donderdag 25 september 2014

Miet en Griet 16

Miet en Griet vieren een overwinning

Vandaag worden de zusters in alle vroegte gewekt door Twan die, luid snaterend en opgewonden, voor hun zandkuil heen en weer stapt. Gealarmeerd storten ze zich naar buiten. Ze begrijpen er niets van. Twan is gisteren nog geweest en toen was hij zo rustig als een meeuw kan zijn.
Er moet iets ernstigs aan de hand zijn.
Twan houdt een stuk krant in zijn snavel en dropt het aan de pootjes van Miet en Griet.
‘Lezen’, gebiedt hij.
Miet en Griet zien een foto van Twan met daarboven de kop:

‘Geen steun voor meeuwenplan’
Het college van B&W in Alkmaar is van mening dat het plan om meeuwen hun beschermde status te ontnemen niet kan worden gesteund. De gemeente heeft voldoende maatregelen genomen om het leven van de meeuwen zuur te maken.

‘Ha, ons kamerlid trekt aan het kortste eind. Ze weten er daar in Alkmaar niets van, maar wij hebben er toch maar mooi aan meegewerkt.’

‘Mijn idee’, zegt Twan. ‘Ik kom jullie halen voor een feestontbijt, we gaan de overwinning vieren. Op naar de stad waar, ondanks alle maatregelen, nog altijd veel te snaaien valt.
Er zullen altijd burgers blijven die het met adviezen en verzoeken, wat betreft afval,  niet zo nauw nemen en daar hebben wij meeuwen gemak van.
We beginnen bij de Mac en dan vliegen we door naar de Hema voor een heerlijk restje tompouce. Daarna laat ik de VVD-er nog even een poepje ruiken en flats zijn stoep lekker onder. Het meeuwenleven is weer helemaal de moeite waard. Opstappen meiden, we gaan.’

woensdag 17 september 2014

Miet en Griet 15

Prinsjesdag

Miet en Griet hebben op aanraden van Twan in Madurodam overnacht. Ze hebben daar kunnen bekijken hoe het er op het Binnenhof echt uitziet.
De zusters zijn vandaag op tijd vertrokken. Twan vliegt de route die de Gouden Koets zal volgen en hij belooft dat hij op de terugweg boven de koets zal vliegen, zodat ze goed kunnen zien wie er allemaal meerijden en marcheren, want de rijtour gaat gepaard met veel militair vertoon.
Twan dumpt zijn vrachtje op de rode loper voor de ridderzaal en de zandvlooien nemen binnen hun plaatsen in. Als de hooggeplaatste gasten verschijnen, zien ze meteen dat de wraakactie een makkie gaat worden.

’En wij maar denken dat al die lui in jacquet moeten verschijnen, Nou blijkbaar is dat protocol aangepast, want veel kamerleden zijn in kostuum, wel van goede snit. Maatpakken zullen we maar zeggen. Wij kunnen ons slachtoffer eenvoudig de maat nemen en hoeven niet langs een vest te wurmen. Via de stropdas zo de kraag in, gif afzetten en als hij onrustig begint te worden horen we de troonrede vanaf zijn revers aan. Zie je dat, de Minister van Buitenlandse Zaken heeft een knalblauwe stropdas om, steekt lekker af bij al die andere grijze muizen. Minister Blah,Blah, kijkt niet vrolijk, die ligt behoorlijk onder vuur van een aantal oudgedienden. Hij gaat het nog lastig krijgen de komende weken.’

‘Griet, vergeet je niet waarvoor we hier zijn, je lijkt wel een verslaggever van RTL-Boulevard, nog even en je doet verslag van de hoedjes die hier te zien zijn. Ha, daar is ons kamerlid, kijk uit dat ie niet bovenop je gaat zitten. Spring op zijn broek, als hij eenmaal zit klimmen we naar boven. Vanuit zijn overhemd kunnen we de boel mooi overzien. Zo dat gaat vlot, zit je goed? Ik stel voor dat we bij de eerste woorden van de Koning het klusje klaren. Zodra de VVD-er jeuk krijgt en ons in de verdrukking dreigt te helpen, wegwezen naar de buitenkant van zijn pak.’

‘Leden der Staten Generaal’ …
‘Nu’, sist Miet. De zusters spuiten hun giftige goedje in de nek van Twan zijn belager en het duurt niet lang voor zijn wijsvinger aan binnenkant van zijn kraag verschijnt.
Het VVD kamerlid beleeft een benauwd uurtje, hij kan geen kant op met zijn jeuk en hij heeft geen idee waar dat zo plotseling vandaan komt.  Hij zal blij zijn als hij op zijn kamer kan kijken wat er aan de hand is. Helaas zal de man nooit weten dat het zandvlooien waren en niet het label in zijn nieuwe overhemd.
Miet en Griet vergapen zich ondertussen aan de Koningin die voor haar doen nogal stijfjes op de troon zit. Nou ja, straks mag ze weer breed lachen en uitbundig zwaaien.
Jammer dat Twan dit niet kan meemaken. Tenslotte is het allemaal met hem begonnen.

‘Leve de Koning, Hoera, Hoera, Hoera.’ Buiten horen ze een meeuw luid schateren.
Voor Miet en Griet is het tijd zich uit de voeten te maken. De commissie van in-en uitgeleide heeft geen idee van de ongenode gasten.
Twan zit op het dakje boven de rode loper op de zusters te wachten. Als de Koning en Koningin het vaandel groeten pikt hij de zussen op en vliegt met ze naar het Mauritshuis.
Betere plek is er niet om de begeleiding van de Gouden Koets te beginnen.
Missie geslaagd!

dinsdag 9 september 2014

Miet en Griet 14

Miet en Griet verhuizen

‘Heb je al bedacht op welke plek je wilt overwinteren, Griet?
Jan de Kwaker is bijna klaar met het afbreken van zijn strandhuisje. We kunnen meegaan naar de winteropslag, maar dan komen we ergens buiten het dorp in een afgedankte bollenschuur te recht en daar voel ik persoonlijk niets voor. Als het aan mij ligt blijven we in de buurt van de centrale strandopgang, daar valt doorgaans meer te beleven. Weer of geen weer er zit altijd wel een stel Egmonders op het bankje te ouwenelen en zo blijven we op de hoogte van alle wel en wee in het dorp. Ik stel voor dat we een kuiltje aan de voet van de vuurtoren zoeken, zitten we hoger dan de boulevard en uit de wind. Zelfs de najaarsstormen zijn daar goed te verduren.
Vorig jaar is het ons aan de boulevard in de buurt van die verwarmde, overdekte terrassen toch niet zo goed bevallen. Weet je nog hoe we bijna zijn opgeveegd door een overijverige schoonmaker, nadat het duinzand hoog tegen de drempel was opgewaaid.
Voor Twan is het ook prettiger ons daar te bezoeken, het is er zo natuurlijk dat zelfs een meeuw niet opvalt.’

‘Je hebt het duidelijk alweer uitgedokterd en dit keer vind ik het prima. 
We overwinteren aan de voet van de Jan van Speijk. Morgen verkassen, dan zijn we op de plek als Twan op zijn woensdagvlucht Egmond aandoet. Trouwens wordt het niet tijd na te denken over die trip naar Den Haag. We hebben nog een week om ons voor te bereiden, we moeten woensdag met Twan overleggen hoe hij die wraakactie denkt te realiseren.
Brengt hij ons naar Den Haag of reizen we met het kamerlid mee, dat laatste wordt dan nog een hele puzzel. Gaat die man met de trein? Heeft hij het jacquet dan al aan? Mij lijkt dat geen dracht om in te reizen. Ik denk dat we beter een dag eerder in Den Haag kunnen arriveren om ons te oriënteren in de ridderzaal. Ik wil weten in welk vak we moeten zijn.
Stel je voor dat we de verkeerde te grazen nemen. Hoewel, ik zou Minister Bla, Bla van Justitie en Veiligheid, die doet alsof heel Nederland nog op de kleuterschool zit, gerust een week jeuk willen bezorgen, samen met zijn assistent staatsecretaris. En dat vriendelijke vrouwtje achter haar antieke rollator, zou ook een toontje lager mogen zingen.’

‘Griet zo ken ik je niet, je blijft wel in je rol van valse zandvlo, straks ga je het hele kabinet nog te lijf. Als je maar van die aardige man van Buitenlandse Zaken afblijft, die heeft deze zomer zwaar en knap werk verzet. Petje af.
We zouden naar Den Haag om Twan zijn vijand een lesje te leren, laten we het daar nou maar bij laten.’

‘Ja, en jij lijkt erg mild geworden nadat je die wietplantage niet kon doorzetten.
Oeps er valt zand in mijn ogen. Jan de Kwaker begint te breken aan de vlonder, ons kuiltje staat op instorten. Kom Miet, we vertrekken vandaag nog. Op naar de winterresidence Jan van Speijk.’

donderdag 4 september 2014

Miet en Griet 13

Miet zaait onrust

In de loop van de week ontvouwt Miet haar plan. Het is geniaal, maar voor het kamerlid niet zonder gevaar. Griet is het er dan ook niet mee eens. Miet heeft bedacht een paar kleine omstreden vingerplanten van Sjef Kokkel te rooien en die af te werpen in de tuin van de VVD-er. Natuurlijk is het de bedoeling dat die dingen daar wortelen en uitgroeien tot prachtige planten.
En natuurlijk hoopt Miet dat de buurman van het kamerlid daar lucht van krijgt, met alle gevolgen van dien. Miet heeft op voorhand dolle pret. Ze ziet de krantenkoppen al voor zich. ‘Kamerlid heeft wietplantage in achtertuin.’
Griet vindt het grof geschut, hoewel afschieten van meeuwen ook niet zachtzinnig is.
Ze vraagt zich af wat Twan van het plan vindt. Hij is van het vredelievende soort en zal ondanks alles het kamerlid geen schade willen berokkenen. Miet denkt er duidelijk anders over. Die man moet een lesje leren.

‘Schade aanbrengen aan zijn carrière zul je bedoelen.. Het zijn bijna maffiapraktijken die je hebt uitgedacht, zeker geleerd van die Luigi die Italiaanse steilewandacrobaat in zijn strakke leren pak. Ik wist wel dat hij geen goede invloed op je had. Freek Ekster had gelijk, die motorvlo deugt niet. Ik vind het een slecht plan. Je moet je schamen dat je zoiets kan bedenken.’
Ai, daar raakt Griet een open zenuw. Luigi betekent meer voor Miet dan ze wil toegeven, hem voor een lid van de maffia aanzien doet pijn. Mokkend trekt ze zich terug in een hoek van hun zandhol.  Eerst deze, door Griet uitgedeelde klap, verwerken. Daarna zal ze zien of ze het wietplan doorzet. Stel dat Twan het afkeurt, dan gaat ze de boel in het kasje van Sjef niet overhoop halen.

Als Twan op zijn woensdagvlucht Egmond aandoet treft hij de zussen in ijzige stilte aan.
Er is duidelijk iets aan de hand. ‘Kom op meiden, vertel Twan wat er loos is, ik zie dat de verhouding tussen jullie ernstig is verstoord. Kan ik helpen in de koude oorlog?’
‘Het heeft alles met jou te maken’, zegt Griet. ‘De oplossing ligt dus ook in jou vlerken.
Miet wil als straf wietplanten afgooien in de tuin van het kamerlid dat jou en je soortgenoten bedreigt. Ik vind dat een maffiose aanpak en zal er niet aan meewerken.
Sinds ik dat heb gezegd, is Miet niet te genieten. Wil zoals gewoonlijk haar zin, maar dit keer gaat dat niet lukken.’
‘Het gaat er niet om mijn zin te krijgen. Het gaat om wat je over Luigi hebt gezegd. Dat neem ik je kwalijk.’

Twan, die van Luigi nog nooit heeft gehoord, begrijpt er niets van. Luigi, wietplanten, kamerlid, het kleine vogelbrein van de meeuw ziet het verband niet.
Hij besluit die figuur achter in zijn schedeltje te parkeren en daar later maar eens naar te vragen. Eerst dat onzalige plan van Miet torpederen. Zwijgend hoort hij het gekibbel van de zusters aan. Het geeft hem de tijd het idee van Griet nog eens te overdenken. Hij stelt voor het kamerlid tijdens prinsjesdag een dagje ongemak te bezorgen, strak ingesnoerd in jacquet en dan jeuk op je rug hebben tijdens de troonrede, dat lijkt de Twan de ultieme wraakactie. Daarna zand over het hele gedoe en de wintermaanden aan de kust zien te overleven.

Griet vindt het een goed idee en uiteindelijk gaat Miet overstag op voorwaarde dat ze de aanval op het Binnenhof mogen inzetten.  Meteen een pracht gelegenheid om de gouden koets met inhoud te bekijken.

maandag 1 september 2014

Miet en Griet 12

Miet en Griet zinnen op wraak

De zusters zitten samen met Twan te mijmeren onder het bankje aan de boulevard van Egmond aan Zee. Het zomerseizoen zit er bijna op en dat brengt voor iedereen zorgen mee. Miet en Griet raken hun beschermde onderkomen kwijt omdat de strandhuisjes afgebroken moeten worden.
Ieder jaar weer geeft dat huisvestingsperikelen. Je zou zeggen dat die twee beter moeten weten, maar niets is minder waar. Begin september is altijd goed voor stress en rijst de vraag waar ze hun winterresidence zullen inrichten. Twan heeft andere zorgen en deelt die met zijn vriendinnen. ‘Vijf september is de laatste kaasmarkt van het seizoen. Het wordt aanzienlijk rustiger in de stad en er valt minder te snaaien in de straten en op de terrassen. Veel meeuwen zullen dan hun kostje aan de kust bij elkaar scharrelen. Daar zullen ze bij de VVV wel blij mee zijn. Eindelijk minder overlast van ons gevleugelde soort.’

‘De VVV? De VVD zul je bedoelen, er woont toch een kamerlid in de stad dat jullie liever ziet gaan dan komen. Wist je dat hij Natuur en Dierenwelzijn in zijn portefeuille heeft, toch raar dat zo iemand jullie het liefst wil afschieten. Eigenlijk zouden we hem eens een lesje moeten leren.’

‘In Den Haag is dat gebeurd, daar hebben de duiven het voor ons opgenomen. Het kamerlid zag de stomerijkosten aanzienlijk oplopen, duivenpoep is een agressief goedje.’

‘Te makkelijk, even van je afflatsen. Daarbij valt de stomerij waarschijnlijk onder onkostenvergoeding dus hij merkt daar weinig van. Nee, we moeten hem meer last bezorgen.’

‘Waar denk je aan, Miet. Moeten we hem van jeuk voorzien? We zouden in zijn tuin kunnen overwinteren en dan op gezette tijden tussen zijn lakens kruipen. Zie je hem al in de trein naar Den Haag zitten? Krabben dat het een lieve lust is. Niemand wil naast hem zitten, denkend dat hij vlooien heeft. Tijdens de debatten kan hij niet stilzitten van de jeuk.
De kamervoorzitter zal er wat van zeggen, alle ogen gericht op het kamerlid van de VVD.
Ik kan me er nu al op verheugen.
Nadeel is dat wij naar de stad moeten verhuizen terwijl Twan juist de kust opzoekt, dat is de omgekeerde wereld.’

Even is het doodstil onder het bankje, dat Griet zoiets vileins bedenkt mag een wonder heten.
Het lijkt wel of het verblijf in de Achterhoek haar heeft veranderd. Nu nog de zenuwen de baas worden en Griet is een andere zandvlo. Twan waardeert het meeleven van zijn vriendinnen, maar een verhuizing naar de stad zal hij niet van ze verlangen.
Een eventuele wraakactie moet anders aangepakt worden. Behalve van zich afflatsen heeft Twan vooralsnog geen idee hoe hij het kamerlid eens flink op zijn nummer kan zetten.
Miet daarentegen zie met het oranje licht van de zonsondergang ook het licht tot een wraakactie.
‘Twan, haal ons vijf september op voor een laatste bezoek aan de kaasmarkt, kom een beetje op tijd en neem een paar maten mee. We spreken af bij het kasje van Sjef Kokkel.’

‘Miet wat voer je nu weer in je schild, waar ik niet van weet?’
‘Geen zorgen, Griet, ik leg het je nog wel uit. Belangrijk is dat Twan voor voldoende vervoer zorgt. Op zijn Achterhoeks, ‘Alles kump goed.’