zondag 24 januari 2016

Miet en Griet 40

Miet en Griet zijn van streek


De zusters hebben in eetcafé De Branding het journaal gezien.
Verontrust zitten ze daarna bij elkaar in hun zandkuiltje. Ze realiseren zich dat ze amper weten wat zich in de wereld afspeelt. Zij hebben zich dan wel druk gemaakt over een afgedwaalde spreeuw, maar wat ze vandaag hebben gezien, is van een andere orde.
Miet en Griet, met hun onschuldige vlooienbreintjes, kunnen de getoonde woede niet bijbenen. Vredelievend is het niet, daarover zijn ze het eens.
Opruiende taal en het uitdelen van spuitbusjes verhoogt de veiligheid van vrouwen denkt de politicus die de leiding heeft bij de demonstratie. Hij is omstuwd door beveiligers, maar af en toe breekt hij uit om met iemand op de foto te gaan. 
De mensen die het met hem eens zijn schreeuwen tegen anders denkende omstanders. 
Er staat zelfs een man met een huilend kind op zijn arm luidkeels stampij te maken.

De partijfolder waar een soortgenoot van Twan op staat afgedrukt, zit de zusters ook niet lekker.
Stel dat hun vriend iets te maken heeft met de partij die schreeuwerig ten strijde trekt tegen alles wat vreemdeling is, hoe kan het dan dat hij zich inspant voor een spreeuw uit Zweden?
Als blijkt dat hij connecties heeft met die club, is dat zijn goed recht. In een democratisch land is iedereen vrij om te zeggen wat hij of zij denkt. Alleen de manier waarop en welke middelen je gebruikt om je gelijk te halen, daar valt over te discussiëren. Het lijkt ze niets voor Twan.
Nou ja, hij heeft wel eens een stoep onder geflatst en een kostuum naar de gallemiezen geholpen, maar echt kwaad kon dat niet.  Als hij eerdaags neerstrijkt zal hij vast opheldering geven.

Miet vraagt zich af of het zaaien van jeuk de wilde partij kan temmen. Niet een klein beetje, maar goed voor een week krabben, zodat de gemoederen wat tot bedaren kunnen komen. 
Griet gelooft er niet in, tegen zoveel diep zittende boosheid zal hun gif niet werken.
Grote kans dat de vreemdelingen daar ook de schuld van krijgen. Niets zo gemakkelijk als roeptoeteren dat vreemdelingen enge ziektes meebrengen. Daar gaat zij niet aan meewerken. Deze partij een lesje leren is voor twee vreedzame zandvlooien een brug te ver.
Als Miet naar Den Haag wil moet ze een ander slachtoffer uitzoeken.
De blonde minister van Infrastructuur en Milieu heeft net op tijd haar onzalige plannen om de kust vol te bouwen ingetrokken. Daar had Griet wel met gif op gewild.
Maar de visboer van Justitie en Veiligheid, die ongestraft van alles wegpoetst, zouden ze een lesje kunnen leren. 

zondag 17 januari 2016

Miet en Griet 39

Vis stinkt

‘Potverdorie Griet, heb je de foto van die aangespoelde potvissen gezien. Wat een spektakel op Texel. Jammer dat we nu niet in Heliomare wonen. Ik zou dat wel eens willen meemaken. Het schijnt dat zo’n kadaver veel dieren aantrekt die zich al tijden niet hebben laten zien, waar ze wel uithangen begrijp ik niet zo goed, maar ik neem aan dat de wetenschappers weten waarover ze praten. Ze kunnen hun hart weer eens ophalen aan onderzoek.’

‘Ik zou eerder mijn neus ophalen, de stank op Texel is vast niet te harden.
Vreemde dieren aantrekken … ik denk dat ze vreemde snoeshanen en persmuskieten bedoelen. Je hebt gezien hoe dat ging met die naaktlopers en hun nieuwjaarsduik, gillen en schreeuwen en maar dringen om voor de camera te komen. Dat gespring voor die opgeblazen tent met een sportief gekleed mens erin dat voor de warming up moest zorgen, wat een flauwe kul als je daarna in de koude zee duikt. Twee weken later kwamen de uitslovers die zich het snot voor ogen liepen in de halve marathon het nog eens dunnetjes overdoen. Voor mij hoeft alle drukte niet, het is slecht voor ons zandkuiltje. We hadden er een hele klus aan toen het begin januari bijna op instorten stond. Ik moet er niet aan denken wat zo’n aangespoelde kolos hier in Egmond teweeg zou brengen.
Nee, dan kun je beter een afgedwaalde spreeuw uit Zweden in je voortuin hebben liggen.
Natuurlijk wil jij er, met je hang naar avontuur, met je neus bovenop staan.
Wat kan het jou schelen dat je in een gore viswalm, waar ik hoofdpijn van krijg, thuiskomt. We zouden ons kuiltje dagen moeten luchten, nogal lekker met dit regenachtige weer.’

‘Griet wind je niet op. Sportieve evenementen kun je niet vergelijken met verdwaalde potvissen, daar komt heel ander publiek op af, daarbij liggen die beesten op Texel.
Ver genoeg van ons bed om van stank geen last te hebben.’

‘Denk je? Stel dat Twan hier eerdaags landt. Ik wed dat jij binnen de kortste keren tussen zijn veren zit om naar Texel af te reizen.’ Griet ziet meteen dat ze een slapende zandvlo heeft wakker gemaakt.

‘Twan … stom dat ik daar zelf niet aan heb gedacht.’