Twan geeft gas
Twan merkt dat het
vrachtje in zijn nek tot rust komt en van het uitzicht geniet, hij besluit zijn
vluchtplan te wijzigen. ‘Meiden zal ik jullie Terschelling laten zien voor het
in zee verdwijnt? Vorig jaar kwam er niet van omdat ik in dat stomme visnet
verstrikt raakte en jullie de reis naar Terschelling hebben geruild voor het
avontuur in de Achterhoek.’
Miet zucht diep bij
die laatste opmerking: ‘ Beetje zout in de wonden, Twan. De reis naar de
Achterhoek is er uiteindelijk de oorzaak van dat we deze winter op Texel
zitten, maar vertel waarom moeten we naar Terschelling voor het verdwijnt, zo
ruw is de Waddenzee toch niet?’
‘Er schijnt een flinke gasbel bij dat eiland te liggen en nu heeft een
Nederlandse oliemaatschappij met de illustere naam “Tulip Oil” bedacht dat ze
daar naar gas willen boren. Heel Terschelling staat op zijn kop, de meeste
eilanders willen geen boortorens op hun grond en ook niet in hun leefomgeving die
Waddenzee heet. Het is daar één groot natuurgebied en dat wordt met het
aanboren van de gasbel ernstig bedreigd.
De toestemming tot zoutwinning viel al niet in goede aarde omdat het
slecht zou zijn voor het milieu en nu dreigt de gaswinning nog meer roet in het
eten te gooien.
Onrust, demonstraties en dus leven in de brouwerij op Terschelling. Ik
kan, als jullie daar zin in hebben, nu nog de koers verleggen.’
Niet ver van De Koog strijkt Twan neer op strandpaal 19 om met zijn
passagiers te overleggen.
Miet onder de indruk van het verhaal vraagt zich af: ‘Welke gek krijgt
het in zijn hoofd naar nieuw gas te boren terwijl in Groningen de huizen op
instorten staan, je moet wel dollartekens tussen je oren hebben om zoiets te
bedenken. Ze weten nou zo onderhand wat ervan komt. Is het niet genoeg dat de Groningers
flink de dupe zijn van de gasbellen, moeten de Friezen daar nu ook nog bij
komen? Misschien moeten we helemaal niet naar Terschelling, maar naar Den Haag
om dat stelletje ongeregeld weer eens flink jeuk te bezorgen. Ze zijn daar echt
de weg kwijt.’
‘Ha, die Miet, eindelijk het heilig vuur weer onder je schildje, zo hoor
en zie ik je graag.’
Griet, die haar stiekeme avond in het café in rook ziet opgaan, bemoeit
zich met het gesputter. ’Sinds wanneer heb jij verstand van politiek en
gasboringen. Toen de windmolens voor de kust van Egmond in Zee werden geplaatst
werd je daar niet koud of warm van, het halve dorp gaf tegengas, omdat ze bang
waren voor bederf van het prachtige uitzicht.
De toeristen zouden wegblijven en zeevogels zouden zich massaal te
pletter vliegen.
Ik heb nog met een spandoekje aan het begin van de strandopgang gestaan,
jij vond het flauwe kul want die molens stonden volgens jou ver genoeg weg. En
nu loop je opeens warm voor een gasbel in de Waddenzee.’
‘Over die windmolens hoor je niemand meer, omdat het allemaal reuze
meevalt, de Duitsers, gewend aan windmolens, blijven gewoon komen en die dooie
vogels vallen ook niet bij bosjes uit de lucht. Vogels zijn heus niet
achterlijk, die vliegen om zo’n obstakel heen. Daarbij is windenergie minder
schadelijk voor het milieu dan gas.’
‘Zal gerust, maar van de wind alleen kun je niet leven. Vorige week
hield je ook al een pleidooi voor het milieu en dat terwijl je nog niet zo lang
geleden op een ronkende motor zat. Of dat zo schoon is. Bij jou wisselen de principiële
bezwaren met de dag.’
Twan hoort de discussie ontsporen, Terschelling raakt op deze manier buiten
bereik: ‘Het is niet de bedoeling dat jullie elkaar in de haren vliegen over
het milieuvraagstuk. Ik wil jullie, nu het nog kan, het ongerepte Terschelling
laten zien. Als we nog erg lang op deze paal blijven zitten wordt het voor de
vlucht van vandaag te laat en moet het een andere dag.’
Die opmerking komt Griet goed uit, ze grijpt haar kans: ‘Geen slecht
idee, laat ons eerst woonruimte zoeken. Terschelling ligt er, met en zonder
gas, volgende week ook nog wel.’
In de dorpsstraat in De Koog begint de zoektocht naar een geschikt
zandkuiltje.
Miet, flink aangebrand over de opmerking over de ronkende motor, kijkt
niet op of om.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten