woensdag 23 december 2015

Miet en Griet 38

Eind goed al goed

De opmerking van Miet over de opvang op Texel heeft zijn doel niet gemist.
Griet heeft er een dag schuldbewust op zitten broeden, zich afvragend waarom ze tegen de afgedwaalde spreeuw is. Het beest heeft haar met geen haar gekrenkt en overlast heeft hij tot nu toe niet veroorzaakt. Zelfs voor hun deur ligt hij niet in de weg.
Griet zit met zichzelf in de knoop, wat is dat toch met haar. Altijd op haar hoede, nooit eens spontaan reageren. Het tegenovergestelde van haar zuster, die overal avontuur inziet en daardoor het risico neemt in zeven sloten tegelijk te lopen, waar Griet haar dan uit moet redden. Zou het angst voor het onbekende zijn? Zij moet altijd maar afwachten wat Miet overhoop haalt, maar hoe erg is dat nou helemaal? Iedere keer is gebleken dat alles op zijn pootjes terechtkomt. Meestal met behulp van Twan, maar toch …
Griet zucht eens diep, aan die angsthazerij moet een eind komen.

Buiten begint Sverre bij zijn positieven te komen. Naast hem zit een zorgelijke Miet trouw op wacht. Juist op dat moment strijkt Twan naast haar neer. Zoals gewoonlijk komt de meeuw als geroepen.
‘Wat ben jij lang weggebleven, zit de Haakongroep soms alweer in Zweden?
Hoe moet het nu verder? Het is Sverre gelukt zonder dat hij er weet van heeft een wig tussen Griet en mij te drijven. Ze zit binnen met een bui om op te schieten. Als die vogel voor nog meer onmin met mijn zuster zorgt, mag hij vandaag nog afreizen.’
Griet, die zich heeft voorgenomen de ruzie met Miet bij te leggen, vangt de laatste zin op.
‘Dat hoeft niet Miet, ik heb me kinderachtig gedragen. Wat maakt een buitenlandse spreeuw meer of minder uit, hij is geen reden om ruzie over te maken. Jij en ik hebben wel voor heter vuren gestaan.’
Miet haar bekje valt open van verbazing. Opgelucht omhelst ze haar zuster.

Twan vertelt dat de spreeuwen Amsterdam als overwinteringsplek hebben gekozen.
Er is daar op straat ruim voldoende te snaaien en doortrekken is niet noodzakelijk met de zachte winter hier. Weliswaar is Amsterdam voor een spreeuw als Sverre, met het verslavingsgen onder zijn veren, een verleidelijke stad, maar de rest van de groep zal goed op hem passen.
‘We wachten tot hij vliegklaar is en dan breng ik hem naar zijn soortgenoten.
Ik moet namens Haakon bedanken voor de opvang en mochten jullie zin hebben om naar Zweden te komen dan zijn jullie altijd welkom.’
Miet en Griet zijn er stil van. Ze kunnen 2015, een jaar waarin veel is gebeurd, met een gerust hart afsluiten.

Boven hun hoofden zet Sjef Kokkel een krijtbord op straat.
‘Tijdens de Kerstdagen is restaurant Zeeschuim volgeboekt.’

zondag 13 december 2015

Miet en Griet 37

Linke soep

In restaurant ‘Zeeschuim’ zijn de rapen gaar.
Sjef Kokkel heeft stiekem de beschadigde wietplanten als kruid in zijn beroemde soep laten verwerken.
Niet iedereen is bestand tegen het goedje en zo kan het gebeuren dat een aantal van de klanten na het eten van de soep onwel wordt. De eters klagen over duizeligheid en dubbelzien. Dergelijk nieuws gaat in het dorp als een lopend vuurtje en de lokale journalist pikt het bericht al snel op. Eindelijk weer eens een schandaaltje in het Sufferdje.
‘In restaurant Zeeschuim wordt de soep zo heet gegeten als hij wordt opgediend’, staat er boven zijn artikel. Heel Egmond smult van het verhaal.
De concurrentie wrijft zich al in de handen. Dit bericht kan het restaurant van Sjef noodlottig worden.
Tante Wiertje, de bedenkster van het onvolprezen gerecht, begrijpt er niets van. Zij heeft geen andere handelingen verricht en weigert te geloven dat de plotselinge ziekte die haar soep aanricht een gevolg is van haar receptuur. Sjef vertelt zijn tante van zijn geheime kas en de weggewerkte schade. Wiertje dient haar neef gepeperd van repliek.
Haar kookkunst en het restaurant zo te kijk zetten, is hij helemaal gek geworden. Heeft hij soms zelf van dat spul uit de kas gerookt? Ziet hij het nog wel helder?  Nog een keer zo’n misser en zij staat in de keuken van eetcafé de Branding. Hij weet, met haar vertrek kan hij zijn tent sluiten. Ze besluit haar relaas met een een reddingsactie.
‘We nodigen de vuilspuitende correspondent en de slachtoffers uit voor een gratis diner om het goed te maken. We leggen uit dat we een vervuilde zending kruiden hebben gebruikt. Die schuldbekentenis moet uiteraard in het Sufferdje worden geplaatst. Daarmee is mijn  eer en jouw restaurant gered. Wat jij in het duin uitspookt met die motormuizen uit de regio is jouw zaak, maar je houdt louche praktijken en restaurant voortaan gescheiden.’
Sjef sputtert nog wat over het gratis diner, maar kiest toch eieren voor zijn geld.
Meer schade kan hij zich niet permitteren.

Griet die het bewuste artikel over de soep zit te lezen, houdt haar zuster de krant onder de neus. ‘Wat denk je, zou die spreeuw en de ziekmakende soep te combineren zijn? Jij hebt vorig jaar samen met de strandjutter dat kasje van Sjef ontdekt, ik vraag me af of één en één hier twee is. Er zit een luchtje aan dit gedoe. Trouwens, Twan blijft wel erg lang weg.
Alle kans dat die Scandinaviërs voortvluchtig zijn. Ik vrees dat we nog lang niet van de spreeuwentroep zijn verlost.’
‘Nou en?’ Miet haalt haar schildje op. ‘Je bent wel snel vergeten dat we zelf dit voorjaar afhankelijk zijn geweest van de opvang op Texel. Als Sverre een zandvlo zou zijn zou je vast anders praten. Wel eens van tolerantie gehoord?’

In huize Zandvlo wordt de rest van de dag gezwegen en zakt de stemming onder nul.

zondag 29 november 2015

Miet en Griet 36

 Opvangcentrum

Terwijl Sverre zich suf eet en snuift in het kasje van Sjef Kokkel, zitten Miet en Griet met Twan aan tafel. Hij doet verslag van zijn bezoek aan de spreeuwenkolonie. Griet vindt dat het probleem al is opgelost. De spreeuw is met de noorderzon vertrokken dus waar zullen ze zich druk over maken. Miet is het, zoals gewoonlijk, niet met haar eens en vindt dat ze een zoektocht moeten organiseren. Twan zegt dat ze het zoeken beter aan de spreeuwen kunnen over te laten. Het is niet de eerste keer dat de vogel op drift is geraakt.
Griet weet genoeg. ‘Zie je nou wel, bemoei je niet met dat beest er komt narigheid van, ik voel het.’

Ondertussen heeft Sjef ontdekt dat er schade aan de vingerplanten is. Als de klanten van de motorclub hier lucht van krijgen zijn de rapen gaar. Sjef besluit de beschadigde planten in zijn soep mee te koken. Of je nou zevenblad verwerkt of een wietplant. Als je de bladeren goed fijn maalt, is er geen haan die ernaar kraait. Sverre begrijpt dat hij maar beter het hazenpad kan kiezen. Als Sjef met de oogst het kasje verlaat fladdert een spreeuw rakelings over zijn hoofd. Verbaasd kijkt hij de vogel na die, als een drone op zijn eerste proefvlucht, zigzaggend koers naar zee zet. Sverre’s navigatie is door de wiet behoorlijk gestoord geraakt en de storm die er staat, maakt de vlucht nog zwaarder. Hij mist op een haar na de vuurtoren en ploft ongecontroleerd onder het bankje aan de boulevard dat Miet hem heeft gewezen. De ruime consumptie uit het kasje mist zijn uitwerking niet.
Hij ziet nog net dat een zeemeeuw, met wind tegen, moeizaam op de rugleuning neerstrijkt.

Twan bekijkt het hoopje veren. ‘Stoned als een garnaal, die kan hier niet blijven liggen.
Als de reddingsbrigade met deze zuidwesterstorm wandelaars van het strand plukt, moet het voor een gedrogeerde spreeuw helemaal gevaarlijk zijn. In deze toestand ligt hij in zee voor hij er erg in heeft. Dit gaat Griet niet leuk vinden, maar ik breng hem toch naar het kuiltje van de zusters. Ik graaf hem in een beetje in zodat de wind geen vat op hem krijgt. De zandvlooien moeten op hem passen terwijl ik de Haakongroep waarschuw.’

Als Twan met de lamme vogel aankomt, schiet Miet meteen in de hulpmodus. Griet steekt geen poot uit. De achterdocht druipt van haar schild. Twan lijkt wel gek geworden om hun kuiltje tot opvangcentrum te bombarderen. Belachelijk dat Miet zich laat zandstralen vanwege een drugsverslaafde spreeuw. Bij haar kent hulpverlening geen grenzen.
Griet heeft haar grens getrokken en blijft binnen.

zondag 1 november 2015

Miet en Griet 35

Buitenbeentje

Aan de kust gaan geruchten met de snelheid van een vogelvlucht.
Zo kan het gebeuren dat Twan als snel op de hoogte is van het probleem waarmee zijn vriendinnen zijn opgezadeld. Hij vermoedt dat het hier om Sverre gaat. Een spreeuw uit Zweden die elk jaar probeert aan de Nederlandse kust te overwinteren. Sverre betekent druktemaker of, hij die draait als een wervelwind. Deze spreeuw doet zijn naam geen eer aan. Hij is lui en waait met alle winden mee. Haakon zijn vader en tevens leider van de spreeuwengroep heeft zijn vleugels vol aan de rebel.
Twan kent de buurt en de boom waar de Haakongroep jaarlijks een paar dagen pauze houdt voor ze doortrekken naar Centraal Europa. Hij besluit poolshoogte te nemen.
Vanaf grote afstand is het gekwetter van de spreeuwen te horen. Er blijkt een stevige discussie gaande over de vermiste Sverre.
De ene helft wil hem lossen zodat ze eindelijk kunnen doorvliegen. De andere helft vindt dat er een zoektocht naar de verloren zoon moet komen.
Twan vertelt van de vogel die zonder aankondiging voor de deur van de zusters Zandvlo is gaan liggen.

Bridget, Sverre’s jongere zuster, trekt boos van leer. ‘Er is altijd wat met die losbol. Ik heb wel gezien dat hij tijdens onze dansvlucht boven de polder, de randen van het patroon zocht en zich niet hield aan de afgesproken navigatie. Het is zijn manier om aan de groep te ontsnappen. Typisch mijn broer om als een dooie mus de aandacht te trekken in de hoop dat ze zich over hem ontfermen. Vorig jaar kreeg hij asiel in Bergen. Maar we moesten hem wegens wangedrag uit de opvang halen. Dronken als een tor omdat hij geen maat wist te houden met de jeneverbessen. Het is niet te hopen dat de ijverige vrijwilligers al zijn uitgerukt. Te veel eer voor die fladderaar. Zeg maar tegen de dames Zandvlo dat ze hem aan zijn lot overlaten en dat wij hem oppikken.’

Ondertussen is er bij Miet sprake van enige zorg. De vreemde gast heeft zijn logeerplek aan de boulevard verlaten en lijkt van de aardbodem te zijn verdwenen. Griet denkt dat het vreemdelingenprobleem hiermee is opgelost en wil over tot de orde van de dag.
De zusters weten niet dat Sverre het kasje van Sjef Kokkel heeft ontdekt.

De vingerplanten bezorgen hem een goed humeur en onder de lampen is het goed toeven. Wat hem betreft is de inburgering begonnen.

maandag 19 oktober 2015

Miet en Griet 34

Vreemde vogel

Voor het zandkuiltje van Miet en Griet ligt een vreemd vogeltje. Het is een raadsel hoe het daar is gekomen. Is het komen aanvliegen? Door iemand achtergelaten of aangespoeld misschien? Het beestje zit rommelig in de veren, de snavel staat een beetje open en het borstkastje gaat snel op en neer. Griet hoort een zwaar hijgen. Wat moet dat mormeltje op haar terras? Ze bekijkt het met argusogen, niet van plan veel actie te ondernemen.
De minkukel kan wel uit exotische oorden komen en een ziekte onder de vleugels hebben.
Griet houdt gepaste afstand.
Ze zou willen dat Miet ook zo verstandig was, maar zuslief hipt nieuwsgierig om de onverwachte gast heen. Je kunt er op wachten dat dit de nodige onrust gaat geven.
Als het vogeltje een beetje op adem is gekomen stoot het vreemde klanken uit.
Miet en Griet verstaan er niets van en komen tot de conclusie dat deze vogel niet uit Nederland komt.
Miet denkt dat het een verdwaalde spreeuw uit Scandinavië is. Op weg naar Centraal-Europa om te overwinteren, de groep kwijtgeraakt en hier gestrand.
Griet is niet blij met die vreemde snoeshaan of spreeuw, wat maakt het uit. Er ligt een probleem voor hun deur en zo te zien is Miet van plan zich ermee te bemoeien.
Stel je voor dat ze gelijk heeft en die groep doortrekkers komt hun soortgenoot zoeken.
Voor je het weet maakt een kolonie Scandinaviërs de kust onveilig.
Nederlandse spreeuwen staan bekend als straatjongens en lawaaischoppers. Ze heeft van Twan gehoord dat de Noorderlingen, vooral in groepsverband, nog een graadje erger zijn. Eten de boel in een paar dagen kaal en nemen onder luid gekwetter bomen in bezit.
Tot ze weer doortrekken, jagen ze vaste bewoners weg. Niet echt een gezelschap waar je op zit te wachten.
Het zal haar niet verbazen dat ze te maken hebben met een luie spreeuw die het klimaat hier goed genoeg vindt. Misschien denkt dit vodje wel dat ze in de vogelopvang terecht kan voor een veertransplantatie of een snavelcorrectie. Je hoort tegenwoordig de gekste dingen.
Kijk haar zuster druk bezig zijn. Straks gaat ze nog aanbieden dat de vogel hier mag blijven liggen om uit te blazen. Daar gaat Griet een stokje voor steken. Onder de bank op de boulevard is plek genoeg voor afgedwaalde vogels. Bovendien is de kans levensgroot dat de kat van Sjef Kokkel, eigenaar van restaurant Zeeschuim, het een lekker hapje vindt. Voor dat laatste argument zal Miet vast gevoelig zijn.

Hopelijk komt Twan snel langs, die weet overal raad op. 

zaterdag 10 oktober 2015

Miet en Griet 33

 Miet en Griet keren huiswaarts

De gezusters zandvlo Miet en Griet hebben het idee opgevat terug te gaan naar hun vertrouwde zandkuil aan de voet van de vuurtoren in Egmond aan Zee.
Afgelopen voorjaar heeft de aanvaring met een hogedrukspuit op het terras van eethuis Sjans in De Koog, Miet bijna het leven gekost. Maar de intensieve revalidatie in Ecomare heeft zijn vruchten afgeworpen. Haar schildje glimt weer als vanouds. Als ze snel hipt, zie je de kras bovenop niet eens zitten. Geestelijk heeft ze onder het hele gebeuren minder geleden dan haar zuster. Griet, altijd al de meest bedachtzame van het stel, is het ongeluk niet in de koude kleren gaan zitten. Ze mijmert over een rustige winter. Miet echter heeft het na de maandenlange retraite op Texel met rust, reinheid en regelmaat helemaal gehad.
Ze staat te trappelen van ongeduld om met Twan zeemeeuw, die hen naar huis zal vliegen, aan de sliert te gaan. Zij heeft van de crash duidelijk niets geleerd. Na de oversteek over het Wad broedt ze al op de onzalige gedachte een paar dagen in Den Helder te blijven.
In de haven valt altijd wat te beleven. Griet wil het plan niet eens in overweging nemen.
Recht zo die gaat langs de kust naar Egmond en verder geen geintjes, dat is haar boodschap aan Twan. Na een voorspoedige vlucht treffen de zusters hun zandkuil in ongerepte staat aan. Nadat Griet een pot thee heeft gezet, nestelen ze zich meteen op hun terrasje met zicht op zee. Twan ziet dat het goed is en laat de zussen alleen.
Griet pinkt een traantje weg. ‘Thuis, wat heb ik dat gemist.’

 ‘Zullen we onze biograaf binnenkort laten weten dat we ons beraden op nieuwe avonturen?’
 Als blikken hadden kunnen doden, had Miet alsnog het loodje gelegd.

maandag 16 maart 2015

Miet en Griet 32

Miet wordt vermist

Twan en Chiel schuimen het schone terras van eethuis Sjans tot in alle hoeken en gaten af, maar Miet vinden ze niet. Daarna inspecteren ze de goot nog een keer, bij het rioolputje roept Twan haar naam, maar vanuit de diepte klinkt geen geluid. Teleurgesteld geven de meeuwen hun zoektocht op.

Ze vliegen naar het dak van snackbar Paul Patat waar Griet tussen twee dakpannen ligt te slapen. Twan maakt haar voorzichtig wakker. Griet voelt meteen nattigheid. ‘Je hebt haar niet gevonden, ik zie het aan je.’
Twan vertelt van de diepgaande zoekactie die zonder resultaat is gebleven. Griet huilt bittere tranen en snikt, niet vrij van hysterie: ‘Hoe moet het nu verder? We kunnen niet met, maar zeker niet zonder elkaar. Ik wil niet alleen achterblijven. Ik kan net zo goed van dit dak springen.’

‘Denk je dat je daarbij het leven laat? Me dunkt dat je hebt bewezen tegen een stootje te kunnen. Je loopt eerder de kans op een ernstig gedeukt schild en daar wordt je leven echt niet leuker van. Je geeft wel erg snel op, ik zou in elk geval de gok niet wagen.’ zegt Chiel.

‘Jij als meeuw hebt makkelijk snateren. Technisch gezien kun jij nergens af springen, je kunt je hoog uit te pletter vliegen. Waar bemoei jij je eigenlijk mee? Wat weet jij van het leven van mijn zus en mij, ik meen te begrijpen dat je onze vriendschap met Twan maar twijfelachtig vindt. Vlieg toch op man.’

‘Griet, ik begrijp je verdriet en wanhoop, maar deze uitval verdient Chiel niet, hij heeft net zo hard naar Miet gezocht als ik. Misschien moeten we er ons bij neerleggen dat we zonder Miet verder moeten.’

De weinig troostrijke woorden van Twan schieten Griet in het verkeerde keelgat en
‘Gooi me maar af boven de Waddenzee, ik verdrink nog liever dan zonder Miet te moeten leven, maar ik vermoed dat jullie daar niet aan zullen meewerken. Wel heldhaftig een grote bek opzetten als het zo uitkomt, maar een verdrietige zandvlo aan haar eindje helpen dat durven jullie vast niet. Vrienden voor het leven, dat gezegde maken jullie meer dan waar.’

Ondertussen worden op het terras van eethuis Sjans de stoelen en tafels neergezet.
Onder een van de tafelpoten zit een schildje vastgeplakt dat over de tegels schuurt,
het raakt behoorlijk beschadigd, net voor de tafelpoot definitief op zijn plek komt te staan valt het schildje op de grond.

Chiel ziet vanaf het dak, waar Griet na haar stortbui uitgeput door haar pootjes is gezakt, dat het terrasmeubilair wordt versleept en hij ziet meteen nieuwe kansen.
‘We zoeken dat terras nog een keer af, best kans dat Miet is opgespoten en vastgeplakt zat tussen de stoelpoten, daar konden we natuurlijk niet kijken.’
Al snel ziet Griet het gedeukte schildje naast een tafelpoot liggen. ‘Daar ligt ze’, gilt ze in Twan’s oor en voorkomt daarmee dat haar zus alsnog onder een zwemvlies van Twan wordt verpletterd. Ze stort zich op de tegels en begint aan het gedeukte schild te sjorren. Terwijl Griet aan haar rukt en trekt komt Miet langzaam tot leven. De pijn die Griet haar bezorgt dringt door tot in haar kleine brein. Ze probeert Griet van zich af te schudden, maar die heeft in haar voort durende aanval van hysterie niet eens in de gaten dat haar zuster nog leeft.
De beide meeuwen proberen haar tot kalmte te manen en pas als Twan haar een mep met zijn vleugel geeft komt Griet tot bezinning en ziet dat er leven in haar zuster zit. Opluchting heerst bij meeuwen en zandvlooien. De meeuwen brengen de dames naar Ecomare, als ze daar zieke zeehonden en vogels kunnen genezen, zullen ze voor een stel zandvlooien hun hand niet omdraaien. Zo krijgt Miet alsnog haar zin.

We laten Miet en Griet tijdens de revalidatie met rust. Het is onduidelijk hoe lang die periode gaat duren.

zondag 1 maart 2015

Miet en Griet 31

Miet en Griet gaan kopje onder

Griet voelt zich in de zandhoop op het terras van eethuis Sjans meteen op haar plaats.
Miet is niet blij met de stek en scharrelt nog wat rond. Achter de voordeur van het eethuis ziet ze schoonmaakspullen staan, de aanblik van een bezem en een hogedrukspuit maakt haar ongerust. In paniek hipt ze naar de hoek van het terras.
‘We kunnen hier niet blijven, ’t is doodgevaarlijk. Er staat een hogedrukspuit klaar, alle kans dat ze die morgen op de tegels zetten. Ik wil niet de verdrinkingsdood sterven. Morgen bij zonsopgang ben ik weg.’

‘Tjonge, wat jij niet aan smoezen bedenkt om je zin te krijgen. Ik voel me hier prima en vertrek voorlopig niet. Hogedrukspuit, nou en, wij zandvlooien kunnen toch wel tegen een straaltje water. Tegen dat ze de boel in stelling hebben gebracht zijn wij al lang wakker en kunnen de werkzaamheden vanaf een afstandje bekijken. Als het klaar is zitten we zo weer in de hoek. Er gaat nog geen dag voorbij voordat er vanuit zee met de wind meegebracht opnieuw een beetje zand ligt, zoveel hebben we niet nodig. Paniek om niks, ik ga slapen.’

Op het dak van snackbar Paul Patat zijn Chiel en Twan voor de nacht neergestreken.
Chiel zit met de gewetensvraag. Zal hij Twan waarschuwen voor het gevaar dat de zusters lopen of laat hij de eventuele gebeurtenissen op zijn beloop. Hij kan die twee wel een belasting voor zijn maat vinden, maar die denkt er zelf duidelijk anders over.
Hij slaapt er onrustig van. De volgende morgen wanneer ze elk aan een kant van een restant stokbrood staan te sjorren begint hij er over met Twan.

‘Heb je gezien dat bij eethuis Sjans de hogedrukspuit klaarstaat om het terras schoon te spuiten? Jouw vriendinnen lopen grote kans om vandaag weggespoeld te worden, via de goot naar het putje en hup het riool in. Het is een manier om ze kwijt te raken, maar ik vermoed dat jij dat helemaal niet wilt. Ik hou best van rellen, jatten en vervuilen, maar de dood van jouw vriendinnen op mijn geweten hebben, dat gaat me niet lukken. Laten we ze waarschuwen en naar elders brengen, desnoods nemen we ze mee naar Terschelling.’

Bij het terras aangekomen blijkt het onheil al geschied. Een personeelslid van het eethuis staat de tegels met een venijnige straal te bewerken. De hoeken zij al schoon gespoten en van de zandvlooien is geen spoor te bekennen.
Twan zakt van schrik door zijn poten en belandt in shock op de stoep. Chiel laat zich door de waterstraal niet weerhouden en klapwiekt naar de plek waar de zussen zich veilig waanden, maar de schoonmaker duldt geen meeuwen op zijn schone tegels en geeft Chiel de volle laag, die op zijn beurt de aanval opent en een paar keer laag over de kruin van de man vliegt, maar de waterstraal wint. Beide meeuwen kijken verslagen naar het drama dat zich op het terras voltrekt.
Twan komt tot bezinning. ‘Chiel laten we de goot afstropen, wie weet vinden we ze en valt er wat te redden. Jij gaat linksom, ik ga rechtsaf. We zien elkaar over een kwartier op deze plek terug.’

Twan ziet op een patatzak de ochtendzon weerkaatsen, hij vindt Griet meer dood dan levend vastgeplakt in een klodder mayonaise. Voorzichtig trekt hij haar los, neemt haar tussen zijn snavel en vliegt haar in veiligheid naar het dak van de snackbar.

‘Griet hoor je me? Ligt Miet ook ergens in die goot?’
Ze kreunt ‘Ik weet het niet, Miet wilde vroeg uit de veren omdat ze bang was dat het terras zou worden schoongespoten. Ik vond dat onzin en heb haar verweten dat het een smoes was om haar zin door te drijven. Nu weet ik beter, het was verschrikkelijk hoe dat water in de zandhoop binnendrong en mij op die harde straal het hele terras over spoelde, daarna werd ik nog een paar meter door de goot gesleurd, uiteindelijk kon ik me aan een patatzak vastklampen. Zou Miet hetzelfde overkomen zijn of zou ze me echt alleen achtergelaten hebben. Hoewel het een rotstreek is hoop ik het laatste, want dat zou betekenen dat ze nog leeft.’

‘Je kan veel van Miet zeggen, maar zo gemeen is ze niet. Ga jij in de zon liggen om op te warmen, dan ga ik op zoek naar je zuster.’

Opnieuw vliegt Twan laag over de goot, maar hij vindt haar niet. Chiel zit voor eethuis Sjans op de stoep te wachten en schudt mismoedig zijn kop. ‘Ik heb van alles voorbij zien drijven, maar van de zandvlooien geen spoor.’
Twan vertelt dat Griet in veiligheid is en de meeuwen besluiten de dorpsstraat nog een keer in alle richtingen te inspecteren. Maar hoe ze ook hun best doen, Miet lijkt van de aardbodem verdwenen.
‘Weet je zeker dat we alle plekken waar een zandvlo kan blijven steken hebben bekeken? Wie weet ligt ze wel achter of onder de afschutting van het terras, we hebben aangenomen dat ze naar de goot zijn gespoeld, maar misschien is zij in een kiertje beland en ligt ze daar nog.’

‘Dan moeten we wachten tot die vent klaar is met zijn terras want die laat ons nu vast niet toe. We moeten haar vinden, zonder haar kunnen we Griet niet onder ogen komen. Stel je voor dat ze daar ergens verdronken ligt, je moet er niet aan denken. Als ze dood is moet ze in elk geval in een zandkuiltje worden begraven.’

Het terras van eethuis Sjans ligt er nat en verlaten bij. De meeuwen beginnen de zoektocht naar hun vriendin. Zolang de medewerker zich niet vertoont kunnen ze ongestoord hun gang gaan. Zullen de meeuwen Miet vinden of zit zij ergens hoog en droog in het duin en heeft geen weet van de gebeurtenissen?

Terschelling moet maar even wachten.

maandag 23 februari 2015

Miet en Griet 30

Twan gaat demonstreren

Terwijl Griet, met een sacherijnige Miet in haar kielzog door de dorpsstraat struint, neemt Twan een eetpauze bij snackbar Paul Patat. Het kan hem niet schelen waar hij de zusters moet afzetten. Een meeuw heeft geen vaste plak, die gaat waar eten valt te snaaien.
Binnenkort begint het kaasmarktseizoen in Alkmaar weer, dan kan hij de dames afzetten in Egmond. Tot zo lang moet Miet het op Texel maar zien vol te houden, dat scheelt een extra vlucht. Diep in gedachten verdiept merkt Twan niet dat zijn maat Chiel naast hem is komen zitten.

‘Hé Twanneke, waar zit jij met je vogelbrein, ik zit hier al een tijdje, maar jij reageert niet eens. Is er iets?’

‘Chiel, wat heb ik jou een tijd niet gezien, waar heb jij overal gevlogen? Ik zit te denken aan Miet en Griet en hun woonprobleem.’

‘Trek je nog steeds op met dat lastige vrouwvolk, wat heb je toch met die twee? Volgens mij spannen ze jou voor hun karretje. Die Miet gebruikt haar verdriet om haar zin door te drukken en Griet heeft zich maar te schikken. Ze zijn door hun gedrag een blok aan je zwemvliezen. Dat je ze na het opvegen van het vlooiencircus hebt meegezeuld naar Texel heb ik nooit begrepen.’

‘Chiel, zeulen is overdreven zo zwaar zijn zandvlooien niet en ze zijn heus aardig. Kijk ze daar nu scharrelen op zoek naar een beetje zand. Ik moet toch maar zorgen dat ik ze naar Ecomare breng voor het donker is, daar ligt het zand voor het oprapen.’

‘Laat ze hun eigen bonen doppen, die twee redden zich wel. Voor je het weet zitten ze op de boot naar Den Helder en zijn ze op weg naar huis. Ga met mij naar Terschelling, er is daar veel spannends te beleven. De meeuwenkolonie heeft besloten met krijsacties de vergaderingen van ‘Tulip Oil’ te verstoren. Wat die lui in het snotje hebben deugt voor geen meter. Hoe meer we tegenwerken hoe beter. Het lijkt me wel geinig daar een partijtje mee te blazen. Tante Wanda doet ook mee.’

‘Tante Wanda zal eens niet meedoen. Die vloog als jonge meeuw al voorop in de troepen. Altijd haantje de voorste bij actievoeren. Met Wanda en haar gerichte flatsen stijgen de stomerijkosten. Kan ik mijn vriendinnen meenemen? Ik heb ze al voorgesteld een dagje Terschelling te doen. Misschien kunnen we ze inzetten, ze zijn zeer bedreven in het bezorgen van jeuk aan hoogwaardigheidsbekleders. In september hebben ze tijdens de troonrede het VVD-kamerlid dat meeuwen wilde afschieten een benauwd uurtje bezorgd. Waarmee ik wil zeggen dat Miet en Griet ook solidair kunnen zijn, dat kun je van menig VVD-er die op enig pluche is beland niet zeggen.’

‘Wanda is niet gecharmeerd van de zussen, ze neemt vooral Miet kwalijk dat jij door haar toedoen ernstig gewond in de vogelopvang hebt gezeten.’

‘Ook typisch Wanda, weinig vergevensgezind en altijd denken dat je het gelijk aan jouw kant hebt. Nou ja dat past bij een fanatieke actievoerder. Maar wat op Terschelling dreigt te gebeuren kan natuurlijk niet. Ik ga mee, de dames moeten het maar even zonder mij stellen.’

Ondertussen heeft Griet op het terras bij eethuis ‘Sjans’ een geschikte zandhoop gevonden en ze heeft zich meteen genesteld. Miet, die naderbij sjokt, ziet aan haar houding dat er voor vandaag geen onderhandelingsruimte meer is. Ze gaat akkoord met de plek onder voorwaarde dat het een tijdelijk onderkomen is. Griet haalt haar schildje op en besluit de discussie uit de weg te gaan.’

‘Ga jij Twan maar vertellen dat we een nieuwe woonplek hebben gevonden.’
‘We? Jij zal je bedoelen.’
‘Zeur niet ga nou maar.’

Twan vindt de keus niet optimaal, als in de voorjaarsvakantie de toeristen komen wordt het veel te druk op het terras. Een zandvlo is zo onder de voet gelopen, maar hij houdt het commentaar voor zich en laat de zusters in hun waarde. Hij is tenslotte Wanda niet die luid snaterend haar mening zou geven.
Samen met Chiel brengt hij Miet terug en hij belooft de vlooien om de volgende naar hun welzijn te komen informeren. Hij neemt zich voor dan ook over de demonstratieplannen te vertellen.

Chiel heeft van een afstandje staan toekijken en ziet nóg een risico dat de zussen bedreigt. Als de bezem door de zandhoop gaat omdat het terras moet worden ingericht zou dat het einde van Miet en Griet kunnen betekenen.

Zal hij zijn vriend wijzen op het gevaar of wacht hij af tot Twan wordt verlost van het kibbelende stel?

maandag 16 februari 2015

Miet en Griet 29

Twan geeft gas

Twan merkt dat het vrachtje in zijn nek tot rust komt en van het uitzicht geniet, hij besluit zijn vluchtplan te wijzigen. ‘Meiden zal ik jullie Terschelling laten zien voor het in zee verdwijnt? Vorig jaar kwam er niet van omdat ik in dat stomme visnet verstrikt raakte en jullie de reis naar Terschelling hebben geruild voor het avontuur in de Achterhoek.’

Miet zucht diep bij die laatste opmerking: ‘ Beetje zout in de wonden, Twan. De reis naar de Achterhoek is er uiteindelijk de oorzaak van dat we deze winter op Texel zitten, maar vertel waarom moeten we naar Terschelling voor het verdwijnt, zo ruw is de Waddenzee toch niet?’

‘Er schijnt een flinke gasbel bij dat eiland te liggen en nu heeft een Nederlandse oliemaatschappij met de illustere naam “Tulip Oil” bedacht dat ze daar naar gas willen boren. Heel Terschelling staat op zijn kop, de meeste eilanders willen geen boortorens op hun grond en ook niet in hun leefomgeving die Waddenzee heet. Het is daar één groot natuurgebied en dat wordt met het aanboren van de gasbel ernstig bedreigd.
De toestemming tot zoutwinning viel al niet in goede aarde omdat het slecht zou zijn voor het milieu en nu dreigt de gaswinning nog meer roet in het eten te gooien.
Onrust, demonstraties en dus leven in de brouwerij op Terschelling. Ik kan, als jullie daar zin in hebben, nu nog de koers verleggen.’

Niet ver van De Koog strijkt Twan neer op strandpaal 19 om met zijn passagiers te overleggen.

Miet onder de indruk van het verhaal vraagt zich af: ‘Welke gek krijgt het in zijn hoofd naar nieuw gas te boren terwijl in Groningen de huizen op instorten staan, je moet wel dollartekens tussen je oren hebben om zoiets te bedenken. Ze weten nou zo onderhand wat ervan komt. Is het niet genoeg dat de Groningers flink de dupe zijn van de gasbellen, moeten de Friezen daar nu ook nog bij komen? Misschien moeten we helemaal niet naar Terschelling, maar naar Den Haag om dat stelletje ongeregeld weer eens flink jeuk te bezorgen. Ze zijn daar echt de weg kwijt.’

‘Ha, die Miet, eindelijk het heilig vuur weer onder je schildje, zo hoor en zie ik je graag.’

Griet, die haar stiekeme avond in het café in rook ziet opgaan, bemoeit zich met het gesputter. ’Sinds wanneer heb jij verstand van politiek en gasboringen. Toen de windmolens voor de kust van Egmond in Zee werden geplaatst werd je daar niet koud of warm van, het halve dorp gaf tegengas, omdat ze bang waren voor bederf van het prachtige uitzicht.
De toeristen zouden wegblijven en zeevogels zouden zich massaal te pletter vliegen.
Ik heb nog met een spandoekje aan het begin van de strandopgang gestaan, jij vond het flauwe kul want die molens stonden volgens jou ver genoeg weg. En nu loop je opeens warm voor een gasbel in de Waddenzee.’

‘Over die windmolens hoor je niemand meer, omdat het allemaal reuze meevalt, de Duitsers, gewend aan windmolens, blijven gewoon komen en die dooie vogels vallen ook niet bij bosjes uit de lucht. Vogels zijn heus niet achterlijk, die vliegen om zo’n obstakel heen. Daarbij is windenergie minder schadelijk voor het milieu dan gas.’
‘Zal gerust, maar van de wind alleen kun je niet leven. Vorige week hield je ook al een pleidooi voor het milieu en dat terwijl je nog niet zo lang geleden op een ronkende motor zat. Of dat zo schoon is. Bij jou wisselen de principiële bezwaren met de dag.’

Twan hoort de discussie ontsporen, Terschelling raakt op deze manier buiten bereik: ‘Het is niet de bedoeling dat jullie elkaar in de haren vliegen over het milieuvraagstuk. Ik wil jullie, nu het nog kan, het ongerepte Terschelling laten zien. Als we nog erg lang op deze paal blijven zitten wordt het voor de vlucht van vandaag te laat en moet het een andere dag.’

Die opmerking komt Griet goed uit, ze grijpt haar kans: ‘Geen slecht idee, laat ons eerst woonruimte zoeken. Terschelling ligt er, met en zonder gas, volgende week ook nog wel.’

In de dorpsstraat in De Koog begint de zoektocht naar een geschikt zandkuiltje.
Miet, flink aangebrand over de opmerking over de ronkende motor, kijkt niet op of om.
Zij heeft haar besluit genomen, Ecomare of terug naar Egmond aan Zee.


zondag 8 februari 2015

Miet en Griet 28

Hoe nu verder ?

De zussen kunnen het over een nieuwe woonplek niet eens worden.
Sinds Miet over Ecomare heeft gelezen is er voor haar nog maar één plek op Texel waar ze voorlopig wil wonen. Griet denkt daar anders over. ‘Ik zou liever in de plaats zelf willen neerstrijken, dat geeft meer zicht op de wereld dan in zo’n pretpark.’
‘Ecomare is geen pretpark, dat is een instelling waar ze zieke zeehonden opvangen, er is een museum en ze leren de bezoekers veel over de natuur en wat er zoal leeft in de Waddenzee. Wie weet komen we er zandvlooien tegen.’
’Sinds wanneer interesseert jou de natuur?’ bitst Griet.
‘Sinds jij er de voorkeur aangeeft voor de buis te hangen. Geef nou maar toe dat je daarom in De Koog zelf wilt wonen. Jij zou het liefst een kuiltje op een terras betrekken zodat je ’s avonds in de kroeg kunt zitten. Ik verdenk je ervan dat je stiekem toch geniet van die boeren, maar dat je dat niet wilt toegeven. Realiseer jij je wel dat het op zo’n terras nooit rustig is. Stel je eens voor dat ons theepotje de hele dag op tafel staat te rammelen omdat er bezoekers boven ons kuiltje zitten die met tafels en stoelen schuiven. En als ze een biertje te veel drinken kun je op dronkenmansgelal wachten. Maar je moet doen wat je niet kunt laten, je kunt zonder mij in De Koog wonen.’
‘Oh nee Miet, niet weer op die toer. Wij blijven hoe dan ook bij elkaar. Je kunt nou wel heel stoer doen, maar daar trap ik niet meer in. Wij kunnen niet zonder elkaar, dat weet je best.’

Als Twan zijn opwachting maakt zitten ze nog steeds te kibbelen.
‘Ik hoor het al meiden, er is hier niets veranderd, wat is vandaag het probleem?’
Griet legt uit: ‘We steggelen nog steeds over nieuwe woonruimte, ik wil het liefst naar de Dorpsstraat in De Koog en Miet wil naar Ecomare.’
‘Als meeuw zou het mij niet uitmaken, ik ben een alleseter en scharrel op beide plekken mijn kostje bij elkaar, maar daar zal het jullie niet om te doen zijn.  Er is wel een groot verschil tussen de stilte hier onder de Eierland en De Koog, het kan daar behoorlijk druk zijn.’
‘Onzin’, vindt Griet. ‘Het is winter dus zo’n vaart zal het met die drukte niet lopen, Miet heeft dat ook als smoes opgevoerd.’
‘Ja en ik heb het vermoeden dat het jou gaat om televisie kijken, je hipt daar nu toch ook voor naar De Cocksdorp, dat kun je ook vanuit Ecomare doen, ik zie het bezwaar niet.
Ik vind Ecomare een veel betere plek, het lijkt meer op onze natuurlijke habitat er is voldoende zand en - niet onbelangrijk - een leerzame omgeving.’
‘Tjonge hoor je dat Twan, ons Mietje gebruikt moeilijke woorden om haar betoog kracht bij te zetten. Natuurlijke habitat, voldoende zand, alsof wij zandvlooien daar bergen van nodig hebben.  Doe nou maar gewoon, dan is het leven met jou al moeilijk genoeg.’
Twan grijpt in: ‘Ophouden met elkaar de vlooien af te vangen, zo komen we nergens, spring op mijn nek dan gaan we beide plaatsen eerst eens verkennen, verhuizen heeft niet echt haast en het valt met dat wegkwijnen van Miet ook wel mee, als ik jullie zo hoor.
Daar hebben de zussen niet van terug, beschaamd klemmen ze de kaakjes op elkaar als ze zich tussen Twan’s veren nestelen. De eerste vleugelslagen zitten ze nog mokkend voor zich uit kijken, maar als ze langs de kustlijn vliegen is de belangstelling voor de omgeving snel gewekt. Het lange en brede strand wekt bij de zussen herinneringen aan Egmond op.

Ze kruipen wat dichter bij elkaar en genieten van het uitzicht.
Terwijl Twan koers zet naar De Koog verdwijnt de Eilander langzaam uit zicht. Eronder staat het theepotje verlaten op tafel.

dinsdag 3 februari 2015

Miet en Griet 27

Koude Kermis

De zusters Zandvlo  hebben na het emotionele gebeuren van vorige week de strijdbijl begraven en beraden zich op de toekomst. Miet is bereid haar zus tegemoet te komen om langer op Texel te blijven, maar dan wil ze wel naar een plek waar meer te beleven valt.
Dat is zeker niet het erf van boer Jan. De dames kauwen nu op het voorstel van Twan om naar De Koog te verhuizen. Het is één van de oudste dorpen op Texel met veel winkeltjes en horeca en - niet onbelangrijk - de zeehondenopvang Ecomare om de hoek. Vooral dat laatste lijkt Miet aantrekkelijk. Ze heeft in een VVV-folder gelezen dat er veel interessante zaken zijn te zien. Daar zou ze wel een tijdje willen wonen voor ze definitief naar Egmond teruggaan, want dat idee heeft ze nog steeds niet laten varen.
Daarnaast heeft ze Griet duidelijk gemaakt dat ze niet meer naar Boer zoekt Vrouw wil kijken. Griet is dat in eerste instantie helemaal met haar eens. Ook zij is wel klaar met die boerenflauwekul. Dat verandert als ze een gesprek opvangt tussen twee wandelaars, het gaat over Geert en zijn handtastelijkheden. Ze hoort dat hij in een ander Tv-programma behoorlijk op de hak wordt genomen en dat hij daar helemaal niet blij mee is. Hij wil zelfs niets meer met de media te maken hebben. Het maakt Griet stiknieuwsgierig naar het verloop van die zoektocht naar de ware liefde. Zo zit ze vanavond met hoog gespannen verwachtingen alleen voor de buis waar ze de afgang van de week beleeft. Er gebeurt niets spannends, bij geen enkele boer zie je een vonk overslaan, er zit geen spatje zindering in de lucht. En dat terwijl de boeren vandaag weer een keus moeten maken, maar die laat de KRO deze avond mooi niet zien. Zo houden ze de kijker bij de les.
Zwaar teleurgesteld hipt Griet naar huis waar Miet met een pot thee zit te wachten.
 Griet zucht: ‘t Was echt drie keer niks, zo verschrikkelijk saai, je wilt het niet weten.’
‘Klopt, ik wil het niet weten, doe geen moeite iets uit te leggen. Zonde van de avond, we hadden beter over de verhuizing naar De Koog kunnen praten. Thee?’
Griet schuift haar kopje bij, ze heeft al lang spijt dat ze toch naar het café is gegaan en zo de kans heeft laten lopen om in harmonie met Miet tot overeenstemming te komen.
Ze besluit de zure opmerking te laten passeren. Morgen een verse dag met nieuwe kansen.

Zal er ooit nog een tijd komen dat er niets valt te kissebissen?

zondag 25 januari 2015

Miet en Griet 26

Circus Renz

Twan zeemeeuw vliegt zondagavond naar de De Cocksdorp om te zien hoe zij vriendinnen zich vermaken met Boer zoekt Vrouw. Tijdens zijn wekelijks bezoek heeft hij van Griet gehoord dat de vlag erbij de zussen niet vrolijk bijhangt.
Griet vreest dat de verhuizing naar Hoeve Vrij en Blij niet gerealiseerd gaat worden. Miet geeft boer Jan nog wel het voordeel van de twijfel en is bereid aflevering twee te zien, maar enkel om Griet een plezier te doen, dat ze dat maar weet.
Vandaag is uitgerekend boer Jan uitverkoren om met zijn meiden de liefde te zoeken in Circus Renz.
Met behulp van bezemstelen moeten hij en de dames bevallig over een dik koord lopen. Alleen al het woord circus bezorgt Miet  de rillingen en als dan de echte koorddanseres in een rood glitterpakje in beeld komt is het met de rek in Miets breintje meteen gedaan. Het geheel herinnert te veel aan Luigi en het vlooiencircus. Ze stort zich volledig overstuur het café uit en komt hyperventilerend onder de gestapelde stoelen tot stilstand. Daar vindt Twan haar, hij probeert haar met zachte dwang te kalmeren en tot een normale ademhaling te komen. Hij heeft gedurende zijn verblijf in de vogelopvang nadat hij verstrikt was geraakt in een verdwaald visnet, een compleet EHBO-diploma bij elkaar geleerd. ‘Bekje dicht Miet, oppervlakkig ademen en door je neus uitblazen, dat gaat goed zo. Als het niet lukt moet ik je even in een aangewaaid plastic zakje stoppen.  Vertel, wat heeft jou zo van streek gemaakt.’ Nog nahijgend doet Miet verslag van hetgeen ze heeft gezien en hoe ze daarvan overstuur is geraakt. ‘Ik begrijp niet dat Griet warmloopt voor de capriolen van die boeren. Ze heeft niet eens gemerkt dat ik ben gevlucht.’
Ondertussen zit Griet met stijgende verbazing en ergernis voor de buis te kijken hoe boer Geert zijn giebelende 60-plus vijftal loopt te bevoelen en te besnuffelen, terwijl de dames een balletje slaan op de midgetgolfbaan. Hij zou ze waarschijnlijk alle vijf graag zijn grot insleuren.
Boer Tom blijkt op rolschaatsen opeens een stijve hark en drinkt niet enthousiast van de liefdesdrankjes die zijn vrouwen voor hem hebben gebrouwen. Hij is zeker bang deze aflevering dronken te eindigen en dan te moeten kiezen uit tien vrouwen.
Boer Theo zijn vriendinnen lijken het meest stabiel, daar gaat voeren van de zeekoeien in alle rust en harmonie. Twee vrouwen maken hun eigen keus en haken af of voordat Theo ze kan uitnodigen voor een logeerpartij. Theo, toch al te lief bevonden, ondergaat het manmoedig. Wat hij echt vindt wordt niet duidelijk.
Bij boer Jan komt de clownsact met de slecht geschminkte meisjes en hun geknakte roos zo onecht over dat Griet er onpasselijk van wordt. Als dan tot slot boerin Bertie als een ijskonijn met de handen in de zakken achter haar kookschort de emotionele biecht van een van haar vijf gekozen vrouwen aanhoort dat zij verliefd is geworden op een andere vrouw en dat afdoet met de woorden: ‘Dat kan gebeuren,  ’ is voor Griet de maat vol. Ze komt tot bezinning en vraagt zich af waar ze mee bezig is.
‘Miet terwijl ik zit ik hier te kijken naar een programma waar ze op zoek zijn naar de ware liefde verkwansel ik de ware zusterliefde. Ik dwing je zo’n beetje op het erf van boer Jan te gaan wonen terwijl jij bol staat van de heimwee naar Egmond. Wat ben ik toch een egoïst, het spijt me.’
Er komt geen antwoord en dan pas ontdekt Griet dat Miet niet meer voor de TV zit. In paniek rent ze het terras op waar ze door Twan wordt onderschept. ’Rustig maar Griet, Miet zit veilig onder mijn  vleugels bij te komen van alle emotie. Ik geloof niet dat zij met haar liefdesverdriet al toe is aan de liefdesperikelen van een handvol boeren. Kom ook onder mijn vleugels dan vlieg ik jullie naar de vuurtoren. Ik blijf vannacht in De Cocksdorp en dan kom ik morgenochtend ontbijten en gaan we samen nieuwe plannen maken.
Na een pot rustgevende thee en een emotioneel gesprek gaan de zussen on der het toeziend knipperend oog van de Eierland onder zeil.

zaterdag 24 januari 2015

Miet en Griet 24

Boer zoekt vrouw

Zeemeeuw Twan heeft eind november de zusters zandvlo afgezet aan de voet van de vuurtoren Eierland, het noordelijkste puntje van Texel. Hij denkt dat de dames, maar vooral Miet, daar goed tot rust kunnen komen. Lief bedoeld van de zeemeeuw, maar hij is vergeten dat de vuurtoren buiten het dorp ligt en de stilte die dat oplevert is aan de zussen niet besteed. In Egmond is de vuurtoren een onderdeel van het dorp, daar is altijd leven in de brouwerij.
Na een paar weken komen rust, reinheid en regelmaat vooral Miet mijlen ver de neus uit. Ze zanikt voortdurend over de saaiheid en de kale vlakte op het eiland en die mekkerende schapen heeft ze nu wel voldoende gehoord. De zussen zitten elkaar danig in de weg en ruziën zo’n beetje de hele dag. Bepaald geen goede sfeer om Miet uit haar rouwproces te krijgen. Ze mist de knusheid van Egmond en de wandelaars op de boulevard. Verder wordt binnenkort de Halve Marathon gelopen en die zullen ze nu voor het eerst in jaren missen. Niet dat ze meelopen, ze zouden daar gek zijn, maar de gezelligheid en de drukte is veel waard.

Griet ziet met al dat gemopper de frisse start die ze in 2015 zouden maken niet van de grond komen, ze vraagt zich af of ze niet naar een plek met meer reuring moeten verhuizen. Griet heeft in de Texelse Courant over een jonge schapenboer gelezen die op zoek is naar een vrouw en waar een heel televisieprogramma omheen wordt gemaakt. Het liefst zou zij ergens op het erf van die boerderij een nieuw zandkuiltje inrichten, lekker met de neus bovenop de romantiek.
Miet heeft het verhaal ook gelezen en meteen haar mening gegeven. ‘Belachelijk om op zo’n manier de liefde af te dwingen en dan ook nog eens met de camera op je hele hebben en houen. Zoiets gaat natuurlijk nooit lukken.’

‘Dat moet je niet zeggen, die Yvon Jaspers is nu al tien jaar succesvol met boeren in de weer. Ik zou het wel eens van dichtbij willen meemaken. Lijkt het je niets om te verkassen naar die boerderij? Toch heerlijk om weer eens wat te beleven? Jij zegt elke dag dat je het hier niet meer naar je zin hebt.’

‘Ik zeg ook dat ik die mekkerende schapen wel heb gehoord en dan kom jij met het voorstel op een schapenboerderij te gaan wonen. Waar zit je verstand? Ik wil terug naar Egmond.’

‘Sorry, maar ik vind dit een vreemde reactie van iemand die eind vorig jaar nog bereid was om een zwervend bestaan te gaan leiden met een vlooiencircus. Je bent gewoon jaloers op boer Jan en zijn zoektocht naar geluk.  Je hebt je avontuurlijke hart samen met Luigi naar de afvalcontainer gebracht. Het moet eindelijk maar eens gezegd worden, Miet. Ik was het vaak niet met je eens, maar ik wil zo onderhand de oude Miet terug. Die Miet die niets te dol was en op een vlot naar IJmuiden peddelde en ons daarna in de meest gevaarlijke situaties bracht.
Een gifaanval op een cruiseboot, een hobbelende tocht op de bodem van een caravan, een valpartij in het zand van de Achterhoek en daarna dat achterlijke vlooiencircus met alle gevolgen van dien. Die Miet zegt nu op klagerige toon: ‘Ik wil naar Egmond’.
Nou ik nog niet. Ik ga Twan vragen ons naar Hoeve Vrij en Blij te brengen. Desnoods ga ik alleen en zoek jij het hier in je eentje uit.’

Dit keer doet Miet er het zwijgen toe.

zaterdag 17 januari 2015

Miet en Griet 25

Griet slaat de plank mis

Miet en Griet kijken in een café in De Cocksdorp naar Boer zoekt Vrouw.
‘Mooie boel’, schampert Miet. ‘Dat programma is al lang geleden opgenomen, dat zie je aan de zomerse kleding van alle deelnemers. Op die hoeve van Jan valt niets spannend te beleven op dit moment. Als hij al een boerin heeft opgeduikeld mag ze daar niet eens komen tot alle afleveringen zijn uitgezonden. Ik vind het niks, je wordt belazerd waar je bijzit.
Verwacht niet dat wij tussen de mekkerende schapen gaan zitten afwachten of Jan een vrouw heeft gescoord. Ik blijf in elk geval niet langer dan noodzakelijk op Texel.
De Halve Marathon hebben we al gemist, die is niet meer in te halen, maar ik zeg je vóór de bollen boven de grond staan ben ik terug in Egmond.’

‘Over bollen gesproken’, zegt Griet.’Hoe vind je die boer uit Noord-Holland? Best een leuke vent toch? Dat die in zijn woonplaats geen geschikte boerin kan vinden, begrijp ik niet.’

‘Je moet de krant beter lezen, hij heeft al lang iemand aan de haak geslagen, maar dat verzwijgt hij. Tom doet alleen mee om beroemd te worden. Als die tulpenkweker één van zijn producten ‘Yvon Jaspers’ noemt ligt Nederland kwijlend aan zijn voeten. Hoe simpel kan het zijn, daar heb je zo’n versierprogramma niet voor nodig. Je ziet het aan die hond van Yvon, dat beest schijnt enorm populair te zijn sinds hij mee mag huppelen op de boerenerven.
Dat van die tulp is best een goed idee al zeg ik het zelf, ik moet denktank worden, daar kunnen wij een leuk stuivertje mee verdienen. We hadden het destijds met die soep van Sjef Kokkel ook zakelijker moeten aanpakken.’

Griet schudt haar kopje om zoveel overmoed, ‘Zet een advertentie in het Sufferdje:
Miet Zandvlo, in bezit van een fijnkorrelig brein, biedt zich aan als Denktank des Vaderlands’.

‘Kom ik na weken een beetje uit de depressie, drijf jij de spot met me. ’t Is nooit goed of het deugt niet. Ik zit hier voor jouw lol mijn avond te verdoen met die boeren en hun hunkerende vrouwen. Stank voor dank, Griet. Ik vertrek naar De Eierlander, ga je mee of blijf je hier nazeveren over boer Tom?
Het is een mens hoor, daar kunnen wij zandvlooien niets mee, behalve jeuk bezorgen.’

Griet kan zich wel voor het kopje slaan, ze beseft dat ze te ver is gegaan met haar voorstel om een advertentie te zetten. Miet haar stemming en incasseringsvermogen staan nog op een heel laag pitje. Behoedzaamheid is geboden.