Miet en Griet verhuizen
‘Heb je al bedacht op welke plek je wilt overwinteren,
Griet?
Jan de Kwaker is bijna klaar met het afbreken van zijn strandhuisje.
We kunnen meegaan naar de winteropslag, maar dan komen we ergens buiten het
dorp in een afgedankte bollenschuur te recht en daar voel ik persoonlijk niets
voor. Als het aan mij ligt blijven we in de buurt van de centrale strandopgang,
daar valt doorgaans meer te beleven. Weer of geen weer er zit altijd wel een
stel Egmonders op het bankje te ouwenelen en zo blijven we op de hoogte van
alle wel en wee in het dorp. Ik stel voor dat we een kuiltje aan de voet van de vuurtoren
zoeken, zitten we hoger dan de boulevard en uit de wind. Zelfs de
najaarsstormen zijn daar goed te verduren.
Vorig jaar is het ons aan de boulevard in de buurt van die
verwarmde, overdekte terrassen toch niet zo goed bevallen. Weet je nog hoe we
bijna zijn opgeveegd door een overijverige schoonmaker, nadat het duinzand hoog
tegen de drempel was opgewaaid.
Voor Twan is het ook prettiger ons daar te bezoeken, het is
er zo natuurlijk dat zelfs een meeuw niet opvalt.’
‘Je hebt het duidelijk alweer uitgedokterd en dit keer vind
ik het prima.
We overwinteren aan de voet van de Jan van Speijk. Morgen
verkassen, dan zijn we op de plek als Twan op zijn woensdagvlucht Egmond
aandoet. Trouwens wordt het niet tijd na te denken over die trip naar Den Haag.
We hebben nog een week om ons voor te bereiden, we moeten woensdag met Twan
overleggen hoe hij die wraakactie denkt te realiseren.
Brengt hij ons naar Den Haag of reizen we met het kamerlid
mee, dat laatste wordt dan nog een hele puzzel. Gaat die man met de trein?
Heeft hij het jacquet dan al aan? Mij lijkt dat geen dracht om in te reizen. Ik
denk dat we beter een dag eerder in Den Haag kunnen arriveren om ons te oriënteren
in de ridderzaal. Ik wil weten in welk vak we moeten zijn.
Stel je voor dat we de verkeerde te grazen nemen. Hoewel, ik
zou Minister Bla, Bla van Justitie en Veiligheid, die doet alsof heel Nederland
nog op de kleuterschool zit, gerust een week jeuk willen bezorgen, samen met
zijn assistent staatsecretaris. En dat vriendelijke vrouwtje achter haar
antieke rollator, zou ook een toontje lager mogen zingen.’
‘Griet zo ken ik je niet, je blijft wel in je rol van valse
zandvlo, straks ga je het hele kabinet nog te lijf. Als je maar van die aardige man van Buitenlandse Zaken
afblijft, die heeft deze zomer zwaar en knap werk verzet. Petje af.
We zouden naar Den Haag om Twan zijn vijand een lesje te
leren, laten we het daar nou maar bij laten.’
‘Ja, en jij lijkt erg mild geworden nadat je die
wietplantage niet kon doorzetten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten