enteren een cruiseschip
Terwijl het zandvlooienfestival in volle gang is en Miet op
de beat van de Vlooienband uit haar dak gaat, laat Griet in de beautykraam haar
schildje poetsen. Het is duidelijk dat de organisatoren van dit feest goed hebben
rondgekeken op het strand van Almere tijdens de Libellezomerweek. Er is voor
elk wat wils.
Na de behandeling vlijt Griet zich in een kussen van een comfortabele
loungebank.
Ze heeft uitzicht over de Noordzee.
Op de rede ligt een cruiseschip te wachten op de loods om
naar binnen te varen.
Griet mijmert weg, een tripje op zo’n loveboat staat al
jaren op haar verlanglijstje.
Miet die uitgedanst is, zakt moe maar voldaan naast haar
neer. Griet merkt het niet.
Als Miet haar waas voor ogen ziet, weet ze hoe de vlag erbij
hangt. Griet droomt van een cruise. Voorzichtig schudt Miet aan haar zus die
verdwaasd naar haar opkijkt.
‘Wakker worden, Griet, als we snel zijn kunnen we in de
broek van de loods meevaren naar dat schip. Wat denk je is een trip door het Noordzeekanaal
naar Amsterdam ver genoeg om je honger naar een cruise te stillen?’
Griet bedenkt zich geen moment, springt op en is al op weg
naar de loodsboot.
Het gaat Miet helemaal naar de zin, want dit uitstapje gaat
ervoor zorgen dat zij deze zomer naar de Zwarte Cross in de Achterhoek kan.
Voor wat, hoort wat. Griet houdt niet van dat wilde gedoe, vorig jaar heeft ze het
feest nog kunnen tegenhouden, maar dit jaar gaat haar dat niet lukken.
De gezusters worden probleemloos aan boord van de Bella Vista
geloodst. Ze gaan meteen naar het casino en bekijken de mensheid, dat hier
keurig gekleed, probeert zijn verdiende geld kwijt te raken.
Griet, bescheiden en meestal op de achtergrond, raakt zo
enthousiast dat ze op het rollende balletje springt en als een volleerde
kermisklant draait ze gillend rondjes. Ze komt op nummer 33 zwart tot stilstand,
waar haar glimmend gepoetste schild het licht van de kroonluchter weerkaartst.
Ze hoort een gil en iemand roept; ‘Gadverdamme een vlo, croupier veeg dat beest
van tafel.’
Griet weet net op tijd weg te springen en eindigt op haar
rug in het hoogpolig tapijt.
Miet heeft het van een afstandje zien gebeuren en is
woedend. Ze trekt haar zuster aan de voorpootjes overeind en scheldt haar en
passant de huid vol. ‘Ben jij helemaal gek geworden, als een idioot rondjes
draaien op de roulettetafel, dat is vragen om ontdekt te worden. Het is bij jou
altijd alles of niets.
Ze denken nu vast dat er een vlooienplaag aan boord is, die lui
weten niet dat wij maar met z’n tweeën zijn. De kapitein krijgt bij voorbaat al
jeuk als hij aan de krantenkoppen denkt. 'Vlooienplaag op cruiseschip' Die stuurt de jongens van Rentokil met hun
verdelgende middelen op ons af. Dat gaat ons geheid de kop kosten, we sterven
een benauwde dood.
Wegwezen hier. Je hebt je maidentrip mooi naar de
filistijnen geholpen. We zoeken een vrachtschip en gaan terug naar de kust.’

Geen opmerkingen:
Een reactie posten