maandag 16 maart 2015

Miet en Griet 32

Miet wordt vermist

Twan en Chiel schuimen het schone terras van eethuis Sjans tot in alle hoeken en gaten af, maar Miet vinden ze niet. Daarna inspecteren ze de goot nog een keer, bij het rioolputje roept Twan haar naam, maar vanuit de diepte klinkt geen geluid. Teleurgesteld geven de meeuwen hun zoektocht op.

Ze vliegen naar het dak van snackbar Paul Patat waar Griet tussen twee dakpannen ligt te slapen. Twan maakt haar voorzichtig wakker. Griet voelt meteen nattigheid. ‘Je hebt haar niet gevonden, ik zie het aan je.’
Twan vertelt van de diepgaande zoekactie die zonder resultaat is gebleven. Griet huilt bittere tranen en snikt, niet vrij van hysterie: ‘Hoe moet het nu verder? We kunnen niet met, maar zeker niet zonder elkaar. Ik wil niet alleen achterblijven. Ik kan net zo goed van dit dak springen.’

‘Denk je dat je daarbij het leven laat? Me dunkt dat je hebt bewezen tegen een stootje te kunnen. Je loopt eerder de kans op een ernstig gedeukt schild en daar wordt je leven echt niet leuker van. Je geeft wel erg snel op, ik zou in elk geval de gok niet wagen.’ zegt Chiel.

‘Jij als meeuw hebt makkelijk snateren. Technisch gezien kun jij nergens af springen, je kunt je hoog uit te pletter vliegen. Waar bemoei jij je eigenlijk mee? Wat weet jij van het leven van mijn zus en mij, ik meen te begrijpen dat je onze vriendschap met Twan maar twijfelachtig vindt. Vlieg toch op man.’

‘Griet, ik begrijp je verdriet en wanhoop, maar deze uitval verdient Chiel niet, hij heeft net zo hard naar Miet gezocht als ik. Misschien moeten we er ons bij neerleggen dat we zonder Miet verder moeten.’

De weinig troostrijke woorden van Twan schieten Griet in het verkeerde keelgat en
‘Gooi me maar af boven de Waddenzee, ik verdrink nog liever dan zonder Miet te moeten leven, maar ik vermoed dat jullie daar niet aan zullen meewerken. Wel heldhaftig een grote bek opzetten als het zo uitkomt, maar een verdrietige zandvlo aan haar eindje helpen dat durven jullie vast niet. Vrienden voor het leven, dat gezegde maken jullie meer dan waar.’

Ondertussen worden op het terras van eethuis Sjans de stoelen en tafels neergezet.
Onder een van de tafelpoten zit een schildje vastgeplakt dat over de tegels schuurt,
het raakt behoorlijk beschadigd, net voor de tafelpoot definitief op zijn plek komt te staan valt het schildje op de grond.

Chiel ziet vanaf het dak, waar Griet na haar stortbui uitgeput door haar pootjes is gezakt, dat het terrasmeubilair wordt versleept en hij ziet meteen nieuwe kansen.
‘We zoeken dat terras nog een keer af, best kans dat Miet is opgespoten en vastgeplakt zat tussen de stoelpoten, daar konden we natuurlijk niet kijken.’
Al snel ziet Griet het gedeukte schildje naast een tafelpoot liggen. ‘Daar ligt ze’, gilt ze in Twan’s oor en voorkomt daarmee dat haar zus alsnog onder een zwemvlies van Twan wordt verpletterd. Ze stort zich op de tegels en begint aan het gedeukte schild te sjorren. Terwijl Griet aan haar rukt en trekt komt Miet langzaam tot leven. De pijn die Griet haar bezorgt dringt door tot in haar kleine brein. Ze probeert Griet van zich af te schudden, maar die heeft in haar voort durende aanval van hysterie niet eens in de gaten dat haar zuster nog leeft.
De beide meeuwen proberen haar tot kalmte te manen en pas als Twan haar een mep met zijn vleugel geeft komt Griet tot bezinning en ziet dat er leven in haar zuster zit. Opluchting heerst bij meeuwen en zandvlooien. De meeuwen brengen de dames naar Ecomare, als ze daar zieke zeehonden en vogels kunnen genezen, zullen ze voor een stel zandvlooien hun hand niet omdraaien. Zo krijgt Miet alsnog haar zin.

We laten Miet en Griet tijdens de revalidatie met rust. Het is onduidelijk hoe lang die periode gaat duren.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen