Miet doet een ontdekking.
Griet stapt met het verkeerde pootje van haar zandbed. Haar
vertrouwde ochtendhumeur staat op onweer. Miet besluit de reisplannen voorlopig
niet voor het voetlicht te brengen. Ze kan Griet maar beter ontzien. Geheel
tegen haar gewoonte begint Miet, na het ontbijt, meteen hun zandkuiltje op te
ruimen.
Griet veegt, met een lang gezicht, buiten hun straatje
schoon.
Miet heeft geen zin het chagrijn van die dag af te wachten
en rijdt met Cor de strandjutter richting Bergen. Net buiten de Egmondse
grenzen slaat hij af en gaat de duinen in.
Hij stopt bij het kasje in de moestuin van Sjef Kokkel. Miet
vraagt zich af wat er in een moestuin valt te jutten. Ze hoort de jutter
hartgrondig binnensmonds vloeken.
Naast het glazen huisje staat een Harley Davidson met enorme
zijtassen. Het glimmende stuur schittert in de zon. Binnen horen ze Sjef in
gesprek met een man in een leren jack.
‘Je moet afwachten tot ik de bestelling kom brengen, dat is veiliger.
Als die snuffelaars van de opsporingsdienst dit kasje vinden, kunnen jullie
naar je hele handel fluiten’
Sjef staat midden tussen zijn vingerplanten. Miet weet niet
beter of de motorrijder komt voor soep.
‘Godsamme, de rapen zijn gaar, ik smeer hem naar Bergen en
heb mooi niks gezien.’
Voor Miet er erg in heeft beent Cor de tuin uit, richting
strand.
De motormuis staat aan een vingerplant te ruiken.
Miet schuift wat dichterbij en merkt dat binnen een weeïge
lucht hangt. Blijkbaar kookt Sjef twee soorten soep.
’t Is goed spul, daar kunnen we flink geld mee maken’
‘Ja, maar niet via rechtstreekse handel vanuit mijn kas, zeg
dat maar dat tegen je baas.
Ik breng het zelf naar jullie clubhuis. Dat was de deal. Dat
jullie mijn plantage hebben ontdekt is al erg genoeg. Heel Egmond denkt dat ik
hier vingerplanten heb staan voor mijn beroemde soep.
Die bron van inkomsten gaan jullie niet om zeep omhelpen.’
‘Dat zullen we nog wel eens zien. Dat kun je gerust aan ons overlaten.
Die bron van inkomsten gaan jullie niet om zeep omhelpen.’
‘Dat zullen we nog wel eens zien. Dat kun je gerust aan ons overlaten.
De aanplant voor de soep is snel uitgerukt als we hier een avondje
huishouden.’
Tot Miet en Sjefs schrik trekt de man een mes uit zijn
kontzak en begint demonstratief onder zijn nagels te peuteren.
Het dringt langzaam tot Miet door dat in het kasje geen
zuivere koffie wordt geschonken.
Cor is hem blijkbaar niet voor niets gesmeerd. Ook zij kiest
het hazenpad door de duinen.
Als ze thuiskomt vindt ze Griet, naast een zwaar hijgende zeemeeuw,
op de vlonder.
‘Dit is Wanda, de tante van Twan. Hij ligt zwaar gewond in
de vogelopvang op Terschelling.
En dat is jouw schuld.’
En dat is jouw schuld.’
Wanda vertelt voor de tweede keer over het ongeluk dat Twan
is overkomen.
‘Twan is op Terschelling in het restant van een aangespoeld
visnet verstrikt geraakt en heeft een van zijn poten ernstig beschadigd. Hij is
gevonden door toeristen, die hem naar de vogelopvang hebben gebracht. Daar
hebben ze gelukkig Twan zijn poot kunnen redden. Die lui zijn heel bekwaam. Die
zien zich, bij wijze van spreken, nog kans van een kale kip veren te plukken. Voorlopig
mag hij niet op zijn poot staan. Van vliegen kan geen sprake zijn, hij kan niet
eens afzetten om te starten.’
‘Wat deed Twan helemaal opTerschelling?’ wil Miet weten.
‘Dat durf jij nog te vragen. Hij was daar op jouw verzoek om
zich te oriënteren op het Oerolfestival en om te oefenen voor langere vluchten.
Oerol, langere vluchten. Jouw werk, Miet. Reisplannen maken, zonder mij daarin te
betrekken en Twan alvast voor je reiskoetsje spannen. Tevreden met het
resultaat?
Hij zwaar gewond, zijn Tante hier, hijgend als een postduif
die in Noord-Frankrijk is gelost, en mij de gillende zenuwen bezorgen. Wat ben
jij toch een stuk egoïstisch zandvlo.’
Griet schrikt van haar eigen uitval, klapt het bekje dicht
en neemt zich voor het de komende dagen niet meer open te doen.
Tante Wanda denkt er het hare van. ‘Dames het lijkt mij het
beste dat jullie het zonder mij uitvechten. Omdat Twan zijn vriendinnen niet in
de steek wil laten, heb ik aan zijn verzoek voldaan om jullie op de hoogte te
brengen van zijn toestand. Meer kan ik hier niet doen. Als hij genezen is zal hij
vast weer opduiken. Twan is uit goede veren gesneden en een taaie rakker.
Sommigen vinden hem een watje, maar ik weet wel beter. Ik ga terug naar
Harlingen.
Dan kan ik op de railing van de avondboot de oversteek naar
Terschelling maken, dat scheelt vlieguren en longcapaciteit, want dat laatste
is niet best meer.’
‘Doe uw neef onze hartelijke groeten, wens hem vooral
beterschap en zeg hem dat het mij oprecht spijt.’
Griet sneert; ‘Tuurlijk spijt het je, dat moest er nog eens
bijkomen. Dank u wel voor alle moeite mevrouw en goede terugreis gewenst.’
Nagekeken door Miet en Wanda stampt ze de vlonder af.
Voor Wanda haar vleugels spreidt leest ze Miet nog even de
les.
‘Dat komt ervan als je plannen in je schild voert, wie hoog springt,
kan diep vallen.
Dat zou een zandvlo toch moeten weten.’
Miet volgt haar zuster naar huis. Onder Jan de Kwaker’s
strandhuisje heerst een ijzige stilte.
Over de boulevard knalt een Harley voorbij.
Miet voorziet een lange hete zomer.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten