Opvangcentrum
Terwijl Sverre zich suf eet en
snuift in het kasje van Sjef Kokkel, zitten Miet en Griet met Twan aan tafel.
Hij doet verslag van zijn bezoek aan de spreeuwenkolonie. Griet vindt dat het
probleem al is opgelost. De spreeuw is met de noorderzon vertrokken dus waar
zullen ze zich druk over maken. Miet is het, zoals gewoonlijk, niet met haar
eens en vindt dat ze een zoektocht moeten organiseren. Twan zegt dat ze het
zoeken beter aan de spreeuwen kunnen over te laten. Het is niet de eerste keer
dat de vogel op drift is geraakt.
Griet weet genoeg. ‘Zie je nou wel,
bemoei je niet met dat beest er komt narigheid van, ik voel het.’
Ondertussen heeft Sjef ontdekt dat
er schade aan de vingerplanten is. Als de klanten van de motorclub hier lucht
van krijgen zijn de rapen gaar. Sjef besluit de beschadigde planten in zijn
soep mee te koken. Of je nou zevenblad verwerkt of een wietplant. Als je de
bladeren goed fijn maalt, is er geen haan die ernaar kraait. Sverre begrijpt
dat hij maar beter het hazenpad kan kiezen. Als Sjef met de oogst het kasje
verlaat fladdert een spreeuw rakelings over zijn hoofd. Verbaasd kijkt hij de
vogel na die, als een drone op zijn eerste proefvlucht, zigzaggend koers naar
zee zet. Sverre’s navigatie is door de wiet behoorlijk gestoord geraakt en de
storm die er staat, maakt de vlucht nog zwaarder. Hij mist op een haar na de
vuurtoren en ploft ongecontroleerd onder het bankje aan de boulevard dat Miet
hem heeft gewezen. De ruime consumptie uit het kasje mist zijn uitwerking niet.
Hij ziet nog net dat een zeemeeuw,
met wind tegen, moeizaam op de rugleuning neerstrijkt.
Twan bekijkt het hoopje veren. ‘Stoned
als een garnaal, die kan hier niet blijven liggen.
Als de reddingsbrigade met deze zuidwesterstorm
wandelaars van het strand plukt, moet het voor een gedrogeerde spreeuw helemaal
gevaarlijk zijn. In deze toestand ligt hij in zee voor hij er erg in heeft. Dit
gaat Griet niet leuk vinden, maar ik breng hem toch naar het kuiltje van de zusters.
Ik graaf hem in een beetje in zodat de wind geen vat op hem krijgt. De
zandvlooien moeten op hem passen terwijl ik de Haakongroep waarschuw.’
Als Twan met de lamme vogel aankomt,
schiet Miet meteen in de hulpmodus. Griet steekt geen poot uit. De achterdocht
druipt van haar schild. Twan lijkt wel gek geworden om hun kuiltje tot
opvangcentrum te bombarderen. Belachelijk dat Miet zich laat zandstralen
vanwege een drugsverslaafde spreeuw. Bij haar kent hulpverlening geen grenzen.
Griet heeft haar grens getrokken en
blijft binnen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten