maandag 14 juli 2014

Miet en Griet 8

Miet waagt een nieuwe poging

Miet verveelt zich behoorlijk. Rond het kasje van Sjef Kokkel is het, tot nu toe, rustig gebleven. De strandjutter is met vakantie en het toeristenseizoen verloopt voorspelbaar, zoals elk jaar. Gisteravond heeft ze, verscholen achter de deleteknop op het toetsenbord, samen met Jan de Kwaker de website van de Zwarte Cross bekeken. Dat het zo’n groot evenement was heeft ze niet geweten, er is buiten het crossen echt van alles te doen. Als je alle gekkigheid, zoals een workshop tenenlezen of de preek van ds. Gremdaat wilt meemaken kom je aan de cross niet eens toe.
Jan de Kwaker sloot zijn computer af met de woorden ‘Mafkezen, die Achterhoekers’.
Voor Miet het sein om nou eindelijk eens kennis te maken met dat deel van Nederland.

‘Wat vind je Griet, blijven we hier op het strand de toeristen jeuk bezorgen of ondernemen we zelf nog een tripje?  We hebben op Terschelling gezien dat Twan nog wel even bezig is met revalideren, dus uitstapjes met hem kunnen we voorlopig vergeten. Daarbij kan hij maar beter op Terschelling blijven, want het wordt er hier in de regio voor meeuwen niet leuker op.
Je weet dat Twan graag een patatje scoorde. Zo te zien heeft hij, onbewust, model gestaan voor de borden in de stad. Het was erg aardig van Arie Kopmeeuw om ons een retourtje Terschelling aan te bieden, maar meer moet je van hem niet verwachten. Zo’n jonge meeuw heeft geen boodschap aan een stel zandvlooien op leeftijd. 

Als we al iets willen zullen we het zelf moeten bedenken en vervoer regelen.’
‘Als we iets willen? Jij zul je bedoelen. Ik hoef niet zo nodig, laat mij maar in Egmond er is hier in de zomerweken genoeg te doen. Braderie, alle winkels open, volle terrassen, flanerend publiek in de Voorstraat, demonstratie van de reddingsbrigade en niet te vergeten de strandzesdaagse.
En dat zaakje van Sjef Kokkel in het duin levert misschien wel extra bezoekers op.’
‘Tjonge zeg, niet één nieuw evenement. Elk jaar hetzelfde riedeltje.
Het laatste wat je noemt, zou ik me maar niet teveel op verheugen, bezoekers i.v.m. die handel zal Egmond geen goed doen en de nodige spanning opleveren. Daar kun jij nogal tegen.
Wat ben je toch een naïef wezen. Ik ga dat niet afwachten. Ik wil wat anders zien en beleven.
Jij vond die kaasmarkt toch ook leuk? Of is één uitstapje voor jou al genoeg?
Als we nou eens als verstekeling in een caravan meereizen en zien waar zo’n huis op wielen strand, dat is toch spannend. Kwaad kan het niet, je hebt onderdak, ziet wat van de wereld en op den duur kom je gewoon weer thuis. Op een camping is altijd wel zand te vinden om te overleven. Maar als je liever onder deze vlonder wilt toezien hoe het strand verandert in ligkuilen voor de Duitsers en de wandelaars zich de blaren lopen moet je dat vooral doen, maar dan wel in je eentje, want ik blijf hier niet.’

‘Chantage Miet, je weet heel goed dat ik in mijn eentje niet overleef. Zonder jou ben ik nergens, op deze manier dwing je me op avontuur te gaan. Meereizen in een caravan is nog tot daaraan toe, maar geen reisdoel weten vind ik doodeng. Wie weet in welk exotisch land je moet zien te overleven.’

Miet, met de Achterhoek als einddoel in het vizier, doet het laatste af als onzin.
Haar devies: ‘Overal waar zand is kan een zandvlo aarden.’

De komende dagen Griet maar even in een aantal zaken haar zin geven, dat wil nog wel eens helpen. Te beginnen met het opschudden van hun eigen zandkuiltje.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen