Miet en Griet zinnen op wraak
De zusters zitten samen met Twan te mijmeren onder het
bankje aan de boulevard van Egmond aan Zee. Het zomerseizoen zit er bijna op en dat brengt voor iedereen
zorgen mee. Miet en Griet raken hun beschermde onderkomen kwijt omdat de
strandhuisjes afgebroken moeten worden.
Ieder jaar weer geeft dat huisvestingsperikelen. Je zou
zeggen dat die twee beter moeten weten, maar niets is minder waar. Begin september
is altijd goed voor stress en rijst de vraag waar ze hun winterresidence zullen
inrichten. Twan heeft andere zorgen en deelt die met zijn vriendinnen. ‘Vijf
september is de laatste kaasmarkt van het seizoen. Het wordt aanzienlijk
rustiger in de stad en er valt minder te snaaien in de straten en op de terrassen.
Veel meeuwen zullen dan hun kostje aan de kust bij elkaar scharrelen. Daar
zullen ze bij de VVV wel blij mee zijn. Eindelijk minder overlast van ons
gevleugelde soort.’
‘De VVV? De VVD zul je bedoelen, er woont toch een kamerlid
in de stad dat jullie liever ziet gaan dan komen. Wist je dat hij Natuur en
Dierenwelzijn in zijn portefeuille heeft, toch raar dat zo iemand jullie het
liefst wil afschieten. Eigenlijk zouden we hem eens een lesje moeten leren.’
‘In Den Haag is dat gebeurd, daar hebben de duiven het voor
ons opgenomen. Het kamerlid zag de stomerijkosten aanzienlijk oplopen,
duivenpoep is een agressief goedje.’
‘Te makkelijk, even van je afflatsen. Daarbij valt de stomerij
waarschijnlijk onder onkostenvergoeding dus hij merkt daar weinig van. Nee, we
moeten hem meer last bezorgen.’
‘Waar denk je aan, Miet. Moeten we hem van jeuk voorzien? We
zouden in zijn tuin kunnen overwinteren en dan op gezette tijden tussen zijn
lakens kruipen. Zie je hem al in de trein naar Den Haag zitten? Krabben dat het
een lieve lust is. Niemand wil naast hem zitten, denkend dat hij vlooien heeft.
Tijdens de debatten kan hij niet stilzitten van de jeuk.
De kamervoorzitter zal er wat van zeggen, alle ogen gericht
op het kamerlid van de VVD.
Ik kan me er nu al op verheugen.
Nadeel is dat wij naar de stad moeten verhuizen terwijl Twan
juist de kust opzoekt, dat is de omgekeerde wereld.’
Even is het doodstil onder het bankje, dat Griet zoiets
vileins bedenkt mag een wonder heten.
Het lijkt wel of het verblijf in de Achterhoek haar heeft
veranderd. Nu nog de zenuwen de baas worden en Griet is een andere zandvlo.
Twan waardeert het meeleven van zijn vriendinnen, maar een verhuizing naar de
stad zal hij niet van ze verlangen.
Een eventuele wraakactie moet anders aangepakt worden. Behalve
van zich afflatsen heeft Twan vooralsnog geen idee hoe hij het kamerlid eens
flink op zijn nummer kan zetten.
Miet daarentegen zie met het oranje licht van de
zonsondergang ook het licht tot een wraakactie.
‘Twan, haal ons vijf september op voor een laatste bezoek
aan de kaasmarkt, kom een beetje op tijd en neem een paar maten mee. We spreken
af bij het kasje van Sjef Kokkel.’
‘Miet wat voer je nu weer in je schild, waar ik niet van
weet?’
‘Geen zorgen, Griet, ik leg het je nog wel uit. Belangrijk is dat Twan voor voldoende vervoer zorgt. Op zijn Achterhoeks, ‘Alles kump goed.’
‘Geen zorgen, Griet, ik leg het je nog wel uit. Belangrijk is dat Twan voor voldoende vervoer zorgt. Op zijn Achterhoeks, ‘Alles kump goed.’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten