Miet en Griet bijten in het stof
Josje en Wim hebben de caravan geladen, de fietsen staan
achterop, iedereen is uitgezwaaid, hun reis kan beginnen. Ze hebben geen weet
van de verstekelingen in het vloerkleed, dat nog voldoende zand in zich heeft
van de vorige trip, om zandvlooien een prettig verblijf te bezorgen.
Onder het bed, achter het serviceluik, reizen Miet en Griet
een onbekende bestemming tegemoet. Uitzicht hebben ze niet, behalve het asfalt
dat ze via het luchtroostertje onder zich voorbij zien trekken. Griet wordt
algauw wagenziek van de voorbij flitsende witte lijnen en besluit, diep
weggestopt in het vloerkleed, haar lot af te wachten.
Amper op weg en nu al spijt dat ze haar pootje niet heeft
strak gehouden. Ze had gewoon voor de tweede keer naar de kaasmarkt moeten
gaan. Die dekselse Miet weet het altijd weer te versieren haar tot slachtoffer
te maken.
De reis eindigt in Bathmen op de rand van Salland en de
Achterhoek.
Als de luifel is uitgedraaid besluiten Josje en Wim het
vloerkleed niet uit te rollen. Het is mooi weer en het veldje op de camping is
goed verzorgd. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan. Bij Griet slaat de
paniek toe. Zij ziet zichzelf de rest van de reis achter het serviceluik
opgesloten. Miet wijst haar op het luchtrooster in de vloer, betere in- en
uitgang kan een zandvlo zich niet wensen. Zij maakt er meteen gebruik van en
nestelt zich naast de fietsen die klaar staan voor gebruik. Griet volgt en komt
al snel tot de conclusie dat het zand in dit deel van het land droger is dan
het strand bij Egmond en als ze eerlijk moet zijn vindt ze dat niet
onaangenaam. Nog even en ze raakt enthousiast.
De zusters maken, onder de bel van Josje haar fiets, menig
trip. Ze zien de Tv-toren bij Markelo, bezoeken de sterrenwacht in Nijverdal en
maken een stadswandeling in Deventer.
Op een dag rijden ze eerst een stuk met de auto om
vervolgens een fietstocht te maken over smalle fietspaden langs zandwegen met
mul zand.
De vlooien genieten van de zon op en een windje onder hun
schildjes. Er gaat iets mis als Josje uitwijkt naar het mulle zandpad voor een
tegenligger. Het stuur slaat om en Josje belandt onder de fiets op haar rug in
het zand. Ook Miet en Griet bijten in het stof, maar die zijn het
gewend.
Terwijl Wim zijn vrouw van de fiets bevrijdt horen ze haar kreunen:
Terwijl Wim zijn vrouw van de fiets bevrijdt horen ze haar kreunen:
‘Foute boel Wim, ik denk dat er een rib gekneusd is.’
Miet begrijpt meteen dat er een einde aan de fietstochten is
gekomen.
Uitgerekend vandaag heeft ze op de routeborden gelezen dat
Lichtenvoorde nog maar acht kilometer fietsen is.
Josje staat inmiddels overeind en huilt van pijn. Naar de
camping is het enige wat ze wil.
De hersentjes van Miet werken op volle toeren. Terug naar
Bathmen met het einddoel onder bereik, dat nooit. Desnoods hipt ze die acht kilometer.
Josje stapt voorzichtig op haar fiets en verdwijnt langzaam, met Wim in haar
bandenspoor, uit zicht. Ze hebben geen idee dat ze daar een zandvlo mee in de
kaart spelen.
Griet kijkt het stel beduusd na. ‘Zielig voor Josje, maar
hoe moet het nu met ons, Miet?
Daar liggen we dan op een verlaten landweg en weten hier heg
noch steg. We hebben het weer geweldig voor elkaar.’
‘Niks aan de hand, Griet, we zetten koers naar neef Bertus
die woont hier in de buurt.’
‘Kilometers hippen naar Lichtenvoorde dat ga ik niet redden,
zelfs niet in etappes.’
‘Dat hoeft ook niet, ik breng jullie wel.’
In de berm zit een ekster. ‘Hallo, ik heet Freek. Jullie
zijn zeker op weg naar het vlooiencircus van Bertus? Hij heeft dit jaar een act
op de Zwarte Cross.’
‘Wat zegt die vogel, ik kan hem slecht verstaan.’
‘Dat komt van zijn Achterhoeks accent, wen er maar aan want
dat gaan we de komende tijd dagelijks horen. Freek kent neef Bertus en hij
biedt ons een lift aan.
Griet gaat eindelijk een licht op.
‘Neef Bertus, Lichtenvoorde…ik had het kunnen weten. Wij
zijn op weg naar de Zwarte Cross.’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten