweten willen hebben. Nee, beter de situatie maar te laten zoals hij is. Komt tijd, komt raad.

In de zandkuil schuift Miet omzichtig naar haar zuster, die zwijgzaam aan tafel zit.
‘Kan ik het goedmaken, Griet? Ik wil niet dat deze affaire tussen ons in blijft staan. Ik zal tijd nodig hebben om de teleurstelling te verwerken, maar ik geloof wel dat jullie gelijk hebben, het kan nooit iets worden tussen Luigi en mij. Ik moet daar zelf achterkomen, zo werken die dingen nou eenmaal.’

‘Miet, ik begrijp niet dat jij je hoofd zo op hol laat brengen, waar zit je verstand? Als het nou een aardige vent was geweest die het goed met je meende, had ik me er misschien wel bij kunnen neerleggen, maar zo ruw hij je omver stootte en geen poot naar je uitstak, echt het was niet om aan te zien.’

‘Zout in de wonden, Griet daar help je me niet mee. Ik snap best dat je me niet meteen vergeeft, maar oprakelen heeft geen zin. Ik ga naar bed, morgen praten we verder. Ik ben doodmoe van alle emoties.’

Ondertussen speelt zich in de stad een ander drama af. Freek Ekster heeft het gehavende vlooiencircus op zijn rug gehesen en de drie artiesten hebben zich een plekje tussen zijn nekveren gezocht.  Door het gewicht van het circus moet hij een lange aanloop nemen om op te stijgen. Waarom Freek het betonnen rustbankje op het plein niet zag, zal eeuwig een raadsel blijven. Hij vliegt zich te pletter op de rugleuning en stort, inclusief zijn vracht, met een gebroken nek ter aarde. Ook zijn passagiers overleven de botsing niet.
Chiel, één van Twans maten, ziet het ongeluk gebeuren. Hij is er ook getuige van dat de heren van de gemeentereiniging kort daarna het voormalige kermisgebied tot in alle hoeken schoonspuiten. Freek wordt opgeveegd en verdwijnt zonder enig respect in hun vuilniswagentje. Geen laatste applaus, slechts een roemloos einde van het Achterhoekse vlooiencircus.
‘Ik ga maar vast naar De Vlaming’, mompelt Chiel. ‘Als Twan komt kan hij rechtsomkeert naar Egmond, iemand moet die dames daar vertellen wat er is gebeurd. Twan heeft zijn vlerken mooi vol aan dat stel.’

zondag 2 november 2014

Miet en Griet 21

Liefde maakt blind

Twan en Griet vliegen zwijgend naar Egmond, pas als ze aan de voet van de vuurtoren zitten raken ze in gesprek.
Griet deelt haar zorgen over het gedrag van Miet met de zeemeeuw. Zó kent ze haar zuster niet, die moet tot over haar oren verliefd zijn op Luigi. Ze lijkt alle schepen achter zich te willen verbranden om met haar Italiaan op tournee te kunnen gaan. Griet begrijpt er helemaal niets van.
‘Dat Miet van avontuur houdt en af en toe buiten de lijntjes wil opereren weten we zo onderhand wel, dat ze daar niet altijd open over is vergeef ik haar, maar zo ver als ze nu bereid is te gaan, wil er bij mij niet in. Zou ze aan die vingerplanten van Sjef gesnuffeld hebben, zou ze het daarom niet helder meer zien?’
Twan gelooft zijn oren niet bij de suggestie van Griet. Hij schudt zijn kop. ‘Je kunt me veel wijs maken, maar Miet en hasj daar kan ik me niets bij voorstellen, daar acht ik haar veel te verstandig voor.’
‘Nou je ziet waar haar verstand zit op het ogenblik, in elk geval niet onder haar schedeldakje.
Volgens mij regeert daar Koning Onbenul. Doe me een lol Twan en ga terug naar de stad. Freek heeft wel beloofd een oogje in het zeil te houden, maar hij is geen haar beter dan de rest van dat vlooiencircus en Bertus heeft alleen belang bij de wederopbouw, die zit heus niet op Miet te wachten.’

In de stad is Bertus samen met zijn racers bezig het circus af te breken. Luigi, die tegen een stootje kan, lijkt weer helemaal de oude. Freek pikt in de kuip de hagelstenen stuk, in de hoop dat ze sneller zullen smelten. Miet zit in alle eenzaamheid bij de kassa.
Twan scharrelt voorzichtig in haar blikveld, als ze hem ziet stapt ze opgelucht op hem af.
‘Sorry, kerel dat ik zo tegen je tekeer ging. Fred heeft gelijk, je hebt mijn uitval niet verdiend. Blijven we vrienden? Hoe is het met Griet, is ze erg boos?’
Twan windt er geen doekjes om en doet eerlijk verslag van zijn gesprek met Griet.
‘Denkt ze echt dat ik aan de hasj heb gezeten? Kent ze me zo slecht?’
‘Eerlijk blijven Miet, je vertoont de laatste dagen gedrag dat zij en ik in geen geval begrijpen.’
Miet schuifelt ongemakkelijk heen en weer. ‘Luigi heeft nog geen woord tegen me gezegd. Hij schaamt zich natuurlijk voor zijn gedrag.’

‘Kom op Miet waar zit je zelfrespect, je gaat toch niets slaafs zitten wachten tot het meneer behaagt het woord tot je te richten? Hij had direct zijn excuses moeten maken, maar blijkbaar komt dat niet in hem op. Je moet hem laten zien dat je niet met je laat sollen, pas dan zal hij waardering voor je krijgen. Ga naar huis en laat die vlo in zijn sop gaar koken. Je kunt ongezien vertrekken, ze zijn allemaal veel te druk met hun circus. Het klinkt hard, maar ze zijn jou al lang vergeten. Kijk of ze morgen de moeite nemen in Egmond langs te komen, Fred kent de weg dus zo moeilijk is het niet. Als ze niet opduiken doe je er verstandig aan Luigi en zijn circus zo snel mogelijk te vergeten.’

Diep in haar hart weet Miet dat Twan gelijk heeft, maar vertrekken voelt als een nederlaag. Aarzelend kruipt ze tussen zijn nekveren en de meeuw zet meteen de thuisvlucht in.
Hij cirkelt met opzet over de kuip. Bertus ziet ze gaan en zwaait vrolijk met een stuk tentzeil. Twan vermoedt dat hij niet rouwig is om Miets vertrek.
Zij huilt bittere tranen.

maandag 27 oktober 2014

Miet en Griet 20

Tweestrijd

‘Lekkere vent’, mompelt Twan. Hij zet zijn veren op als hij ziet dat Miet toenadering zoekt. Luigi stoot zijn vriendin met zoveel kracht van zich af dat ze onderste boven op haar schild valt. Twan haalt uit met een van zijn vlerken en Luigi gaat voor een tijdje gestrekt onder het gescheurde tentzeil. Bertus komt door het geweld tot bezinning en roept de meeuw tot de orde. ‘Ben je gek geworden, mijn werknemer buiten werking stellen, waar bemoei jij je mee.’

‘Ik kom op voor mijn vriendin die door haar gefrustreerde vlam onderuit is gehaald.’
Dan pas ziet Bertus dat Miet er wel erg ongelukkig bijligt, hij helpt haar overeind en wrijft over haar gekraste schild. Zo te zien is het nog helemaal heel. Hij overziet het slagveld en besluit de show op deze kermis voor gezien te houden. Eerst de gemoederen tot bedaren zien te brengen, die beide meiden terug naar hun zandkuil lijkt hem een eerste vereiste.
Miet zit in tranen en diep teleurgesteld naast de bewusteloze Luigi. Ze strijkt over zijn kopje, dat nu heel wat vrediger toont. Twan komt naast haar zitten. ‘Miet, kom mee naar huis, laat dit hele gebeuren goed op je inwerken. Je hebt gezien hoe die knakker kan zijn als het hem tegenzit, sommige van die motormuizen zijn echt van het agressieve soort, daar kun je maar beter bij uit de buurt blijven.’

De goed bedoelde woorden van Twan pakken totaal verkeerd uit, ze maken Miet razend.
‘Oh ja, hoe weet jij dat nou, je kent Luigi niet eens, je staat wel erg snel met je oordeel klaar. Vlieg op man, breng mijn zuster naar Egmond, maar laat mij met rust. Ik ga hier pas vandaan als ik met hem in het reine ben en als hij dat wil voeg ik me bij het circus.
Bertus heeft gelijk. Waar bemoei jij je mee?’
Freek Ekster, niet vies van een relletje, mengt zich in de discussie. ‘Ik zou maar een beetje dimmen Miet, ik geloof niet dat deze meeuw zo’n uitval verdient. Hij is in alles jullie steun en toeverlaat, het kan zo gek niet gaan of hij vliegt af en aan. Ik zou zijn bezorgdheid niet onderschatten, het is niet de eerste keer dat Luigi zo uit zijn dak gaat.’

Césare, die zich na de schop van zijn broer uit de voeten heeft gemaakt en op inspectie langs de steile wand is gegaan, klimt uit de kuip. Hij ziet zijn broer op de grond liggen en hoort de laatste woorden van Freek.
‘Krijg nou wat, Luigi uitgeschakeld, dat overkomt hem niet vaak. Meestal is hij sneller dan zijn tegenstander. Wie heeft van hem gewonnen?’

‘Er zijn alleen verliezers, met je broer op kop. Die ligt vast iedereen bij de neus te nemen en luistert mee wat hier gezegd wordt. Ik ben wel klaar met dit theater. Twan wil je mij naar Egmond brengen? Ik neem aan dat Miet hier blijft om puin te ruimen.’
Met een blik vol minachting op haar zus wandelt Griet met opgeheven hoofd het terrein af.
Twan twijfelt wat hij zal doen. Diep in zijn hart is hij met Griet eens, maar Miet hier in haar eentje achterlaten durft hij ook niet.
Freek ziet zijn aarzeling. ‘Breng haar maar naar huis, ik hou samen met Bertus wel een oogje op Miet. Wie weet breng ik haar vanavond nog wel naar Egmond.’
En zo gebeurt het dat Twan alleen met Griet tussen zijn vleugels naar de kust terugvliegt.

zondag 19 oktober 2014

Miet en Griet 19

Zwaar weer

Het kost Miet veel overredingskracht haar zus zo ver te krijgen mee te gaan naar het vlooiencircus. Griet begrijpt dat Luigi hen de rest van hun leven blijft achtervolgen als Miet geen poging heeft gedaan haar hart te volgen. Natuurlijk hoopt Griet op een teleurstelling want dat geeft rust in de zandkuil. Ze weet dat ze niet zonder Miet kan, maar rondtrekken langs festiviteiten als vijfde wiel aan de wagen lijkt haar geen ideaal bestaan. Het bezoek aan de Ontzetreceptie en een overnachting in de stad zijn grote stappen, maar noodzakelijk voor de verhouding tussen de zussen.

Twan zorgt zoals gewoonlijk voor het vervoer, dit keer inclusief het roze glitterpakje van Miet, dat ze behoedzaam tussen zijn nekveren vouwt.
‘Laten we niet treuzelen er is slecht weer op komst’, zegt Twan. ‘Als ik een beetje snelheid maak zijn we net voor de bui over.’
Maar de weergoden beslissen anders er breekt tijdens de vlucht een noodweer los, lichtflitsen volgen elkaar in snel tempo op, de donder rolt met luid geweld af en aan en om de ramp compleet te maken vallen er forse hagelstenen. Griet gilt van angst. Doorvliegen is onverantwoord. Twan besluit te schuilen onder de overkapping van de wielerbaan. Daar wacht het trio op betere tijden.
Griet heeft spijt van de escapade, je leven een beetje in de waagschaal stellen voor zo’n domme Italiaan, wat zijn ze diep gezonken. Ook Miet is er niet vrolijker op geworden, haar pakje heeft schade opgelopen. Ze vraagt zich af hoe dat morgen tijdens de voorstelling moet. In haar blootje op de schouders van Luigi … hij zal het vast vermakelijk vinden.
Als ze eindelijk bij de receptie arriveren, zit Freek Ekster ze buiten op te wachten.
‘Jullie kunnen beter meteen doorvliegen naar het kermisterrein. Bertus kan alle hulp gebruiken.  Het vlooiencircus heeft forse hagelschade opgelopen, het is de vraag of de show wel kan doorgaan.’
Griet’s hart veert op, hoewel ze net nog doodsangsten heeft uitgestaan, is ze nu de weergoden bijna dankbaar. Wat haar betreft is de schade aan die tent onherstelbaar.
Het vlooiencircus ligt er triest bij, het tentdak is gescheurd en in de kuip liggen dikke hagelstenen die eerst moeten smelten, met gevolg dat de kuip vol water komt te staan, dat ze nooit op tijd krijgen weggehoosd. Bertus staat er verslagen bij, hij weet niet waar hij moet beginnen.
Luigi loopt stampvoetend rond en vloekt alle Italiaanse diavolo’s bij elkaar. Miet heeft hem nog nooit zo gezien, ze schrikt van zijn boosaardige uitstraling. Césare probeert zijn broer te kalmeren, maar moet dat met een schop voor een van zijn schenen bekopen. Opnieuw maakt Griet’s hart een sprongetje. Een agressieve Luigi, dat is nog eens koren op haar molentje.

dinsdag 7 oktober 2014

Miet en Griet 18

Roze Wolk

Miet maakt met Bertus een wandeling op het strand. Voor een Achterhoeker is de zee altijd een trekpleister, om van de lading zand maar niet te spreken.
Miet mijmert: ‘Ik zou dolgraag weer optreden met Luigi, elke dag denk ik terug aan die stunt op de steile wand. Griet heeft geen idee hoe ik aan dat werk verslingerd ben geraakt.’
‘Weet je zeker dat het je om de motoren gaat? Heeft het niet te maken met Luigi? Ik denk dat Griet wel gelijk heeft, dat hij je het hoofd op hol heeft gebracht. ’t Is een aardige vlo, maar echt betrouwbaar met vrouwen is hij niet. Ik zou je graag opnemen in mijn stuntteam, maar ik moet wel zeker weten dat ik geen gezeur krijg. Liefdesverdriet en daardoor meer risico op de steile wand kan ik niet gebruiken. Ga mee naar Alkmaar, kijk wat het met je doet als je de Italianen terug ziet en neem dan pas een besluit. Als je ervoor gaat komen er nog genoeg problemen, want Griet zal je dat niet in dank afnemen.’

Freek Ekster is inmiddels uitgeblazen en heeft zich ook op het strand begeven. Voor hem hoeft al dat water niet en hij spoort Bertus aan tot vertrek. Miet besluit mee te gaan en laat Griet onwetend achter.
Terwijl Luigi en Césare hun proefrondjes draaien staat Miet opgewonden toe te kijken.
Kijk dat stuk in zijn zwarte leren pak strak op zijn motor zitten, op die schouders wil elke vlo wel staan. Bertus ziet het aan en denkt er het zijne van. Deze minikermis zou wel eens grote gevolgen kunnen hebben, zowel voor zijn circus als voor zijn nichten.
Césare ziet Miet het eerst, hij wijst Luigi op de toeschouwster boven aan de wand.

Breed grijnzend sluit hij Miet in zijn pootjes. ‘Amore mio, wat goed jou weer te zien. Ik heb je gemist.’
‘Ik geloof er geen barst van’, zegt Bertus  ‘Beetje voorzichtig met haar, ze is niks gewend.’
Césare neemt het voor Luigi op.’Echt Bertus, ze is hem meer onder het schild gaan zitten dan hem lief is. Sinds de Zwarte Cross is hij een stuk rustiger geworden.’
Bertus weet niet of hij blij moet zijn met deze ontwikkeling, het gaat hem allemaal veel te snel. Alkmaar’s Ontzet, zou wel eens een ontzettend drama kunnen worden.
Kijk die twee tortelvlooien daar nou zitten.
Miet heeft Luigi al snel opgebiecht dat ze Griet in een pestbui heeft achter gelaten en dat Bertus met zijn stuntteam daar de oorzaak van is. Luigi besluit voorzichtig te laveren. Wil hij Miet voor zich winnen, dan zal hij eerst met Griet in het reine moeten komen.
‘Ga morgen samen met ons mee naar de Ontzetreceptie, alle burgers van de stad en de medewerkers aan de activiteiten zijn daar op de borrel genodigd.  Je zal zien dat Griet daarvan in een betere stemming raakt. Daar hebben we allemaal belang bij of vergis ik me?’
Luigi strijkt Miet over haar schildje, die zich dat gelukzalig laat aanleunen.
Bertus maakt een eind aan het geflikflooi van zijn stuntman door Miet aan haar zuster in Egmond te herinneren. ‘Ga naar huis, praat met Griet en slaap er een nacht over. Freek brengt je wel.’
‘Laat Freek mij maar afzetten bij de Vlaming. Onze vriend Twan Zeemeeuw fladdert daar vast rond. Beter dat hij mij naar huis brengt, hij kent Griet goed en ik kan hem onderweg om raad vragen. Hij wil ons ook wel naar die receptie vliegen, jullie zien vanzelf of we daar opdraven.
Voorlopig wacht me een zware missie, want ik heb mijn keus gemaakt.’

Van schrik vliegt Twan zich onderweg bijna te pletter als Miet hem uit de doeken doet wat er allemaal is gebeurd en als ze hem vertelt dat ze van plan is in elk geval in Alkmaar te gaan stunten, gaat hij vol in de remmen boven een kaal bollenveld.

‘Nou begrijp ik hoe dat zit met Luigi, ik heb nog geen gelegenheid gehad daar naar te vragen, maar het is me duidelijk. Jij bent gewoon straal verliefd, zit op een roze wolk en zal hoe dan ook in dat roze pakje op zijn schouders eindigen. Misschien wel voor altijd en nu wil jij natuurlijk dat ik je help Griet over de streep te trekken om weer aan de kassa van dat circus te gaan zitten, zodat jullie toch samen blijven. Denk je dat die Luigi Griet op de koop toe neemt?
Italianen zijn wel familiemensen, dat scheelt. Maar Griet, wat vindt Griet, wil zij jou delen met een man? Ik vrees het ergste voor je. Als ik je zo zie stralen geloof ik zelfs dat je bereid bent Griet aan haar lot over te laten. Is het echt zo erg met je, Miet? Is Luigi dat waard?’

‘Dat weet ik nog niet, daarom wil ik graag meedoen, anders blijf ik voor de rest van mijn leven met die vraag zitten, begrijp je dat? Als ik nou Griet eerst meekrijg naar dat feestje, dan kan ze de sfeer weer een beetje proeven. Wie weet brengt haar dat op andere gedachten.’

‘Daar wil ik wel aan meewerken, ik vlieg jullie morgen naar de stad. Scoor je wel een bitterballetje voor me. Die zijn van een beroemde bakker.’

Het stel zet de vlucht naar Egmond voort, waar Miet toch met lood aan de pootjes hun zandkuiltje opzoekt.
Griet zit achter het Egmonder Sufferdje en zwijgt . . .

donderdag 2 oktober 2014

Miet en Griet 17

Miet en Griet hebben bezoek

Vanmorgen stapt, onaangekondigd, neef Bertus uit Lichtenvoorde het zandkuiltje van zijn nichten binnen. De dames zitten net aan het ontbijt. Griet laat van schrik bijna het theepotje uit haar pootjes vallen. ‘Hoe kom jij zo opeens uit lucht vallen?’

‘Zeg dat wel, ik ben net gedropt door Freek Ekster, hij zit buiten uit te hijgen, want Egmond is vanuit de Achterhoek toch een verrekt eind vliegen. Maar voorlopig heeft ie alle tijd om bij te komen want ik heb binnenkort een klus hier in de buurt. Eigenlijk zoek ik een paar dagen onderdak en ik vraag me af of jullie een zandkuiltje voor me weten.’

Miet haar breintje draait op volle toeren. Bertus, werk in de buurt, zouden Luigi en Césare ook in aantocht zijn? Haar hart maakt stiekem een sprongetje. Niet al te enthousiast reageren nu, want dat maakt Griet subiet achterdochtig. ‘Vertel eerst eens wat over die klus, heeft het met je vlooiencircus te maken? En waar is in de buurt?

‘Binnenkort viert Alkmaar zijn Ontzetfeest. De burgers daar blijven maar vieren dat ze in 1573 de Spanjaarden van de stadswallen mepten. Ze noemen dat ‘Van Alkmaar de Victorie’
Weten jullie dat er in Nederland maar drie steden zijn waar ze een ontzetviering hebben?
In Groningen vieren ze in augustus dat Bommen Berend, de bisschop van Munster, de stad niet wist te bezetten. En in Leiden verlieten de Spanjaarden de stad omdat ze natte voeten kregen, vanwege het feit dat de geuzen de dijken hadden doorgestoken.’

Griet’s achterdocht is door Bertus’ aanloop gewekt. ‘Bertus, je bent welkom, maar je bent vast niet alleen komen aanvliegen om ons geschiedenisles te geven en onderdak te vinden.’

‘Ik kom voor de historische kinderkermis die opgezet wordt in de stad, daar mag een vlooiencircus niet ontbreken. Hebben jullie geen zin om mee te doen? In Lichtenvoorde was Miet’s optreden een groot succes.’

‘Zie je wel er steekt meer achter je bezoek. Ik vertik het, ik ga niet nog een keer aan de kassa van jouw circus zitten, laat Freek dat maar doen en van Miet neem ik aan dat ze zich nooit meer in dat ordinaire roze pakje hijst. Kijk nou, haar schildje glimt nu al bij het idee dat ze op de schouders van een motorvlo kan staan. Voor de rest van haar leven bedorven door dat idiote gedoe op de Zwarte Cross. Nog even en je komt met die twee gladde Italianen op de proppen, denk maar niet dat ik voor dat stel een kuil uitdiep. Miet maakt er vast geen bezwaar tegen, Luigi heeft haar flink het hoofd op hol gebracht. We hebben daar pas nog onenigheid over gehad. Ik zit niet op die George Clooney onder de zandvlooien zit te wachten.’

‘Eerlijk gezegd zitten mijn maten al in Alkmaar om de handel op te bouwen. Ze verheugen zich enorm op een weerzien met jullie.’

‘Lak aan weerzien, ik zet mijn hakjes in het zand en werk nergens aan mee.’
Met een klap zet Griet het theepotje op tafel om haar woorden kracht bij te zetten.
In de zandkuil valt een ijzige stilte. De toon is gezet.

donderdag 25 september 2014

Miet en Griet 16

Miet en Griet vieren een overwinning

Vandaag worden de zusters in alle vroegte gewekt door Twan die, luid snaterend en opgewonden, voor hun zandkuil heen en weer stapt. Gealarmeerd storten ze zich naar buiten. Ze begrijpen er niets van. Twan is gisteren nog geweest en toen was hij zo rustig als een meeuw kan zijn.
Er moet iets ernstigs aan de hand zijn.
Twan houdt een stuk krant in zijn snavel en dropt het aan de pootjes van Miet en Griet.
‘Lezen’, gebiedt hij.
Miet en Griet zien een foto van Twan met daarboven de kop:

‘Geen steun voor meeuwenplan’
Het college van B&W in Alkmaar is van mening dat het plan om meeuwen hun beschermde status te ontnemen niet kan worden gesteund. De gemeente heeft voldoende maatregelen genomen om het leven van de meeuwen zuur te maken.

‘Ha, ons kamerlid trekt aan het kortste eind. Ze weten er daar in Alkmaar niets van, maar wij hebben er toch maar mooi aan meegewerkt.’

‘Mijn idee’, zegt Twan. ‘Ik kom jullie halen voor een feestontbijt, we gaan de overwinning vieren. Op naar de stad waar, ondanks alle maatregelen, nog altijd veel te snaaien valt.
Er zullen altijd burgers blijven die het met adviezen en verzoeken, wat betreft afval,  niet zo nauw nemen en daar hebben wij meeuwen gemak van.
We beginnen bij de Mac en dan vliegen we door naar de Hema voor een heerlijk restje tompouce. Daarna laat ik de VVD-er nog even een poepje ruiken en flats zijn stoep lekker onder. Het meeuwenleven is weer helemaal de moeite waard. Opstappen meiden, we gaan.’

woensdag 17 september 2014

Miet en Griet 15

Prinsjesdag

Miet en Griet hebben op aanraden van Twan in Madurodam overnacht. Ze hebben daar kunnen bekijken hoe het er op het Binnenhof echt uitziet.
De zusters zijn vandaag op tijd vertrokken. Twan vliegt de route die de Gouden Koets zal volgen en hij belooft dat hij op de terugweg boven de koets zal vliegen, zodat ze goed kunnen zien wie er allemaal meerijden en marcheren, want de rijtour gaat gepaard met veel militair vertoon.
Twan dumpt zijn vrachtje op de rode loper voor de ridderzaal en de zandvlooien nemen binnen hun plaatsen in. Als de hooggeplaatste gasten verschijnen, zien ze meteen dat de wraakactie een makkie gaat worden.

’En wij maar denken dat al die lui in jacquet moeten verschijnen, Nou blijkbaar is dat protocol aangepast, want veel kamerleden zijn in kostuum, wel van goede snit. Maatpakken zullen we maar zeggen. Wij kunnen ons slachtoffer eenvoudig de maat nemen en hoeven niet langs een vest te wurmen. Via de stropdas zo de kraag in, gif afzetten en als hij onrustig begint te worden horen we de troonrede vanaf zijn revers aan. Zie je dat, de Minister van Buitenlandse Zaken heeft een knalblauwe stropdas om, steekt lekker af bij al die andere grijze muizen. Minister Blah,Blah, kijkt niet vrolijk, die ligt behoorlijk onder vuur van een aantal oudgedienden. Hij gaat het nog lastig krijgen de komende weken.’

‘Griet, vergeet je niet waarvoor we hier zijn, je lijkt wel een verslaggever van RTL-Boulevard, nog even en je doet verslag van de hoedjes die hier te zien zijn. Ha, daar is ons kamerlid, kijk uit dat ie niet bovenop je gaat zitten. Spring op zijn broek, als hij eenmaal zit klimmen we naar boven. Vanuit zijn overhemd kunnen we de boel mooi overzien. Zo dat gaat vlot, zit je goed? Ik stel voor dat we bij de eerste woorden van de Koning het klusje klaren. Zodra de VVD-er jeuk krijgt en ons in de verdrukking dreigt te helpen, wegwezen naar de buitenkant van zijn pak.’

‘Leden der Staten Generaal’ …
‘Nu’, sist Miet. De zusters spuiten hun giftige goedje in de nek van Twan zijn belager en het duurt niet lang voor zijn wijsvinger aan binnenkant van zijn kraag verschijnt.
Het VVD kamerlid beleeft een benauwd uurtje, hij kan geen kant op met zijn jeuk en hij heeft geen idee waar dat zo plotseling vandaan komt.  Hij zal blij zijn als hij op zijn kamer kan kijken wat er aan de hand is. Helaas zal de man nooit weten dat het zandvlooien waren en niet het label in zijn nieuwe overhemd.
Miet en Griet vergapen zich ondertussen aan de Koningin die voor haar doen nogal stijfjes op de troon zit. Nou ja, straks mag ze weer breed lachen en uitbundig zwaaien.
Jammer dat Twan dit niet kan meemaken. Tenslotte is het allemaal met hem begonnen.

‘Leve de Koning, Hoera, Hoera, Hoera.’ Buiten horen ze een meeuw luid schateren.
Voor Miet en Griet is het tijd zich uit de voeten te maken. De commissie van in-en uitgeleide heeft geen idee van de ongenode gasten.
Twan zit op het dakje boven de rode loper op de zusters te wachten. Als de Koning en Koningin het vaandel groeten pikt hij de zussen op en vliegt met ze naar het Mauritshuis.
Betere plek is er niet om de begeleiding van de Gouden Koets te beginnen.
Missie geslaagd!

dinsdag 9 september 2014

Miet en Griet 14

Miet en Griet verhuizen

‘Heb je al bedacht op welke plek je wilt overwinteren, Griet?
Jan de Kwaker is bijna klaar met het afbreken van zijn strandhuisje. We kunnen meegaan naar de winteropslag, maar dan komen we ergens buiten het dorp in een afgedankte bollenschuur te recht en daar voel ik persoonlijk niets voor. Als het aan mij ligt blijven we in de buurt van de centrale strandopgang, daar valt doorgaans meer te beleven. Weer of geen weer er zit altijd wel een stel Egmonders op het bankje te ouwenelen en zo blijven we op de hoogte van alle wel en wee in het dorp. Ik stel voor dat we een kuiltje aan de voet van de vuurtoren zoeken, zitten we hoger dan de boulevard en uit de wind. Zelfs de najaarsstormen zijn daar goed te verduren.
Vorig jaar is het ons aan de boulevard in de buurt van die verwarmde, overdekte terrassen toch niet zo goed bevallen. Weet je nog hoe we bijna zijn opgeveegd door een overijverige schoonmaker, nadat het duinzand hoog tegen de drempel was opgewaaid.
Voor Twan is het ook prettiger ons daar te bezoeken, het is er zo natuurlijk dat zelfs een meeuw niet opvalt.’

‘Je hebt het duidelijk alweer uitgedokterd en dit keer vind ik het prima. 
We overwinteren aan de voet van de Jan van Speijk. Morgen verkassen, dan zijn we op de plek als Twan op zijn woensdagvlucht Egmond aandoet. Trouwens wordt het niet tijd na te denken over die trip naar Den Haag. We hebben nog een week om ons voor te bereiden, we moeten woensdag met Twan overleggen hoe hij die wraakactie denkt te realiseren.
Brengt hij ons naar Den Haag of reizen we met het kamerlid mee, dat laatste wordt dan nog een hele puzzel. Gaat die man met de trein? Heeft hij het jacquet dan al aan? Mij lijkt dat geen dracht om in te reizen. Ik denk dat we beter een dag eerder in Den Haag kunnen arriveren om ons te oriënteren in de ridderzaal. Ik wil weten in welk vak we moeten zijn.
Stel je voor dat we de verkeerde te grazen nemen. Hoewel, ik zou Minister Bla, Bla van Justitie en Veiligheid, die doet alsof heel Nederland nog op de kleuterschool zit, gerust een week jeuk willen bezorgen, samen met zijn assistent staatsecretaris. En dat vriendelijke vrouwtje achter haar antieke rollator, zou ook een toontje lager mogen zingen.’

‘Griet zo ken ik je niet, je blijft wel in je rol van valse zandvlo, straks ga je het hele kabinet nog te lijf. Als je maar van die aardige man van Buitenlandse Zaken afblijft, die heeft deze zomer zwaar en knap werk verzet. Petje af.
We zouden naar Den Haag om Twan zijn vijand een lesje te leren, laten we het daar nou maar bij laten.’

‘Ja, en jij lijkt erg mild geworden nadat je die wietplantage niet kon doorzetten.
Oeps er valt zand in mijn ogen. Jan de Kwaker begint te breken aan de vlonder, ons kuiltje staat op instorten. Kom Miet, we vertrekken vandaag nog. Op naar de winterresidence Jan van Speijk.’

donderdag 4 september 2014

Miet en Griet 13

Miet zaait onrust

In de loop van de week ontvouwt Miet haar plan. Het is geniaal, maar voor het kamerlid niet zonder gevaar. Griet is het er dan ook niet mee eens. Miet heeft bedacht een paar kleine omstreden vingerplanten van Sjef Kokkel te rooien en die af te werpen in de tuin van de VVD-er. Natuurlijk is het de bedoeling dat die dingen daar wortelen en uitgroeien tot prachtige planten.
En natuurlijk hoopt Miet dat de buurman van het kamerlid daar lucht van krijgt, met alle gevolgen van dien. Miet heeft op voorhand dolle pret. Ze ziet de krantenkoppen al voor zich. ‘Kamerlid heeft wietplantage in achtertuin.’
Griet vindt het grof geschut, hoewel afschieten van meeuwen ook niet zachtzinnig is.
Ze vraagt zich af wat Twan van het plan vindt. Hij is van het vredelievende soort en zal ondanks alles het kamerlid geen schade willen berokkenen. Miet denkt er duidelijk anders over. Die man moet een lesje leren.

‘Schade aanbrengen aan zijn carrière zul je bedoelen.. Het zijn bijna maffiapraktijken die je hebt uitgedacht, zeker geleerd van die Luigi die Italiaanse steilewandacrobaat in zijn strakke leren pak. Ik wist wel dat hij geen goede invloed op je had. Freek Ekster had gelijk, die motorvlo deugt niet. Ik vind het een slecht plan. Je moet je schamen dat je zoiets kan bedenken.’
Ai, daar raakt Griet een open zenuw. Luigi betekent meer voor Miet dan ze wil toegeven, hem voor een lid van de maffia aanzien doet pijn. Mokkend trekt ze zich terug in een hoek van hun zandhol.  Eerst deze, door Griet uitgedeelde klap, verwerken. Daarna zal ze zien of ze het wietplan doorzet. Stel dat Twan het afkeurt, dan gaat ze de boel in het kasje van Sjef niet overhoop halen.

Als Twan op zijn woensdagvlucht Egmond aandoet treft hij de zussen in ijzige stilte aan.
Er is duidelijk iets aan de hand. ‘Kom op meiden, vertel Twan wat er loos is, ik zie dat de verhouding tussen jullie ernstig is verstoord. Kan ik helpen in de koude oorlog?’
‘Het heeft alles met jou te maken’, zegt Griet. ‘De oplossing ligt dus ook in jou vlerken.
Miet wil als straf wietplanten afgooien in de tuin van het kamerlid dat jou en je soortgenoten bedreigt. Ik vind dat een maffiose aanpak en zal er niet aan meewerken.
Sinds ik dat heb gezegd, is Miet niet te genieten. Wil zoals gewoonlijk haar zin, maar dit keer gaat dat niet lukken.’
‘Het gaat er niet om mijn zin te krijgen. Het gaat om wat je over Luigi hebt gezegd. Dat neem ik je kwalijk.’

Twan, die van Luigi nog nooit heeft gehoord, begrijpt er niets van. Luigi, wietplanten, kamerlid, het kleine vogelbrein van de meeuw ziet het verband niet.
Hij besluit die figuur achter in zijn schedeltje te parkeren en daar later maar eens naar te vragen. Eerst dat onzalige plan van Miet torpederen. Zwijgend hoort hij het gekibbel van de zusters aan. Het geeft hem de tijd het idee van Griet nog eens te overdenken. Hij stelt voor het kamerlid tijdens prinsjesdag een dagje ongemak te bezorgen, strak ingesnoerd in jacquet en dan jeuk op je rug hebben tijdens de troonrede, dat lijkt de Twan de ultieme wraakactie. Daarna zand over het hele gedoe en de wintermaanden aan de kust zien te overleven.

Griet vindt het een goed idee en uiteindelijk gaat Miet overstag op voorwaarde dat ze de aanval op het Binnenhof mogen inzetten.  Meteen een pracht gelegenheid om de gouden koets met inhoud te bekijken.

maandag 1 september 2014

Miet en Griet 12

Miet en Griet zinnen op wraak

De zusters zitten samen met Twan te mijmeren onder het bankje aan de boulevard van Egmond aan Zee. Het zomerseizoen zit er bijna op en dat brengt voor iedereen zorgen mee. Miet en Griet raken hun beschermde onderkomen kwijt omdat de strandhuisjes afgebroken moeten worden.
Ieder jaar weer geeft dat huisvestingsperikelen. Je zou zeggen dat die twee beter moeten weten, maar niets is minder waar. Begin september is altijd goed voor stress en rijst de vraag waar ze hun winterresidence zullen inrichten. Twan heeft andere zorgen en deelt die met zijn vriendinnen. ‘Vijf september is de laatste kaasmarkt van het seizoen. Het wordt aanzienlijk rustiger in de stad en er valt minder te snaaien in de straten en op de terrassen. Veel meeuwen zullen dan hun kostje aan de kust bij elkaar scharrelen. Daar zullen ze bij de VVV wel blij mee zijn. Eindelijk minder overlast van ons gevleugelde soort.’

‘De VVV? De VVD zul je bedoelen, er woont toch een kamerlid in de stad dat jullie liever ziet gaan dan komen. Wist je dat hij Natuur en Dierenwelzijn in zijn portefeuille heeft, toch raar dat zo iemand jullie het liefst wil afschieten. Eigenlijk zouden we hem eens een lesje moeten leren.’

‘In Den Haag is dat gebeurd, daar hebben de duiven het voor ons opgenomen. Het kamerlid zag de stomerijkosten aanzienlijk oplopen, duivenpoep is een agressief goedje.’

‘Te makkelijk, even van je afflatsen. Daarbij valt de stomerij waarschijnlijk onder onkostenvergoeding dus hij merkt daar weinig van. Nee, we moeten hem meer last bezorgen.’

‘Waar denk je aan, Miet. Moeten we hem van jeuk voorzien? We zouden in zijn tuin kunnen overwinteren en dan op gezette tijden tussen zijn lakens kruipen. Zie je hem al in de trein naar Den Haag zitten? Krabben dat het een lieve lust is. Niemand wil naast hem zitten, denkend dat hij vlooien heeft. Tijdens de debatten kan hij niet stilzitten van de jeuk.
De kamervoorzitter zal er wat van zeggen, alle ogen gericht op het kamerlid van de VVD.
Ik kan me er nu al op verheugen.
Nadeel is dat wij naar de stad moeten verhuizen terwijl Twan juist de kust opzoekt, dat is de omgekeerde wereld.’

Even is het doodstil onder het bankje, dat Griet zoiets vileins bedenkt mag een wonder heten.
Het lijkt wel of het verblijf in de Achterhoek haar heeft veranderd. Nu nog de zenuwen de baas worden en Griet is een andere zandvlo. Twan waardeert het meeleven van zijn vriendinnen, maar een verhuizing naar de stad zal hij niet van ze verlangen.
Een eventuele wraakactie moet anders aangepakt worden. Behalve van zich afflatsen heeft Twan vooralsnog geen idee hoe hij het kamerlid eens flink op zijn nummer kan zetten.
Miet daarentegen zie met het oranje licht van de zonsondergang ook het licht tot een wraakactie.
‘Twan, haal ons vijf september op voor een laatste bezoek aan de kaasmarkt, kom een beetje op tijd en neem een paar maten mee. We spreken af bij het kasje van Sjef Kokkel.’

‘Miet wat voer je nu weer in je schild, waar ik niet van weet?’
‘Geen zorgen, Griet, ik leg het je nog wel uit. Belangrijk is dat Twan voor voldoende vervoer zorgt. Op zijn Achterhoeks, ‘Alles kump goed.’

donderdag 21 augustus 2014

Miet en Griet 11

Miet en Griet zien het journaal

Gek, ik had genoeg van de zusters en hun eeuwige strijd om voorrang.
Nu ik heb besloten ze het zwijgen op te leggen staan ze hevig aan mijn deur te rammelen.
Ze duiken overal op en voeren om het hardst het hoogste woord. Ik kan niet om ze heen.
Het zijn net vliegen die je niet van je af kunt meppen. Ze landen daar, waar jij ze niet wilt.
Ze zitten onder mijn huid en bezorgen me jeuk. Lastige tantes zijn het.
En nu is Twan ook nog eens in het nieuws. Geheel hersteld van zijn blessure haalt hij meteen de voorpagina van de krant. Hij was zelfs in het journaal. Hebben jullie gezien hoe hij aan de Alkmaarse grachten zijn patatje scoorde? Dat is hij tijdens zijn revalidatie, met volledig pension, niet verleerd. Maar hij kan maar beter op Terschelling blijven want Twan en zijn soortgenoten worden op het vaste land in hun bestaan bedreigd. Weg met die schreeuwers, afschieten, terugdrijven naar zee, ze bezorgen overlast.
Dat de mens zelf, met zijn vervuilende gedrag, voor een deel schuldig is aan de brutaliteit van de meeuwen vergeten we gemakshalve maar even.
Twan is een enthousiaste, maar niet de meest slimme meeuw, die is in staat in zeven netten tegelijk te vliegen. Miet en Griet maken zich grote zorgen.  


vrijdag 25 juli 2014

Miet en Griet 10

Bestemming bereikt

Freek, niet vies van een relletje, stookt het smeulende vuurtje tussen de zussen nog een beetje op.‘Wat is daar mis mee? Het is het grootste festival in Europa en zet de Achterhoek flink op de kaart. Gasten komen van heinde en verre en hebben het weekend van hun leven. Er is voor elk wat wils.’

‘Mijn zus hier, zeurt al maanden over dat evenement en heeft alle slinkse wegen bewandeld om ons hier te krijgen. Ik hou er niet van, het is mijn stijl niet, maar Miet moest en zou het een keer meemaken. Ze denkt dat ik niet weet wat dat festival inhoudt. Miet was heus niet de enige meegluurder op het toetsenbord van Jan de Kwaker, onze huisbaas in Egmond.
Ik heb genoeg gezien op de website en heb er totaal geen zin in, het is mij allemaal te wild.
Van sommige filmpjes kwam me het schaamrood op de kaken. En dan moet ik ook nog geloven in de slogan ‘Alles kump goed’ Nou voor mij gaat dat hier op de zandweg mooi niet op. Van je familie moet je het hebben. En dan blijkt nu dat een familielid ook nog eens op dat terrein werkt. Voor de zoveelste keer heeft Miet wind op haar molentje. Ik trek bij haar, wat reizen betreft, altijd aan het kortste eind.’

‘Wat houdt jullie dan samen?’, wil Freek weten.
‘Mijn depressies, ik kan niet zonder haar zorg als ik in een depressie schiet. Ik moet eerlijk bekennen dat ze me nog nooit in de steek heeft gelaten. Van ons twee ben ik de meest sombere. Miet ziet overal de lol van in en vindt bij elke tegenslag wel een oplossing, daar drijf ik op. Dus ik moet wel mee naar dat rotfestival. Opstijgen maar.’

Freek scheert over het festivalterrein. Zelfs Miet schrikt van de oppervlakte.
Overal heerst bedrijvigheid, de voorbereiding en opbouw is in volle gang. Grote trucs met materiaal rijden af en aan. Voor een zandvlo is het hier bepaald niet veilig. Voor je het weet ben je onder de voet gelopen en dan moet het echte feest nog beginnen. Nu maar hopen dat ze een beschermd onderkomen bij Bertus kunnen vinden, die overleeft hier tenslotte ieder jaar.

Als Freek zijn vrachtje bij Bertus aflevert, is deze in eerste instantie niet blij met wat hij ziet.
Komt dat even slecht uit. Wat moet hij, in deze drukke periode, met die twee blokjes aan zijn pootjes. Maar de Achterhoekse gastvrijheid neemt al snel voorrang en hij biedt zijn nichten onderdak naast het vlooiencircus. Daar wonen ook zijn Italiaanse maten Luigi en Césare, die bedreven zijn in de steile wandrace. Dit jaar de primeur in het circus. Bertus rekent dan ook op veel bezoekers.
Eigenlijk kan hij wel wat hulp gebruiken. Bertus zelf doet een optreden á la Hans Klok en daar zou Miet mooi bij kunnen assisteren. Vanavond de stemming maar eens peilen of de dames bereid zijn de pootjes uit hun schildjes te steken. Van Miet verwacht hij enthousiaste deelname, van Griet is hij niet zeker, maar misschien kan ze de kaartverkoop voor haar rekening nemen. En zo gebeurt het dat eind van de week Griet in een hokje bij de ingang van het circus zit. Miet heeft zich, met succes, toegelegd op de werkzaamheden van Pamela Anderson en zal in een roze glimpakje naast Bertus optreden.
Het is niet helemaal wat ze zich had voorgesteld van dit festival, maar Luigi heeft beloofd dat hij haar tussen de bedrijven door zal meenemen naar verschillende activiteiten. Aardige zandvlo, die Luigi, ze mag hem wel. Wat kan het haar schelen dat Griet hem een charmeur vindt.
Miet komt hier voor haar plezier en gaat samen met Luigi de Zwarte Cross beleven.
Onbezorgdheid is troef de komende drie dagen, daarna ziet ze wel weer.
Aan Griet achter haar kassa heeft ze even geen boodschap.

Freek koopt in de voorverkoop een kaartje bij Griet, die het allemaal met zorg aanziet.
Ook nu kan de ekster niet laten, de boel een beetje op te stoken.
‘Ik geloof dat die zus van je het wel naar de zin heeft. Laat zich prettig inpakken door die Italiaan, daar ben jij vast niet blij mee. Kan ik me voorstellen, het is een gladde jongen, dat Miet dat niet ziet. Maar wees gerust, hij reist door naar Zweden en daar ruilt hij Miet zo in voor een Agneta.
Jammer voor haar, maar zo gaat dat met die festivalgangers. Ze vinden overal vlooien om avontuur mee te beleven. Trouw komt in hun woordenboek niet voor’

‘Uit dat soort hout is Miet niet gesneden, die weet heus wel wat ze doet. Natuurlijk ben ik er niet blij mee, maar ik gun haar wel een beetje vertier, zelfs met een Italiaan.’

‘Ik hoor het al jij kent Luigi niet, maar denk gerust wat je wil.
Als dit feest achter de rug is en jullie willen terug naar Egmond, zeg het me dan. Ik organiseer graag een estafettevlucht voor je. Ik ken eksters genoeg die wel van een uitstapje houden.
Neem van mij aan; ‘Alles kump goed.’

maandag 21 juli 2014

Miet en Griet 9

Miet en Griet bijten in het stof

Josje en Wim hebben de caravan geladen, de fietsen staan achterop, iedereen is uitgezwaaid, hun reis kan beginnen. Ze hebben geen weet van de verstekelingen in het vloerkleed, dat nog voldoende zand in zich heeft van de vorige trip, om zandvlooien een prettig verblijf te bezorgen.
Onder het bed, achter het serviceluik, reizen Miet en Griet een onbekende bestemming tegemoet. Uitzicht hebben ze niet, behalve het asfalt dat ze via het luchtroostertje onder zich voorbij zien trekken. Griet wordt algauw wagenziek van de voorbij flitsende witte lijnen en besluit, diep weggestopt in het vloerkleed, haar lot af te wachten.
Amper op weg en nu al spijt dat ze haar pootje niet heeft strak gehouden. Ze had gewoon voor de tweede keer naar de kaasmarkt moeten gaan. Die dekselse Miet weet het altijd weer te versieren haar tot slachtoffer te maken.

De reis eindigt in Bathmen op de rand van Salland en de Achterhoek.
Als de luifel is uitgedraaid besluiten Josje en Wim het vloerkleed niet uit te rollen. Het is mooi weer en het veldje op de camping is goed verzorgd. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan. Bij Griet slaat de paniek toe. Zij ziet zichzelf de rest van de reis achter het serviceluik opgesloten. Miet wijst haar op het luchtrooster in de vloer, betere in- en uitgang kan een zandvlo zich niet wensen. Zij maakt er meteen gebruik van en nestelt zich naast de fietsen die klaar staan voor gebruik. Griet volgt en komt al snel tot de conclusie dat het zand in dit deel van het land droger is dan het strand bij Egmond en als ze eerlijk moet zijn vindt ze dat niet onaangenaam. Nog even en ze raakt enthousiast.

De zusters maken, onder de bel van Josje haar fiets, menig trip. Ze zien de Tv-toren bij Markelo, bezoeken de sterrenwacht in Nijverdal en maken een stadswandeling in Deventer.
Op een dag rijden ze eerst een stuk met de auto om vervolgens een fietstocht te maken over smalle fietspaden langs zandwegen met mul zand.
De vlooien genieten van de zon op en een windje onder hun schildjes. Er gaat iets mis als Josje uitwijkt naar het mulle zandpad voor een tegenligger. Het stuur slaat om en Josje belandt onder de fiets op haar rug in het zand. Ook Miet en Griet bijten in het stof, maar die zijn het gewend.
Terwijl Wim zijn vrouw van de fiets bevrijdt horen ze haar kreunen:
‘Foute boel Wim, ik denk dat er een rib gekneusd is.’
Miet begrijpt meteen dat er een einde aan de fietstochten is gekomen.
Uitgerekend vandaag heeft ze op de routeborden gelezen dat Lichtenvoorde nog maar acht kilometer fietsen is.
Josje staat inmiddels overeind en huilt van pijn. Naar de camping is het enige wat ze wil.
De hersentjes van Miet werken op volle toeren. Terug naar Bathmen met het einddoel onder bereik, dat nooit. Desnoods hipt ze die acht kilometer. Josje stapt voorzichtig op haar fiets en verdwijnt langzaam, met Wim in haar bandenspoor, uit zicht. Ze hebben geen idee dat ze daar een zandvlo mee in de kaart spelen.
Griet kijkt het stel beduusd na. ‘Zielig voor Josje, maar hoe moet het nu met ons, Miet?
Daar liggen we dan op een verlaten landweg en weten hier heg noch steg. We hebben het weer geweldig voor elkaar.’
‘Niks aan de hand, Griet, we zetten koers naar neef Bertus die woont hier in de buurt.’
‘Kilometers hippen naar Lichtenvoorde dat ga ik niet redden, zelfs niet in etappes.’

‘Dat hoeft ook niet, ik breng jullie wel.’
In de berm zit een ekster. ‘Hallo, ik heet Freek. Jullie zijn zeker op weg naar het vlooiencircus van Bertus? Hij heeft dit jaar een act op de Zwarte Cross.’

‘Wat zegt die vogel, ik kan hem slecht verstaan.’
‘Dat komt van zijn Achterhoeks accent, wen er maar aan want dat gaan we de komende tijd dagelijks horen. Freek kent neef Bertus en hij biedt ons een lift aan.
Griet gaat eindelijk een licht op.
‘Neef Bertus, Lichtenvoorde…ik had het kunnen weten. Wij zijn op weg naar de Zwarte Cross.’

maandag 14 juli 2014

Miet en Griet 8

Miet waagt een nieuwe poging

Miet verveelt zich behoorlijk. Rond het kasje van Sjef Kokkel is het, tot nu toe, rustig gebleven. De strandjutter is met vakantie en het toeristenseizoen verloopt voorspelbaar, zoals elk jaar. Gisteravond heeft ze, verscholen achter de deleteknop op het toetsenbord, samen met Jan de Kwaker de website van de Zwarte Cross bekeken. Dat het zo’n groot evenement was heeft ze niet geweten, er is buiten het crossen echt van alles te doen. Als je alle gekkigheid, zoals een workshop tenenlezen of de preek van ds. Gremdaat wilt meemaken kom je aan de cross niet eens toe.
Jan de Kwaker sloot zijn computer af met de woorden ‘Mafkezen, die Achterhoekers’.
Voor Miet het sein om nou eindelijk eens kennis te maken met dat deel van Nederland.

‘Wat vind je Griet, blijven we hier op het strand de toeristen jeuk bezorgen of ondernemen we zelf nog een tripje?  We hebben op Terschelling gezien dat Twan nog wel even bezig is met revalideren, dus uitstapjes met hem kunnen we voorlopig vergeten. Daarbij kan hij maar beter op Terschelling blijven, want het wordt er hier in de regio voor meeuwen niet leuker op.
Je weet dat Twan graag een patatje scoorde. Zo te zien heeft hij, onbewust, model gestaan voor de borden in de stad. Het was erg aardig van Arie Kopmeeuw om ons een retourtje Terschelling aan te bieden, maar meer moet je van hem niet verwachten. Zo’n jonge meeuw heeft geen boodschap aan een stel zandvlooien op leeftijd. 

Als we al iets willen zullen we het zelf moeten bedenken en vervoer regelen.’
‘Als we iets willen? Jij zul je bedoelen. Ik hoef niet zo nodig, laat mij maar in Egmond er is hier in de zomerweken genoeg te doen. Braderie, alle winkels open, volle terrassen, flanerend publiek in de Voorstraat, demonstratie van de reddingsbrigade en niet te vergeten de strandzesdaagse.
En dat zaakje van Sjef Kokkel in het duin levert misschien wel extra bezoekers op.’
‘Tjonge zeg, niet één nieuw evenement. Elk jaar hetzelfde riedeltje.
Het laatste wat je noemt, zou ik me maar niet teveel op verheugen, bezoekers i.v.m. die handel zal Egmond geen goed doen en de nodige spanning opleveren. Daar kun jij nogal tegen.
Wat ben je toch een naïef wezen. Ik ga dat niet afwachten. Ik wil wat anders zien en beleven.
Jij vond die kaasmarkt toch ook leuk? Of is één uitstapje voor jou al genoeg?
Als we nou eens als verstekeling in een caravan meereizen en zien waar zo’n huis op wielen strand, dat is toch spannend. Kwaad kan het niet, je hebt onderdak, ziet wat van de wereld en op den duur kom je gewoon weer thuis. Op een camping is altijd wel zand te vinden om te overleven. Maar als je liever onder deze vlonder wilt toezien hoe het strand verandert in ligkuilen voor de Duitsers en de wandelaars zich de blaren lopen moet je dat vooral doen, maar dan wel in je eentje, want ik blijf hier niet.’

‘Chantage Miet, je weet heel goed dat ik in mijn eentje niet overleef. Zonder jou ben ik nergens, op deze manier dwing je me op avontuur te gaan. Meereizen in een caravan is nog tot daaraan toe, maar geen reisdoel weten vind ik doodeng. Wie weet in welk exotisch land je moet zien te overleven.’

Miet, met de Achterhoek als einddoel in het vizier, doet het laatste af als onzin.
Haar devies: ‘Overal waar zand is kan een zandvlo aarden.’

De komende dagen Griet maar even in een aantal zaken haar zin geven, dat wil nog wel eens helpen. Te beginnen met het opschudden van hun eigen zandkuiltje.

maandag 12 mei 2014

Miet en Griet 7

Miet doet een ontdekking.

Griet stapt met het verkeerde pootje van haar zandbed. Haar vertrouwde ochtendhumeur staat op onweer. Miet besluit de reisplannen voorlopig niet voor het voetlicht te brengen. Ze kan Griet maar beter ontzien. Geheel tegen haar gewoonte begint Miet, na het ontbijt, meteen hun zandkuiltje op te ruimen.
Griet veegt, met een lang gezicht, buiten hun straatje schoon.
Miet heeft geen zin het chagrijn van die dag af te wachten en rijdt met Cor de strandjutter richting Bergen. Net buiten de Egmondse grenzen slaat hij af en gaat de duinen in.
Hij stopt bij het kasje in de moestuin van Sjef Kokkel. Miet vraagt zich af wat er in een moestuin valt te jutten. Ze hoort de jutter hartgrondig binnensmonds vloeken. 
Naast het glazen huisje staat een Harley Davidson met enorme zijtassen. Het glimmende stuur schittert in de zon. Binnen horen ze Sjef in gesprek met een man in een leren jack.
‘Je moet afwachten tot ik de bestelling kom brengen, dat is veiliger. Als die snuffelaars van de opsporingsdienst dit kasje vinden, kunnen jullie naar je hele handel fluiten’
Sjef staat midden tussen zijn vingerplanten. Miet weet niet beter of de motorrijder komt voor soep.
‘Godsamme, de rapen zijn gaar, ik smeer hem naar Bergen en heb mooi niks gezien.’
Voor Miet er erg in heeft beent Cor de tuin uit, richting strand.
De motormuis staat aan een vingerplant te ruiken.
Miet schuift wat dichterbij en merkt dat binnen een weeïge lucht hangt. Blijkbaar kookt Sjef twee soorten soep.
’t Is goed spul, daar kunnen we flink geld mee maken’
‘Ja, maar niet via rechtstreekse handel vanuit mijn kas, zeg dat maar dat tegen je baas.
Ik breng het zelf naar jullie clubhuis. Dat was de deal. Dat jullie mijn plantage hebben ontdekt is al erg genoeg. Heel Egmond denkt dat ik hier vingerplanten heb staan voor mijn beroemde soep.
Die bron van inkomsten gaan jullie niet om zeep omhelpen.’
‘Dat zullen we nog wel eens zien. Dat kun je gerust aan ons overlaten.
De aanplant voor de soep is snel uitgerukt als we hier een avondje huishouden.’
Tot Miet en Sjefs schrik trekt de man een mes uit zijn kontzak en begint demonstratief onder zijn nagels te peuteren.
Het dringt langzaam tot Miet door dat in het kasje geen zuivere koffie wordt geschonken.
Cor is hem blijkbaar niet voor niets gesmeerd. Ook zij kiest het hazenpad door de duinen.
Als ze thuiskomt vindt ze Griet, naast een zwaar hijgende zeemeeuw, op de vlonder.

‘Dit is Wanda, de tante van Twan. Hij ligt zwaar gewond in de vogelopvang op Terschelling.
En dat is jouw schuld.’
Wanda vertelt voor de tweede keer over het ongeluk dat Twan is overkomen.
‘Twan is op Terschelling in het restant van een aangespoeld visnet verstrikt geraakt en heeft een van zijn poten ernstig beschadigd. Hij is gevonden door toeristen, die hem naar de vogelopvang hebben gebracht. Daar hebben ze gelukkig Twan zijn poot kunnen redden. Die lui zijn heel bekwaam. Die zien zich, bij wijze van spreken, nog kans van een kale kip veren te plukken. Voorlopig mag hij niet op zijn poot staan. Van vliegen kan geen sprake zijn, hij kan niet eens afzetten om te starten.’
‘Wat deed Twan helemaal opTerschelling?’ wil Miet weten.
‘Dat durf jij nog te vragen. Hij was daar op jouw verzoek om zich te oriënteren op het Oerolfestival en om te oefenen voor langere vluchten.
Oerol, langere vluchten. Jouw werk, Miet.  Reisplannen maken, zonder mij daarin te betrekken en Twan alvast voor je reiskoetsje spannen. Tevreden met het resultaat?
Hij zwaar gewond, zijn Tante hier, hijgend als een postduif die in Noord-Frankrijk is gelost, en mij de gillende zenuwen bezorgen. Wat ben jij toch een stuk egoïstisch zandvlo.’
Griet schrikt van haar eigen uitval, klapt het bekje dicht en neemt zich voor het de komende dagen niet meer open te doen.
Tante Wanda denkt er het hare van. ‘Dames het lijkt mij het beste dat jullie het zonder mij uitvechten. Omdat Twan zijn vriendinnen niet in de steek wil laten, heb ik aan zijn verzoek voldaan om jullie op de hoogte te brengen van zijn toestand. Meer kan ik hier niet doen. Als hij genezen is zal hij vast weer opduiken. Twan is uit goede veren gesneden en een taaie rakker. Sommigen vinden hem een watje, maar ik weet wel beter. Ik ga terug naar Harlingen.
Dan kan ik op de railing van de avondboot de oversteek naar Terschelling maken, dat scheelt vlieguren en longcapaciteit, want dat laatste is niet best meer.’

‘Doe uw neef onze hartelijke groeten, wens hem vooral beterschap en zeg hem dat het mij oprecht spijt.’
Griet sneert; ‘Tuurlijk spijt het je, dat moest er nog eens bijkomen. Dank u wel voor alle moeite mevrouw en goede terugreis gewenst.’ Nagekeken door Miet en Wanda stampt ze de vlonder af.
Voor Wanda haar vleugels spreidt leest ze Miet nog even de les.
‘Dat komt ervan als je plannen in je schild voert, wie hoog springt, kan diep vallen.
Dat zou een zandvlo toch moeten weten.’
Miet volgt haar zuster naar huis. Onder Jan de Kwaker’s strandhuisje heerst een ijzige stilte.
Over de boulevard knalt een Harley voorbij.
Miet voorziet een lange hete zomer.

maandag 5 mei 2014

Miet en Griet 6

Miet wil op familiebezoek

Miet blijft mijmeren over de Achterhoek en de Zwarte Cross.
Als ze weer eens met Twan op de boulevard onder een bank zit, durft ze hem te vragen of hij langeafstandsvluchten maakt.
‘Den Helder-IJmuiden vice–versa is het langste traject wat ik nog vlieg.
Toen ik jong was vloog ik met mijn maten in formatie van Den Helder naar Wijster.
Dat is een plaats in Drenthe, waar ze een gigantische vuilstort hadden. Vanuit heel Nederland werd daar het huisvuil gebracht en verwerkt. We werden door die jongens van de luchtmacht in Leeuwarden met de radar in de gaten gehouden, want zo’n vlucht zeemeeuwen kan gevaarlijk zijn voor het vliegverkeer. Wij vlogen non-stop, redelijk laag over de Afsluitdijk via Sneek en Heerenveen. Bij Wolvega bogen we af naar Wijster.
Vaak bleven we daar een paar dagen hangen. Maar, er werd gemoderniseerd om aan strengere milieueisen te voldoen. Er kwam een verbrandingsoven en de vuilnisberg werd afgedekt met schone grond en gras. Tegenwoordig is het de hoogste plek van Drenthe en wordt hij zelfs gebruikt als berg bij het wielrennen. Marianne Vos heeft de klim goedgekeurd. Wij meeuwen hebben niet veel op met regels en met milieu al helemaal niet, hoe groter rotzooi hoe liever. We staakten de vluchten en bleven op de Wadden en in Noord-Holland om aan de kost te komen. Eerlijk gezegd bevalt het me wel. Vertel eens Miet aan welk plan moet ik meewerken?’

‘We willen in de Achterhoek onze neven Tinus en Bertus bezoeken. Zij zijn liefhebbers van de Zwarte Cross en ik zou dat feest graag een keer meemaken. Bertus was in IJmuiden op het vlooienfestival. Volgens hem is dat een ouwe wijvenkransje vergeleken bij het feest in Lichtenvoorde. Hij vertelde over Tante Rieki, gravin van de Hummelse Hei, die daar de boel op gang houdt. Haar zou ik wel willen ontmoeten. Meereizen in de reserveband van een caravan van een vakantieganger uit die streek, is een mogelijkheid, maar hoe komen we terug? Als we een motorrijder uit deze buurt kunnen vinden, is die reis een eitje. Hebben de Bandidos geen cel in deze regio? Stom, ik had Bertus moeten vragen hoe hij zijn reis heeft geregeld.’

De snaterende lach van Twan schalt over de boulevard. ‘De Zwarte Cross. Ben je gek geworden Miet. Herrie, modder, liters bier en woest volk. Vanuit Wijster ben ik een keer met gevleugelde vrienden doorgevlogen. Er was meer dan genoeg te eten, maar de herrie van de rockers en crossers was zelfs ons meeuwen te veel. Denk niet dat je daar kunt swingen op de vlooienmars, Jovink en de Voederbietels spelen een ander genre. Ik neem aan dat het de bedoeling is dat ik een retourtje Gelderland verzorg. Voor dat feest gaat Griet vast niet tussen mijn veren zitten.’

‘Vorig jaar heeft ze me er van kunnen weerhouden. Ik had gehoopt dat de trip op het cruiseschip me wel een eindje op weg zou helpen, maar die beroerde afloop heeft flink roet in het eten gegooid. Het ongelukje op de kaasmarkt heeft er ook geen goed aan gedaan.
Maar het laat me niet los. Het is net zoiets als eerst Napels zien en dan sterven.’

‘Waar zie je me voor aan, Miet? Aan dat laatste ga ik zeker niet meewerken. Heb je geen familie op Terschelling? Het Oerolfestival lijkt me een betere plek voor zandvlooien.
In elk geval is het daar voor Griet, met haar stressgevoeligheid, aangenamer toeven.
Je overlegt het eerst maar met haar. Ondertussen zal ik nadenken over eventuele oefenvluchten. Mijn vleugels worden hier langs de kust al behoorlijk stram.
Ik ben tenslotte niet meer een van de jongsten. Ik wens je succes met je strakke plan.
En doe Griet de groeten.’
Naschuddend met zijn kop gaat Twan op de vleugels richting Petten.

Miet hipt ter vlonder. Morgen maar eens een zandkorreltje opgooien…

maandag 28 april 2014

Miet en Griet 5

Bezoek aan de kaasmarkt

Tijdens het verblijf op de Jan van Speijk worden ze een enkele keer gestoord door toeristen die een kaartje hebben gekocht om de toren te beklimmen en om uitleg te krijgen over de functie van de lampen. Deze zijn vooral bedoeld om, wat betreft zandbanken en ondieptes, de kleine scheepvaart op zee tot hulp te zijn. De grote vaart maakt gebruik van satellieten en navigeert niet meer op de vuurtoren.
Over lichttherapie wordt met geen woord gerept. Die is blijkbaar alleen voor zandvlooien.
Griet doet een intensieve therapie en dat betekent, zeker voor een zandvlo, een rigoureuze aanpak. Twee weken onder de volle lampen van de vuurtoren doen wonderen. Tot grote vreugde van Miet, knapt Griet in razend tempo op en kan Twan zijn vriendinnen weer naar hun vlonder brengen.

Ze vieren Griet’s herstel met een bezoek aan de kaasmarkt.
Twan zet ze af op het dak van het waaggebouw van waaruit ze de hele markt kunnen overzien. Hij blijkt ook nog eens een prima gids te zijn.
‘De meeste mensen weten het niet, maar let op de klok. Om 11 uur heft de wachter die op de waagtoren staat zijn trompet en blaast een deuntje over de gracht. Dat doet hij drie keer per dag.  Hij is minder actief dan de toernooiruitertjes die draaien vlak achter hem ieder uur hun rondjes. Misschien iets voor Griet om aan mee te doen.
Maar nu eerst de kaasmarkt zelf.
Die figuur met zijn blikken ketting om de nek is de burgemeester, hij levert de wekelijkse gast om de kaasmarkt te openen. De ene keer is dat een beroemde Alkmaarder, de andere keer een ambassadeur van een bevriend land of de burgemeester van een zusterstad.
Vandaag is het Koen Verweij, dat blonde stuk dat zo goed kan schaatsen, die de openingsbel mag luiden. Moet je kijken hoe de meiden achter de dranghekken uit hun dak gaan.
Die man met de oranje hoed en een stok is de Kaasvader. Op deze plek is hij belangrijker dan de burgemeester. Hij is de baas van de vier vemen. Iedere veem heeft zijn eigen kleur dat zie je aan de berries en de hoeden van de kaasdragers.’

‘Wat een koddig loopje hebben die dragers’, zegt Griet. ‘Ik zou liever een keertje meedeinen op een kaasberrie, in plaats van op de rug van een ruitertje een saai rondje draaien.’
‘Dat heet de kaasdragersdribbel en alles kan met Twan. Ik werp jullie af op het rode veem en wacht op de hoek bij de weegschalen. Vliegen we daarna naar De Flamand voor een patatje, want dat wil ik niet missen.’
Miet knipoogt naar Twan, de therapie heeft goed gewerkt. Griet krijgt zowaar wat lef in haar vlooienlijf. Ze belanden tussen twee grote ronde kazen op de berrie van het rode veem en deinen lustig het Waagplein over op de dribbel van de dragers. Ze wiegen langs het publiek dat reikhalzend staat te kijken en foto’s maakt. Miet en Griet voelen zich net Willem en Maxima in de gouden koets.

In het waaggebouw, bij het wegen van de kaas, gaat het bijna mis. Miet verliest haar evenwicht, glijdt van de berrie en wordt bijna geplet onder het gewicht van vijf kilo. Behendig springt ze op zij en weet zo het vege lijf te redden. Griet staat lijkbleek toe te kijken. Was ze toch bijna haar steun en toeverlaat kwijtgeraakt. Miet slaat haar voorpootjes om haar zus.
‘Kom op, geen paniek, ik ben er nog’, zegt Miet en ze duwt haar het waaggebouw uit richting Twan, die kauwend op een kaaskorstje, staat te wachten. ‘Is er wat, jullie zien zo bleek, misselijk geworden van de deining?’
Miet vertelt dat ze aan een roemloos einde is ontsnapt. Vooral Griet moet het gebeuren verwerken. Slachtofferhulp is nog net niet nodig.

‘Lekker stel zijn jullie. Blijft dat zo? Bij elk uitje zo ongeveer aan de dood ontsnappen?
Weet je wat, om bij te komen varen we een eindje mee op de rondvaartboot. Daarna vlieg ik jullie naar huis.  Dat patatje haal ik dan vanmiddag wel.’

Terug in Egmond aan Zee, praten de zussen nog lang na over de kaasmarkt.
‘We gaan deze zomer nog een keer. Ik zou die bel wel eens willen luiden,’ zegt Griet.
‘Oh ja, en met welke beroemdheid zou je dat willen doen? Marco Borsato is vast al eens geweest.’
‘Wacht ik toch op Marco van Basten, de nieuwe trainer van AZ.’

zondag 20 april 2014

Miet en Griet 4

Griet neemt lichttherapie

Miet en Griet nemen hun intrek onder de vlonder van het strandhuis van Jan de Kwaker.
Ze weten uit ervaring dat ze daar de komende zomermaanden een goed onderkomen hebben.
Mocht er op het strand een zandkasteel verrijzen dan kan het zijn dat ze tijdelijk verhuizen. De meeste kastelen houden niet lang stand die worden in elkaar geprutst door klein grut met een emmertje en een schepje.
Verhuizen loont pas als de puberjeugd zich aan een bouwwerk waagt, maar dat komt weinig voor. De meesten liggen lui in het zand met een radio op volle sterkte en de blik op elkaars schaars bedekte lijven. Griet kan zich er wezenloos aan ergeren.

Voor nu heerst er rust onder de vlonder. Miet leest het Egmonder Sufferdje en maakt zich ondertussen zorgen om haar zus, die ligt bij te komen van alle avonturen.  Haar glimmende schild is dof geworden en ze slaapt liefst de hele dag.
Deze toestand moet niet te lang duren want voor je het weet lijden ze de hele zomer een saai bestaan. Ze wil het nog een dag aanzien, maar daarna moet er iets gebeuren. Misschien weet Twan een oplossing, die komt op zoveel plekken waar hij wijsheid opdoet.
Als ze ’s avonds met de meeuw onder een bankje zit legt ze haar probleem aan hem voor.

‘Dat klinkt niet best. We moeten zien die zus van jou weer op de pootjes krijgen. Om te beginnen haal ik straks wat paneermeel en knoflooksaus bij de visboer. Ik heb gehoord dat knoflook een gezond voedingsmiddel is, wie weet knapt ze daar van op. Ik wil haar morgen wel naar Bergen vliegen dan laten we die jongens van de dierenambulance even naar haar kijken.’
‘Is dat niet overdreven? De dierenambulance laten uitrukken voor een zandvlo?’
‘Welnee, die jongens zijn van het allesreddende soort, als ze de kans krijgen leggen ze een veldmuis nog aan het infuus. Vertrouw nou maar op mij. Het komt heus goed. Zorg jij maar dat Griet die knoflook slikt. Best kans dat ze het niet wil nemen vanwege de geur, ik begrijp dat ze daar nogal gevoelig voor is. Aan jou om haar van de noodzaak te overtuigen.’

Griet voelt zich zo belazerd dat ze tot alles bereid is om beter te worden. Stinkend knoflook, een nieuwe vliegreis, ze vindt alles best. Van de aandacht die ze krijgt lijkt ze al  een beetje op te fleuren. Diep in haar hart vindt Miet het voorstel van Twan maar niks. Twee vrijwilligers die zich over een zandvlo buigen.
’s Avonds leest ze in het Sufferdje een advertentie over lichttherapie bij oververmoeidheid en dreigende depressie. Dat lijkt haar voor Griet een betere behandeling. Lampen zijn altijd wel ergens te vinden. Twan kan haar desnoods op de straatverlichting dumpen.
Als hun vriend de volgende dag bij de strandopgang zijn opwachting maakt treft hij de gezusters met de krant in hun pootjes. Ze laten hem het artikel zien.
‘Meiden, die therapie ligt in jullie achtertuin. Wat zou je denken van de vuurtoren. Ik zet jullie er vanavond nog af, als ik de catering verzorg kunnen jullie er met gemak een paar weken doorbrengen. Prachtig uitzicht over zee en het achterland en ’s avonds en ’s nachts kan Griet net zo lang verlicht liggen als ze wil. 'Jan van Speijck', het resort voor zandvlooien om van een dreigende depressie te genezen. Wat wil een vlo nog meer.’

Miet zegt niks. Lichttherapie prima, maar een paar weken in die toren wonen, is andere koek.
Zoals gewoonlijk schikt Miet zich in haar rol om voor zuslief te zorgen.

Een gezonde Griet levert veel meer plezier op. 

maandag 14 april 2014

Miet en Griet 3

sluiten vriendschap

Als de zusters Zandvlo in IJmuiden, nog namokkend van boord gaan, lopen ze Twan Zeemeeuw tegen het lijf. Ze kennen hem oppervlakkig van de boulevard in Egmond.
Hij stroopt de hele kust af om aan de kost te komen en ook landinwaarts is hij vaste gast. Twan is een schreeuwlelijk en voor de duvel niet bang, maar er klopt een groot sociaal hart in deze vogel. ‘Wat kijken jullie narrig. Was het festival niet naar de zin? Ik heb me er kostelijk vermaakt en het eten was prima.’
Griet vertelt van haar act op het rouletteballetje en hoe dat afliep. Twan’s krijsende lach schalt over de pier. ‘Spring op’, zegt hij. ‘Ik vlieg jullie naar huis, of ik nou hier wat rondscharrel of in Egmond, het is mij om het even. Ik vlieg achter de duinen langs dan kunnen jullie genieten van de bollenvelden en bijkomen van het avontuur. Het is een zee van kleuren tussen Castricum en Egmond.’
‘En geuren’, zegt Griet. ‘Ik krijg hoofdpijn van hyacintenlucht.’
‘Zeur niet, Griet, we krijgen een lift naar huis. Het scheelt minstens twee dagen reizen.  Je knijpt boven de hyacinten maar even je neus dicht.’

Tijdens de vlucht scheert Twan over de bollenvelden en waarschuwt Griet als hij een hyacintenveld in het vizier krijgt. Van een eventuele vlooienmigraine wil hij de schuld niet krijgen en het lijkt hem voor Miet ook geen pretje. Die heeft zo al de pootjes vol aan haar zuster.
Vanaf hun plekje tussen de veren zien Miet en Griet van alles onder zich voorbij trekken. Ze wijzen op een rood ovaal gebouw.
’Dat is het voetbalstadion. Voor een meeuw gevaarlijk grondgebied. Tijdens de wedstrijden ben je er niet welkom en als je daarna probeert de grasmat met je poten om te woelen ben je je leven niet veilig. Mijn neef Jonat is er vleugellam geraakt. Een vogel die niet kan vliegen is ten dode opgeschreven.  We brachten hem naar dat andere grote gebouw, wat je vanaf hier ook kunt zien, dat is de vuilververbrandingsoven van Alkmaar. Het Mekka voor meeuwen, daar is het een komen en gaan van vuilniswagens en dus is er voldoende voedsel voor mij en mijn kornuiten. Jonat heeft daar een vaste stek en redt zich prima. Ik kan jullie wel eens meenemen op excursie.’
Miet ziet meteen mogelijkheden voor een langere vlucht, naar de Achterhoek bijvoorbeeld, en hapt toe.
Griet lijkt het maar een gore bende en sputtert tegen, de lucht daar is vervuild en niet goed voor je longen. ‘Longen? Hebben wij die dan?' vraagt Miet. ‘Waar moeten we die laten in onze kleine lijven. Jij hebt altijd wat te zaniken en vergalt een hoop plezier. Ga lekker onder de vlonder van Jan de Kwaker zijn strandhuis zitten kniezen. Ik ga met Twan op pad als hij dat vraagt.’
‘Meiden, ik ben een lawaaipapegaai met een grote bek, maar heb een hekel aan ruzie, denk er maar eens over. Misschien moeten we beginnen met een bezoek aan de kaasmarkt. Dat is rustiger en heeft wat meer standing. Moet je mij nou eens horen. Een meeuw die over standing praat. Kul natuurlijk want ik hang daar rond om ordinair te foerageren, dat gedoe met die berries, de malle loop van de kaasdragers en het luiden van de bel zal mij een zorg zijn. Ik kom daar om bij De Vlaming een patatje te scoren en bij de Mac haal ik een blaadje sla. Met een beetje mazzel laat een toerist een stroopwafel vallen en zie daar, Twan’s driegangenmenu is compleet. Om je vliezen bij af te likken. Tot september elke vrijdag prijs.’

‘Breng ons nou eerst maar naar huis’, zegt Griet. ‘Ik moet bijkomen van alle gebeurtenissen. Varen, rondjes draaien op de roulettetafel en een vliegreis, het is voor mijn zwakke gestel genoeg geweest.’
Miet haalt gelaten haar schouders op. Ze kent haar plek. Voorlopig maar even gas terugnemen, maar niet voor lang.
‘Kom donderdag even langs,’ fluistert ze Twan in zijn oor. ‘Eind van de week is ze wel weer voor een uitje te porren.’

dinsdag 8 april 2014

Miet en Griet 2

enteren een cruiseschip

Terwijl het zandvlooienfestival in volle gang is en Miet op de beat van de Vlooienband uit haar dak gaat, laat Griet in de beautykraam haar schildje poetsen. Het is duidelijk dat de organisatoren van dit feest goed hebben rondgekeken op het strand van Almere tijdens de Libellezomerweek. Er is voor elk wat wils.
Na de behandeling vlijt Griet zich in een kussen van een comfortabele loungebank.
Ze heeft uitzicht over de Noordzee.
Op de rede ligt een cruiseschip te wachten op de loods om naar binnen te varen.
Griet mijmert weg, een tripje op zo’n loveboat staat al jaren op haar verlanglijstje.
Miet die uitgedanst is, zakt moe maar voldaan naast haar neer. Griet merkt het niet.
Als Miet haar waas voor ogen ziet, weet ze hoe de vlag erbij hangt. Griet droomt van een cruise. Voorzichtig schudt Miet aan haar zus die verdwaasd naar haar opkijkt.
‘Wakker worden, Griet, als we snel zijn kunnen we in de broek van de loods meevaren naar dat schip. Wat denk je is een trip door het Noordzeekanaal naar Amsterdam ver genoeg om je honger naar een cruise te stillen?’
Griet bedenkt zich geen moment, springt op en is al op weg naar de loodsboot.
Het gaat Miet helemaal naar de zin, want dit uitstapje gaat ervoor zorgen dat zij deze zomer naar de Zwarte Cross in de Achterhoek kan. Voor wat, hoort wat. Griet houdt niet van dat wilde gedoe, vorig jaar heeft ze het feest nog kunnen tegenhouden, maar dit jaar gaat haar dat niet lukken.

De gezusters worden probleemloos aan boord van de Bella Vista geloodst. Ze gaan meteen naar het casino en bekijken de mensheid, dat hier keurig gekleed, probeert zijn verdiende geld kwijt te raken.
Griet, bescheiden en meestal op de achtergrond, raakt zo enthousiast dat ze op het rollende balletje springt en als een volleerde kermisklant draait ze gillend rondjes. Ze komt op nummer 33 zwart tot stilstand, waar haar glimmend gepoetste schild het licht van de kroonluchter weerkaartst. Ze hoort een gil en iemand roept; ‘Gadverdamme een vlo, croupier veeg dat beest van tafel.’
Griet weet net op tijd weg te springen en eindigt op haar rug in het hoogpolig tapijt.
Miet heeft het van een afstandje zien gebeuren en is woedend. Ze trekt haar zuster aan de voorpootjes overeind en scheldt haar en passant de huid vol. ‘Ben jij helemaal gek geworden, als een idioot rondjes draaien op de roulettetafel, dat is vragen om ontdekt te worden. Het is bij jou altijd alles of niets.
Ze denken nu vast dat er een vlooienplaag aan boord is, die lui weten niet dat wij maar met z’n tweeën zijn. De kapitein krijgt bij voorbaat al jeuk als hij aan de krantenkoppen denkt. 'Vlooienplaag op cruiseschip'  Die stuurt de jongens van Rentokil met hun verdelgende middelen op ons af. Dat gaat ons geheid de kop kosten, we sterven een benauwde dood.
Wegwezen hier. Je hebt je maidentrip mooi naar de filistijnen geholpen. We zoeken een vrachtschip en gaan terug naar de kust.’

Miet heeft zwaar de pest in. Griet doet het zwijgen toe. De Achterhoek is verder weg dan ooit. 




vrijdag 4 april 2014

Miet en Griet 1

Twee zandvlooien, Miet en Griet wonen tijdelijk in een zandkasteel op het strand van Egmond aan Zee. Terwijl de zon het wateroppervlak raakt zitten Miet en Griet op hun balkon.
Griet leest het Egmonder Sufferdje waar nooit iets lezenswaardig in valt te zien en Miet mijmert over het jaarlijkse zandvlooienfestival in IJmuiden. Vorig jaar hadden ze daar groot succes met hun kwallenmoes op een bedje van zeegras. Dit jaar moet er iets komen wat die lekkernij kan evenaren.
‘Wat ik nu toch lees’ zegt Griet. ‘Weet je nog dat maanden geleden een zeecontainer met zwarte korreltjes aanspoelde? Sjef Kokkel, de eigenaar van restaurant 'Zeeschuim', schrijft er een column over. Hij verzamelde een schoenendoos vol van dat spul en zaaide het uit in zijn moestuin.  Nu blijkt dat het zaad van een exotische vingerplant is.
Tante Wiertje, die aanvoerder is van Sjef’s keukenbrigade, bedacht er een recept voor.
Heel Egmond lepelt van de vingerplantsoep die je bij Sjef kunt afhalen.’
‘Huh, Egmond aan een exotisch gerecht? Dat mag een wonder heten, Griet.
Egmonders houden niet van aparte zaken, daarbij zijn het echte visliefhebbers. 
Die soep moet goed spul zijn. Wij zijn hiermee uit het vraagstuk voor het festival in IJmuiden.
We versieren bij Sjef een pan vingerplantsoep en paaien daarmee alle festivalgangers.
Onze aanwezigheid daar, kan niet meer stuk.’

Griet, met haar kleinkorrelig denkraam, ziet meteen bezwaren.
'Hoe denk jij een pan met soep in IJmuiden te krijgen? Ik ga daar in geen geval mee zeulen. Kwal op een bedje van zeegras laat zich over water makkelijk vervoeren, maar soep van een vingerplant en ook nog eens in een pan, gaat over deinend zeewater niet lukken. Die is zuur geklotst voor we aankomen.'
'Griet, doe toch niet zo moeilijk, jij ziet werkelijk overal lijken drijven. We jutten een houtvlot en wat touw, sjorren het smaakvolle geheel goed vast en varen naar IJmuiden.'

Tevreden met zichzelf en het goede idee gaan Miet en Griet ter kooi in hun zandkasteel.
’s Morgens ontwaken ze, een eind afgedreven, op het basalt van de borstwering bij Petten.
Geen skyline van windmolens, maar de kerncentrale en zijn koeltoren is hun uitzicht deze ochtend. IJmuiden met zijn rokende schoorstenen lijkt ineens heel ver weg.
Zoals gewoonlijk springt Griet in haar stressmodus, maar Miet ziet al snel een oplossing voorbij komen. Fred van der Haast een marathonloper op trainingsronde biedt ze ongemerkt een lift. Ze springen op zijn veters en nog dezelfde dag zijn ze weer in Egmond aan Zee, waar ze een aantal dagen hun best moeten doen om een pan soep en vervoer te organiseren.
Op het strand is voldoende hout te vinden, want de Egmonders zijn bezig hun strandhuisjes op te bouwen. Als Jan de Kwaker zijn pan soep in het zand zet om een lang kletspraatje met de Jutter te maken, heeft hij het nakijken en moet hij zijn broodje paling droog eten.
Ondertussen peddelen Miet en Griet met aanlandige wind hun Gammapallet naar IJmuiden.

Een week later staat in het Egmonder Sufferdje het wonderbaarlijke nieuws dat Sjef Kokkel zijn soep, zelfs onder de meest extreme visliefhebbers in IJmuiden, een groot succes is.
Van zandvlooien moet je het hebben.