maandag 21 juli 2014

Miet en Griet 9

Miet en Griet bijten in het stof

Josje en Wim hebben de caravan geladen, de fietsen staan achterop, iedereen is uitgezwaaid, hun reis kan beginnen. Ze hebben geen weet van de verstekelingen in het vloerkleed, dat nog voldoende zand in zich heeft van de vorige trip, om zandvlooien een prettig verblijf te bezorgen.
Onder het bed, achter het serviceluik, reizen Miet en Griet een onbekende bestemming tegemoet. Uitzicht hebben ze niet, behalve het asfalt dat ze via het luchtroostertje onder zich voorbij zien trekken. Griet wordt algauw wagenziek van de voorbij flitsende witte lijnen en besluit, diep weggestopt in het vloerkleed, haar lot af te wachten.
Amper op weg en nu al spijt dat ze haar pootje niet heeft strak gehouden. Ze had gewoon voor de tweede keer naar de kaasmarkt moeten gaan. Die dekselse Miet weet het altijd weer te versieren haar tot slachtoffer te maken.

De reis eindigt in Bathmen op de rand van Salland en de Achterhoek.
Als de luifel is uitgedraaid besluiten Josje en Wim het vloerkleed niet uit te rollen. Het is mooi weer en het veldje op de camping is goed verzorgd. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan. Bij Griet slaat de paniek toe. Zij ziet zichzelf de rest van de reis achter het serviceluik opgesloten. Miet wijst haar op het luchtrooster in de vloer, betere in- en uitgang kan een zandvlo zich niet wensen. Zij maakt er meteen gebruik van en nestelt zich naast de fietsen die klaar staan voor gebruik. Griet volgt en komt al snel tot de conclusie dat het zand in dit deel van het land droger is dan het strand bij Egmond en als ze eerlijk moet zijn vindt ze dat niet onaangenaam. Nog even en ze raakt enthousiast.

De zusters maken, onder de bel van Josje haar fiets, menig trip. Ze zien de Tv-toren bij Markelo, bezoeken de sterrenwacht in Nijverdal en maken een stadswandeling in Deventer.
Op een dag rijden ze eerst een stuk met de auto om vervolgens een fietstocht te maken over smalle fietspaden langs zandwegen met mul zand.
De vlooien genieten van de zon op en een windje onder hun schildjes. Er gaat iets mis als Josje uitwijkt naar het mulle zandpad voor een tegenligger. Het stuur slaat om en Josje belandt onder de fiets op haar rug in het zand. Ook Miet en Griet bijten in het stof, maar die zijn het gewend.
Terwijl Wim zijn vrouw van de fiets bevrijdt horen ze haar kreunen:
‘Foute boel Wim, ik denk dat er een rib gekneusd is.’
Miet begrijpt meteen dat er een einde aan de fietstochten is gekomen.
Uitgerekend vandaag heeft ze op de routeborden gelezen dat Lichtenvoorde nog maar acht kilometer fietsen is.
Josje staat inmiddels overeind en huilt van pijn. Naar de camping is het enige wat ze wil.
De hersentjes van Miet werken op volle toeren. Terug naar Bathmen met het einddoel onder bereik, dat nooit. Desnoods hipt ze die acht kilometer. Josje stapt voorzichtig op haar fiets en verdwijnt langzaam, met Wim in haar bandenspoor, uit zicht. Ze hebben geen idee dat ze daar een zandvlo mee in de kaart spelen.
Griet kijkt het stel beduusd na. ‘Zielig voor Josje, maar hoe moet het nu met ons, Miet?
Daar liggen we dan op een verlaten landweg en weten hier heg noch steg. We hebben het weer geweldig voor elkaar.’
‘Niks aan de hand, Griet, we zetten koers naar neef Bertus die woont hier in de buurt.’
‘Kilometers hippen naar Lichtenvoorde dat ga ik niet redden, zelfs niet in etappes.’

‘Dat hoeft ook niet, ik breng jullie wel.’
In de berm zit een ekster. ‘Hallo, ik heet Freek. Jullie zijn zeker op weg naar het vlooiencircus van Bertus? Hij heeft dit jaar een act op de Zwarte Cross.’

‘Wat zegt die vogel, ik kan hem slecht verstaan.’
‘Dat komt van zijn Achterhoeks accent, wen er maar aan want dat gaan we de komende tijd dagelijks horen. Freek kent neef Bertus en hij biedt ons een lift aan.
Griet gaat eindelijk een licht op.
‘Neef Bertus, Lichtenvoorde…ik had het kunnen weten. Wij zijn op weg naar de Zwarte Cross.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen