Miet wordt vermist
Twan en Chiel schuimen het schone terras van eethuis Sjans
tot in alle hoeken en gaten af, maar Miet vinden ze niet. Daarna inspecteren ze
de goot nog een keer, bij het rioolputje roept Twan haar naam, maar vanuit de
diepte klinkt geen geluid. Teleurgesteld geven de meeuwen hun zoektocht op.
Ze vliegen naar het dak van snackbar Paul Patat waar Griet
tussen twee dakpannen ligt te slapen. Twan maakt haar voorzichtig wakker. Griet
voelt meteen nattigheid. ‘Je hebt haar niet gevonden, ik zie het aan je.’
Twan vertelt van de diepgaande zoekactie die zonder
resultaat is gebleven. Griet huilt bittere tranen en snikt, niet vrij van
hysterie: ‘Hoe moet het nu verder? We kunnen niet met, maar zeker niet zonder
elkaar. Ik wil niet alleen achterblijven. Ik kan net zo goed van dit dak
springen.’
‘Denk je dat je daarbij het leven laat? Me dunkt dat je hebt
bewezen tegen een stootje te kunnen. Je loopt eerder de kans op een ernstig gedeukt
schild en daar wordt je leven echt niet leuker van. Je geeft wel erg snel op,
ik zou in elk geval de gok niet wagen.’ zegt Chiel.
‘Jij als meeuw hebt makkelijk
snateren. Technisch gezien kun jij nergens af springen, je kunt je hoog uit te
pletter vliegen. Waar bemoei jij je eigenlijk mee? Wat weet jij van het leven
van mijn zus en mij, ik meen te begrijpen dat je onze vriendschap met Twan maar
twijfelachtig vindt. Vlieg toch op man.’
‘Griet, ik begrijp je verdriet en
wanhoop, maar deze uitval verdient Chiel niet, hij heeft net zo hard naar Miet gezocht
als ik. Misschien moeten we er ons bij neerleggen dat we zonder Miet verder
moeten.’
De weinig troostrijke woorden van
Twan schieten Griet in het verkeerde keelgat en
‘Gooi me maar af boven de Waddenzee,
ik verdrink nog liever dan zonder Miet te moeten leven, maar ik vermoed dat
jullie daar niet aan zullen meewerken. Wel heldhaftig een grote bek opzetten
als het zo uitkomt, maar een verdrietige zandvlo aan haar eindje helpen dat
durven jullie vast niet. Vrienden voor het leven, dat gezegde maken jullie meer
dan waar.’
Ondertussen worden op het terras van
eethuis Sjans de stoelen en tafels neergezet.
Onder een van de tafelpoten zit een
schildje vastgeplakt dat over de tegels schuurt,
het raakt behoorlijk beschadigd, net
voor de tafelpoot definitief op zijn plek komt te staan valt het schildje op de
grond.
Chiel ziet vanaf het dak, waar Griet
na haar stortbui uitgeput door haar pootjes is gezakt, dat het terrasmeubilair
wordt versleept en hij ziet meteen nieuwe kansen.
‘We zoeken dat terras nog een keer
af, best kans dat Miet is opgespoten en vastgeplakt zat tussen de stoelpoten,
daar konden we natuurlijk niet kijken.’
Al snel ziet Griet het gedeukte
schildje naast een tafelpoot liggen. ‘Daar ligt ze’, gilt ze in Twan’s oor en
voorkomt daarmee dat haar zus alsnog onder een zwemvlies van Twan wordt
verpletterd. Ze stort zich op de tegels en begint aan het gedeukte schild te
sjorren. Terwijl Griet aan haar rukt en trekt komt Miet langzaam tot leven. De
pijn die Griet haar bezorgt dringt door tot in haar kleine brein. Ze probeert
Griet van zich af te schudden, maar die heeft in haar voort durende aanval van
hysterie niet eens in de gaten dat haar zuster nog leeft.
De beide meeuwen proberen haar tot
kalmte te manen en pas als Twan haar een mep met zijn vleugel geeft komt Griet
tot bezinning en ziet dat er leven in haar zuster zit. Opluchting heerst bij
meeuwen en zandvlooien. De meeuwen brengen de dames naar Ecomare, als ze daar
zieke zeehonden en vogels kunnen genezen, zullen ze voor een stel zandvlooien
hun hand niet omdraaien. Zo krijgt Miet alsnog haar zin.
We laten Miet en Griet tijdens de
revalidatie met rust. Het is onduidelijk hoe lang die periode gaat duren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten