zondag 28 februari 2016

Miet en Griet 43

Het is niet alles goud wat er blinkt

In de zandkuil van de gezusters Zandvlo heerst winterse rust.
Miet komt er achter dat ze met stille diplomatie oftewel zwijgen over eventuele acties zeker niet in Den Haag komt. Griet zelf heeft het onderwerp niet meer aangeroerd. Voor haar is blijkbaar de kous af. Daarbij is de Tweede Kamer met reces dus valt er weinig te beleven.
De PVV is tien jaar, maar als er niemand is om op je feestje te komen kun je dat maar beter uitstellen. Geertruida op haar vlag hangt er slapjes bij. Het is net een schoolkind dat in de vakantie jarig is. Er valt niemand te trakteren. Vriendjes en vriendinnetjes zijn niet thuis. 
Je verjaardag vier je altijd later of helemaal niet.

Miet en Griet hebben de vragen over de restauratie van de Gouden Koets gelezen.
Hoewel ze er in Den Haag de tramrails jaarlijks met touw voor moeten dichtstoppen, kost het een slordige duit dat vehikel op de rails te houden.
Wat Miet betreft mag de firma W.A.M. overstappen in een luxe dienstwagen met AA kenteken. Griet is het daarmee niet eens.
‘Het is net als met het kievitsei. Het ‘gewone’ volk wil de Gouden Koets. Dat zie je ieder jaar weer langs de route. Ze komen van heinde en verre. Een en al vrolijkheid en maar zwaaien.’

‘Je vergelijkt de Gouden Koets toch niet met het eerste kievitsei. Het is de pompoen van Assepoester niet. Dat ei wordt al jaren niet meer koninklijk ontvangen. Verder dan de commissaris van de Koning komt de raper niet. Sommige tradities moet je op een goed moment afschaffen. 
De restauratie is een mooie aanleiding om dat schip van bijleg uit de vaart te nemen. Beetje bijkwasten en in het museum in Apeldoorn zetten. Mooie publiekstrekker voor Paleis Het Loo.’

Griet reageert venijnig.
‘Flauw hoor die pompoen en wat nou schip van bijleg.
We hebben het over de Gouden Koets, niet over de Groene Draeck.
Trouwens sinds wanneer noem jij de Oranjes, de firma W.A.M?’

‘Sinds ik de fotosessie in Lech heb gezien. Toen schoot me dat zomaar te binnen.
Vind het zelf wel een leuke vondst. Ik doe er niemand kwaad mee.’

‘Het getuigt van weinig respect voor het Koningshuis.’

 ‘Hoe kom je daar nou bij. Dit is heel wat netter dan de Koning Willy noemen en hem als de
  eerste de beste minkukel wegzetten. Maxima laten hinniken als een paard, ook zo leuk ...
  Die flauwe grappen hebben we wel een keer gezien?
  Jemig, Griet het is weer zover. Zitten we ruzie te maken om niks. We leren het nooit.
  Er zijn erger dingen om ons over op te winden.’

 ‘Oh ja, noem eens wat? 

zondag 14 februari 2016

Miet en Griet 42

Griet bedenkt zich

Twan kan wel zin hebben in een Haagse actie, maar voor een vlucht naar Den Haag heb je toch een beetje lekkere weersomstandigheden nodig. Het gure weer geeft Miet en Griet kans hun plannen verder uit te werken. Miet vraagt zich af of ze hun werkterrein zullen uitbreiden.
De minister van Infrastructuur en Milieu is ook behoorlijk de weg kwijt. Het lijkt wel of de klimaattop in Parijs aan haar is voorbijgegaan. De handtekeningen onder die afspraken zijn amper opgedroogd of zij besluit dat er nog meer trajecten moeten komen waar je 130 kilometer mag rijden met je heilige koe. Hoppa, vooruit met die uitlaatgassen. Niets te maken met luchtvervuiling en aangetaste longen van de bevolking. Ze is waarschijnlijk gefrustreerd over het feit dat ze de kustlijn niet vol kan bouwen. Als je er goed over nadenkt, moet je tot de conclusie komen dat ze verder nog weinig prestatie heeft geleverd. De hete kolen bij de spoorwegen zijn ook door anderen uit het vuur gehaald. Vermoedelijk zit de voormalig staatssecretaris nu op een wachtgeldje bij te komen van alle verschrikkingen.
Miet oppert of ze niet beter naar Den Haag kunnen verhuizen, er gebeurt daar zo veel om tegen in actie te komen.

‘Ben jij gek geworden? Verhuizen? Geen denken aan. Bedenk ik eindelijk eens een plan ga jij er onmiddellijk mee aan de haal. Ziet meteen aanleiding tot meer avonturen. Jij leert het nooit af, mij in het harnas te jagen. Bij tijd en wijle voor een gifzaakje op pad is mij prima, maar ik ga niet permanent op het pluche zitten.’

‘We kunnen toch in Scheveningen een kuil betrekken of in Madurodam, nog leuker.
We hebben twee jaar geleden gezien hoe gezellig het daar was.’   (zie Prinsjesdag)

‘Niet doordrammen Miet, nog even en ik ga helemaal niet naar Den Haag.
Goed beschouwd is er geen beginnen aan. Die VVD-ers zijn hardleers. Kijk maar naar de man die denkt burgemeester van Haarlem te kunnen worden. Het onderzoek naar het zoekgeraakte bonnetje is nog niet eens afgerond en hij komt met deze baan aanzetten.
En zolang Rutte de lolbroek uithangt zal het niet veel beter worden. Je kan wel denken dat je de lach aan je kont hebt hangen, maar met Gordon in je kringen ben je snel uitgelachen, lijkt mij. Bekend Nederland had in elk geval na het diner in de Beurs van Berlage veel te keuvelen en bij de nabeschouwingen hielden de BN-ers toch weer mooi elkaars broek op. Echt Miet er is geen spuiten tegen. Bij nader inzien heb ik helemaal geen zin meer in dat tripje.’

Die kopstoot heeft Miet niet zien aankomen, Den Haag ligt weer op afstand.
Dat reisdoel bereiken, vraagt stille diplomatie.

maandag 1 februari 2016

Miet en Griet 41

Griet trekt van leer


 Laat in de middag landt Twan luid snaterend voor de zandkuil.
‘Meiden, daar ben ik weer eens. Ik heb een poos in Harlingen rondgehangen en kan geen vis meer zien. Ik heb me compleet overeten aan potvis. Hoe is het hier, alles rustig?
Geen verdwaalde spreeuwen meer gezien?’
Miet vertelt dat ze vorige week erg geschrokken zijn van de journaalbeelden en dat ze nieuwsgierig zijn naar de meeuw die de partijvlag siert.

‘Dat is Geertruida, een achternicht uit Marokko. Altijd al een buitenbeentje geweest, nooit binnen de lijnen van het normale opereren, aandachttrekster met een grote bek.
De hele familie heeft zich tegen haar gekeerd toen ze symbool van de vrijheid werd voor deze partij. Als de leider had geweten dat ze uit Marokko komt had ie vast een andere keus gemaakt. Die man moet niets hebben van buitenlanders, ik lach me altijd gek als ik Geertruida in beeld zie. Ze doen hun best maar, ik wil er niets mee te maken hebben.’

‘Met heel Den Haag niet of alleen niet met die club?’ wil Griet weten.

‘Vanwaar de vraag? Moet er actie worden ondernomen?
Ik heb in Harlingen het nieuws niet gevolgd. Praat me even bij.’

Griet laat haar gedachten de vrije loop: ‘Ik zei pas tegen Miet dat we de minister van Veiligheid en Justitie wel een lesje kunnen leren. Die man maakt er een potje van, manipuleert met foto’s, beschuldigt integere mensen van onzorgvuldig gedrag, geeft zijn ambtenaren de schuld van zoekgeraakte papieren en draait met een grote bocht om de waarheid. Stiekem gedoe is het. 
Als we nog lang blijven treuzelen, hoeft het niet meer, worden we ingehaald door dat zoekgeraakte bonnetje en is deze minister vertrokken voor we hem jeuk hebben bezorgd. 
Hij zit in elk geval op hete kolen, hoewel ik me afvraag of hij ze wel voelt. Arrogant mannnetje, net als zijn voorganger meneer Blahblah. Ze hebben in Den Haag enorme vloerkleden waar je van alles onder kunt vegen en de doofpot heeft een omvang waar Sjef Kokkel jaloers op zou zijn.
Ik hoop dat de onderzoekscommissie alle lijken uit de kast haalt, het gaat zo onderhand behoorlijk stinken. Potvissen zijn er niets bij.’

Miet weet niet wat ze hoort. Griet, de voorzichtige, neemt politiek Den Haag op de korrel. 
Als ze het daar maar bont genoeg maken komt zelfs haar zuster in het geweer, dat verdient  steun. Op de barricades!

Twan begrijpt het relaas niet helemaal, maar dat de dames naar Den Haag willen en dat hij daarvoor moet zorgen is hem duidelijk. Vandaag gaat dat niet meer lukken. De vlucht uit Harlingen zit hem nog in de veren. Daarbij verdient de actie enige voorbereiding.
Uitzoeken wanneer en op welke plek ze de minister te grazen kunnen nemen.
Twan denkt dat een actie tijdens een Kamerdebat het meeste effect heeft. Hij ziet het al voor zich. De minister die de, altijd feestelijk gekleurde, stropdas afrukt.
Daarna een schorsing omdat hij zich openlijk staat te krabben terwijl hij moeilijke vragen moet beantwoorden. En passant kan Twan zelf achternicht Geertruida een poepje laten ruiken. 
Hij krijgt er zin in.