vrijdag 4 april 2014

Miet en Griet 1

Twee zandvlooien, Miet en Griet wonen tijdelijk in een zandkasteel op het strand van Egmond aan Zee. Terwijl de zon het wateroppervlak raakt zitten Miet en Griet op hun balkon.
Griet leest het Egmonder Sufferdje waar nooit iets lezenswaardig in valt te zien en Miet mijmert over het jaarlijkse zandvlooienfestival in IJmuiden. Vorig jaar hadden ze daar groot succes met hun kwallenmoes op een bedje van zeegras. Dit jaar moet er iets komen wat die lekkernij kan evenaren.
‘Wat ik nu toch lees’ zegt Griet. ‘Weet je nog dat maanden geleden een zeecontainer met zwarte korreltjes aanspoelde? Sjef Kokkel, de eigenaar van restaurant 'Zeeschuim', schrijft er een column over. Hij verzamelde een schoenendoos vol van dat spul en zaaide het uit in zijn moestuin.  Nu blijkt dat het zaad van een exotische vingerplant is.
Tante Wiertje, die aanvoerder is van Sjef’s keukenbrigade, bedacht er een recept voor.
Heel Egmond lepelt van de vingerplantsoep die je bij Sjef kunt afhalen.’
‘Huh, Egmond aan een exotisch gerecht? Dat mag een wonder heten, Griet.
Egmonders houden niet van aparte zaken, daarbij zijn het echte visliefhebbers. 
Die soep moet goed spul zijn. Wij zijn hiermee uit het vraagstuk voor het festival in IJmuiden.
We versieren bij Sjef een pan vingerplantsoep en paaien daarmee alle festivalgangers.
Onze aanwezigheid daar, kan niet meer stuk.’

Griet, met haar kleinkorrelig denkraam, ziet meteen bezwaren.
'Hoe denk jij een pan met soep in IJmuiden te krijgen? Ik ga daar in geen geval mee zeulen. Kwal op een bedje van zeegras laat zich over water makkelijk vervoeren, maar soep van een vingerplant en ook nog eens in een pan, gaat over deinend zeewater niet lukken. Die is zuur geklotst voor we aankomen.'
'Griet, doe toch niet zo moeilijk, jij ziet werkelijk overal lijken drijven. We jutten een houtvlot en wat touw, sjorren het smaakvolle geheel goed vast en varen naar IJmuiden.'

Tevreden met zichzelf en het goede idee gaan Miet en Griet ter kooi in hun zandkasteel.
’s Morgens ontwaken ze, een eind afgedreven, op het basalt van de borstwering bij Petten.
Geen skyline van windmolens, maar de kerncentrale en zijn koeltoren is hun uitzicht deze ochtend. IJmuiden met zijn rokende schoorstenen lijkt ineens heel ver weg.
Zoals gewoonlijk springt Griet in haar stressmodus, maar Miet ziet al snel een oplossing voorbij komen. Fred van der Haast een marathonloper op trainingsronde biedt ze ongemerkt een lift. Ze springen op zijn veters en nog dezelfde dag zijn ze weer in Egmond aan Zee, waar ze een aantal dagen hun best moeten doen om een pan soep en vervoer te organiseren.
Op het strand is voldoende hout te vinden, want de Egmonders zijn bezig hun strandhuisjes op te bouwen. Als Jan de Kwaker zijn pan soep in het zand zet om een lang kletspraatje met de Jutter te maken, heeft hij het nakijken en moet hij zijn broodje paling droog eten.
Ondertussen peddelen Miet en Griet met aanlandige wind hun Gammapallet naar IJmuiden.

Een week later staat in het Egmonder Sufferdje het wonderbaarlijke nieuws dat Sjef Kokkel zijn soep, zelfs onder de meest extreme visliefhebbers in IJmuiden, een groot succes is.
Van zandvlooien moet je het hebben.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen