zondag 13 december 2015

Miet en Griet 37

Linke soep

In restaurant ‘Zeeschuim’ zijn de rapen gaar.
Sjef Kokkel heeft stiekem de beschadigde wietplanten als kruid in zijn beroemde soep laten verwerken.
Niet iedereen is bestand tegen het goedje en zo kan het gebeuren dat een aantal van de klanten na het eten van de soep onwel wordt. De eters klagen over duizeligheid en dubbelzien. Dergelijk nieuws gaat in het dorp als een lopend vuurtje en de lokale journalist pikt het bericht al snel op. Eindelijk weer eens een schandaaltje in het Sufferdje.
‘In restaurant Zeeschuim wordt de soep zo heet gegeten als hij wordt opgediend’, staat er boven zijn artikel. Heel Egmond smult van het verhaal.
De concurrentie wrijft zich al in de handen. Dit bericht kan het restaurant van Sjef noodlottig worden.
Tante Wiertje, de bedenkster van het onvolprezen gerecht, begrijpt er niets van. Zij heeft geen andere handelingen verricht en weigert te geloven dat de plotselinge ziekte die haar soep aanricht een gevolg is van haar receptuur. Sjef vertelt zijn tante van zijn geheime kas en de weggewerkte schade. Wiertje dient haar neef gepeperd van repliek.
Haar kookkunst en het restaurant zo te kijk zetten, is hij helemaal gek geworden. Heeft hij soms zelf van dat spul uit de kas gerookt? Ziet hij het nog wel helder?  Nog een keer zo’n misser en zij staat in de keuken van eetcafé de Branding. Hij weet, met haar vertrek kan hij zijn tent sluiten. Ze besluit haar relaas met een een reddingsactie.
‘We nodigen de vuilspuitende correspondent en de slachtoffers uit voor een gratis diner om het goed te maken. We leggen uit dat we een vervuilde zending kruiden hebben gebruikt. Die schuldbekentenis moet uiteraard in het Sufferdje worden geplaatst. Daarmee is mijn  eer en jouw restaurant gered. Wat jij in het duin uitspookt met die motormuizen uit de regio is jouw zaak, maar je houdt louche praktijken en restaurant voortaan gescheiden.’
Sjef sputtert nog wat over het gratis diner, maar kiest toch eieren voor zijn geld.
Meer schade kan hij zich niet permitteren.

Griet die het bewuste artikel over de soep zit te lezen, houdt haar zuster de krant onder de neus. ‘Wat denk je, zou die spreeuw en de ziekmakende soep te combineren zijn? Jij hebt vorig jaar samen met de strandjutter dat kasje van Sjef ontdekt, ik vraag me af of één en één hier twee is. Er zit een luchtje aan dit gedoe. Trouwens, Twan blijft wel erg lang weg.
Alle kans dat die Scandinaviërs voortvluchtig zijn. Ik vrees dat we nog lang niet van de spreeuwentroep zijn verlost.’
‘Nou en?’ Miet haalt haar schildje op. ‘Je bent wel snel vergeten dat we zelf dit voorjaar afhankelijk zijn geweest van de opvang op Texel. Als Sverre een zandvlo zou zijn zou je vast anders praten. Wel eens van tolerantie gehoord?’

In huize Zandvlo wordt de rest van de dag gezwegen en zakt de stemming onder nul.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen