Bezoek aan de kaasmarkt
Tijdens het verblijf op de Jan van Speijk worden ze een
enkele keer gestoord door toeristen die een kaartje hebben gekocht om de toren
te beklimmen en om uitleg te krijgen over de functie van de lampen. Deze zijn
vooral bedoeld om, wat betreft zandbanken en ondieptes, de kleine scheepvaart
op zee tot hulp te zijn. De grote vaart maakt gebruik van satellieten en navigeert
niet meer op de vuurtoren.
Over lichttherapie wordt met geen woord gerept. Die is
blijkbaar alleen voor zandvlooien.
Griet doet een intensieve therapie en dat betekent, zeker
voor een zandvlo, een rigoureuze aanpak. Twee weken onder de volle lampen van
de vuurtoren doen wonderen. Tot grote vreugde van Miet, knapt Griet in razend
tempo op en kan Twan zijn vriendinnen weer naar hun vlonder brengen.
Ze vieren Griet’s herstel met een bezoek aan de kaasmarkt.
Twan zet ze af op het dak van het waaggebouw van waaruit ze
de hele markt kunnen overzien. Hij blijkt ook nog eens een prima gids te zijn.
‘De meeste mensen weten het niet, maar let op de klok. Om 11
uur heft de wachter die op de waagtoren staat zijn trompet en blaast een
deuntje over de gracht. Dat doet hij drie keer per dag. Hij is minder actief dan de toernooiruitertjes
die draaien vlak achter hem ieder uur hun rondjes. Misschien iets voor Griet om
aan mee te doen.
Maar nu eerst de kaasmarkt zelf.
Die figuur met zijn blikken ketting om de nek is de
burgemeester, hij levert de wekelijkse gast om de kaasmarkt te openen. De ene
keer is dat een beroemde Alkmaarder, de andere keer een ambassadeur van een
bevriend land of de burgemeester van een zusterstad.
Vandaag is het Koen Verweij, dat blonde stuk dat zo goed kan
schaatsen, die de openingsbel mag luiden. Moet je kijken hoe de meiden achter
de dranghekken uit hun dak gaan.
Die man met de oranje hoed en een stok is de Kaasvader. Op
deze plek is hij belangrijker dan de burgemeester. Hij is de baas van de vier
vemen. Iedere veem heeft zijn eigen kleur dat zie je aan de berries en de
hoeden van de kaasdragers.’
‘Wat een koddig loopje hebben die dragers’, zegt Griet. ‘Ik
zou liever een keertje meedeinen op een kaasberrie, in plaats van op de rug van
een ruitertje een saai rondje draaien.’
‘Dat heet de kaasdragersdribbel en alles kan met Twan. Ik
werp jullie af op het rode veem en wacht op de hoek bij de weegschalen. Vliegen
we daarna naar De Flamand voor een patatje, want dat wil ik niet missen.’
Miet knipoogt naar Twan, de therapie heeft goed gewerkt.
Griet krijgt zowaar wat lef in haar vlooienlijf. Ze belanden tussen twee grote
ronde kazen op de berrie van het rode veem en deinen lustig het Waagplein over
op de dribbel van de dragers. Ze wiegen langs het publiek dat reikhalzend staat
te kijken en foto’s maakt. Miet en Griet voelen zich net Willem en Maxima in de
gouden koets.
In het waaggebouw, bij het wegen van de kaas, gaat het bijna
mis. Miet verliest haar evenwicht, glijdt van de berrie en wordt bijna geplet
onder het gewicht van vijf kilo. Behendig springt ze op zij en weet zo het vege
lijf te redden. Griet staat lijkbleek toe te kijken. Was ze toch bijna haar
steun en toeverlaat kwijtgeraakt. Miet slaat haar voorpootjes om haar zus.
‘Kom op, geen paniek, ik ben er nog’, zegt Miet en ze duwt
haar het waaggebouw uit richting Twan, die kauwend op een kaaskorstje, staat te
wachten. ‘Is er wat, jullie zien zo bleek, misselijk geworden van de deining?’
Miet vertelt dat ze aan een roemloos einde is ontsnapt.
Vooral Griet moet het gebeuren verwerken. Slachtofferhulp is nog net niet
nodig.
‘Lekker stel zijn jullie. Blijft dat zo? Bij elk uitje zo
ongeveer aan de dood ontsnappen?
Weet je wat, om bij te komen varen we een eindje mee op de
rondvaartboot. Daarna vlieg ik jullie naar huis. Dat patatje haal ik dan vanmiddag wel.’
Terug in Egmond aan Zee, praten de zussen nog lang na over
de kaasmarkt.
‘We gaan deze zomer nog een keer. Ik zou die bel wel eens
willen luiden,’ zegt Griet.
‘Oh ja, en met welke beroemdheid zou je dat willen doen?
Marco Borsato is vast al eens geweest.’
‘Wacht ik toch op Marco van Basten, de nieuwe trainer van
AZ.’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten