dinsdag 8 april 2014

Miet en Griet 2

enteren een cruiseschip

Terwijl het zandvlooienfestival in volle gang is en Miet op de beat van de Vlooienband uit haar dak gaat, laat Griet in de beautykraam haar schildje poetsen. Het is duidelijk dat de organisatoren van dit feest goed hebben rondgekeken op het strand van Almere tijdens de Libellezomerweek. Er is voor elk wat wils.
Na de behandeling vlijt Griet zich in een kussen van een comfortabele loungebank.
Ze heeft uitzicht over de Noordzee.
Op de rede ligt een cruiseschip te wachten op de loods om naar binnen te varen.
Griet mijmert weg, een tripje op zo’n loveboat staat al jaren op haar verlanglijstje.
Miet die uitgedanst is, zakt moe maar voldaan naast haar neer. Griet merkt het niet.
Als Miet haar waas voor ogen ziet, weet ze hoe de vlag erbij hangt. Griet droomt van een cruise. Voorzichtig schudt Miet aan haar zus die verdwaasd naar haar opkijkt.
‘Wakker worden, Griet, als we snel zijn kunnen we in de broek van de loods meevaren naar dat schip. Wat denk je is een trip door het Noordzeekanaal naar Amsterdam ver genoeg om je honger naar een cruise te stillen?’
Griet bedenkt zich geen moment, springt op en is al op weg naar de loodsboot.
Het gaat Miet helemaal naar de zin, want dit uitstapje gaat ervoor zorgen dat zij deze zomer naar de Zwarte Cross in de Achterhoek kan. Voor wat, hoort wat. Griet houdt niet van dat wilde gedoe, vorig jaar heeft ze het feest nog kunnen tegenhouden, maar dit jaar gaat haar dat niet lukken.

De gezusters worden probleemloos aan boord van de Bella Vista geloodst. Ze gaan meteen naar het casino en bekijken de mensheid, dat hier keurig gekleed, probeert zijn verdiende geld kwijt te raken.
Griet, bescheiden en meestal op de achtergrond, raakt zo enthousiast dat ze op het rollende balletje springt en als een volleerde kermisklant draait ze gillend rondjes. Ze komt op nummer 33 zwart tot stilstand, waar haar glimmend gepoetste schild het licht van de kroonluchter weerkaartst. Ze hoort een gil en iemand roept; ‘Gadverdamme een vlo, croupier veeg dat beest van tafel.’
Griet weet net op tijd weg te springen en eindigt op haar rug in het hoogpolig tapijt.
Miet heeft het van een afstandje zien gebeuren en is woedend. Ze trekt haar zuster aan de voorpootjes overeind en scheldt haar en passant de huid vol. ‘Ben jij helemaal gek geworden, als een idioot rondjes draaien op de roulettetafel, dat is vragen om ontdekt te worden. Het is bij jou altijd alles of niets.
Ze denken nu vast dat er een vlooienplaag aan boord is, die lui weten niet dat wij maar met z’n twee├źn zijn. De kapitein krijgt bij voorbaat al jeuk als hij aan de krantenkoppen denkt. 'Vlooienplaag op cruiseschip'  Die stuurt de jongens van Rentokil met hun verdelgende middelen op ons af. Dat gaat ons geheid de kop kosten, we sterven een benauwde dood.
Wegwezen hier. Je hebt je maidentrip mooi naar de filistijnen geholpen. We zoeken een vrachtschip en gaan terug naar de kust.’

Miet heeft zwaar de pest in. Griet doet het zwijgen toe. De Achterhoek is verder weg dan ooit. 




Geen opmerkingen:

Een reactie posten